Onder de hemel in de canyon

T. Coraghessan Boyle: The Tortilla Curtain. Uitg. Bloomsbury, 246 blz. ƒ 33,25. Ned. vertaling Gideon den Tex, Uitg. Contact, 301 blz. ƒ 59,90.

Hoewel Delaney Mossbacher zichzelf een progressief denkend specimen van de menselijke soort vindt, beginnen er wat krasjes op zijn wereldvisie te verschijnen vanaf het moment dat hij een illegale Mexicaanse gastarbeider aanrijdt op de weg langs de canyon vlakbij zijn huis in Zuid-Californië.

Delaney is niet alleen huisman. Hij schrijft tevens columns voor het blad Wide Open Spaces, waarin hij de glorie en de wonderen van de ongerepte natuur beschrijft - een natuur waarvan hij zelf, met zijn vrouw Kyra en hun even welgestelde buren, net weer een stukje heeft afgepakt met het fraaie huizencomplex Arroyo Blance Estates.

De Mexicaanse gastarbeider, Cándido-Rincón, woont met zijn zwangere vrouw América onder de blote hemel in de canyon - niet omdat hij evenveel van de natuur houdt als Delaney, maar uit pure noodzaak. Ze leven van de luttele dollars die een baantje ze hier en daar oplevert, en zijn constant op de vlucht voor de grenspolitie.

Ondertussen besluiten de bewoners van Arroyo Blanco tot het aanleggen van een hoge muur rondom hun estate, niet alleen om de coyotes uit de buurt te houden die Delany's (alle naar de Sitwells vernoemde) huisdieren blijven verslinden, maar ook om mensen als Cándido op afstand te houden. The Tortilla Curtain, de muur die de Verenigde Staten scheidt van Mexico, is daarmee in de meeste letterlijke zin opgeschoven naar de achtertuin van deze welgestelde Californiërs.

Het boek ontleent zijn motto aan The Grapes of Wrath van Steinbeck: 'They ain't human. A human being wouldn't live like they do.' Maar Boyle is een totaal andere schrijver dan Steinbeck en is er nadrukkelijk niet op uit alleen een roman te schrijven die verontwaardiging moet oproepen over de misstanden waaraan, meer dan een halve eeuw later, deze nieuwe generatie Californische immigranten bloot staat.

Boyle kruipt al vertellend beurtelings in de huid van zijn zo verschillend geprivilegieerde hoofdpersonen, en weet de elementaire ontreddering van het Mexicaanse paar fraai zichtbaar te maken. Bij de Mossbachers is hij daar wat minder in geslaagd. Voor een deel omdat hij het de lezer net niet voldoende gunt sympathie voor ze op te brengen en hun motivaties navoelbaar te maken. Zijn ironie overheerst op dat soort momenten, hetgeen wat kracht ontneemt aan dit voor het overige opmerkelijke boek.

Het John Adams Instituut organiseert op zaterdag 11 november een avond met T.C. Boyle. Cristofori, Prinsengracht 481, Amsterdam.