Moslim-Kroatische federatie in Bosnië werkt in de praktijk nog allerminst

Als het aan de presidenten Izetbegovic van Bosnië en Tudjman van Kroatië ligt, gaat het binnenkort veel beter met de samenwerking tussen moslims en Kroaten binnen de Bosnische federatie. Dat althans beloven beiden in het vandaag in Dayton te tekenen akkoord.

Of die bereidheid tot samenwerking enige consequenties in de Bosnische praktijk zal hebben, is evenwel de vraag: verbaal en officieel hebben de Bosnische en Kroatische leiders al sinds de plechtige ondertekening van het akkoord van Washington, waarbij de federatie in februari vorig jaar werd gevormd, alle mogelijke bereidheid aan de dag gelegd. En geschoten wordt er tussen de moslims en Kroaten in Bosnië ook inderdaad niet meer: de verwoestende oorlog die deze twee oorlogspartijen - tot plezier van de Bosnische Serviërs - een jaar lang had beziggehouden, werd beëindigd.

Maar de vrede is gewapend gebleven en van de plechtig in Washington beloofde samenwerking komt niet veel terecht. In Jajce worden de moslims gedwongen in een getto buiten de stad te wonen en mogen ze van de Kroaten niet terug naar de woningen waaruit ze in het begin van de oorlog door de Serviërs werden verdreven; zelfs de gezamenlijk gekozen (moslim-)burgemeester heeft zijn stad pas drie keer kort kunnen bezoeken sinds Jajce in september op de Bosnische Serviërs werd veroverd. In Vitez en in veel andere steden bevinden zich nog steeds wegversperringen tussen de Kroatische en de moslim-gemeenschappen. In heel het door de Bosnische Kroaten beheerste deel van Bosnië wappert de Kroatische vlag en niet de Bosnische en wordt betaald met de Kroatische munteenheid, de kuna, en niet met de Bosnische dinar of de officieel als betaalmiddel erkende Duitse mark. Van gemeenschappelijke douaneposten is geen sprake en de Kroaten hebben hun eenzijdig uitgeroepen 'Republiek Herceg-Bosna' ondanks de vorming van de federatie nooit opgeheven.

In Mostar zitten de 57.000 moslim-inwoners nog steeds in hun getto en mogen per dag niet meer dan 250 vrouwen en kinderen de rivier over en de Kroatische wijk in, terwijl in die Kroatische wijk nog steeds gemiddeld één moslim-gezin per week uit zijn woning wordt gezet. Nergens in Bosnië is de bewegingsvrijheid beperkter dan in Mostar en het na het akkoord van Washington gevormde EU-bestuur over Mostar heeft herhaaldelijk gedreigd de missie af te breken wegens gebrek aan vooruitgang. De EU is hoe dan ook niet van plan het bestuursmandaat over Mostar te verlengen als het volgend jaar afloopt. Na bijna twee jaar is van gemeenschappelijke politie-patrouilles - met een Kroatische, een moslim- en een EU-politieman - nog nauwelijks sprake. Toen onlangs een moslim-politieman het in zijn hoofd haalde in westelijk (Kroatisch) Mostar uit de auto te stappen, ontketenden de Kroaten zo'n schandaal dat de gezamenlijke patrouilles voor een week moesten worden onderbroken.

In februari bereikten de Kroaten en moslims in München een akkoord over een negenpuntenplan om de federatie te redden. Het voorzag onder andere in de benoeming van een internationale arbiter en een militaire expert die de supervisie krijgt over de samenvoeging van de legers van beide partijen, in een permanente commissie die “de evolutie van de federatie” moet volgen, in de inschakeling van internationale deskundigen op het gebied van het constitutioneel recht om de federale instituten vorm te geven, en in de inschakeling van bemiddelaars bij het bijleggen van “bepaalde specifieke conflicten tussen de gemeenschappen”. In maart ondertekenden de premiers van Bosnië en Kroatië een akkoord over douanesamenwerking en de terugkeer van vluchtelingen. Maar op dezelfde dag waarop de Kroatische premier, Valentic, over een 'doorbraak' juichte, zei president Izetbegovic in Sarajevo dat “Zagreb de Bosnische Kroaten heeft geïnstrueerd zoveel mogelijk verbale steun aan het federatieproject te geven maar het op de grond zoveel mogelijk te saboteren”.

De akkoorden van februari en maart hebben niet gewerkt. In juni opperde de leider van de Bosnische Kroaten, Krešimir Zubak - tevens president van de Bosnische federatie - zelfs openlijk dat de verdeling van Mostar maar moet worden bestendigd door de stad te verdelen in twee aparte gemeenten, een voor de Kroaten en een voor de moslims, zoals de Kroaten in Tuzla al eerder hebben gedaan.

Officieel zeggen ze het niet en mogen ze het ook niet zeggen, maar in wezen zien de Kroaten het door Bosnische Kroaten beheerste en bewoonde deel van Bosnië als een verlenging en een onderdeel van Kroatië. De federatie met de moslims is slechts een formeel instrument om de sluipende integratie van 'Herceg-Bosna' in Kroatië te verhullen. Niet voor niets mochten onlangs de Bosnische Kroaten hun stem uitbrengen voor de Kroatische parlementsverkiezingen, alsof ze staatsburgers van Kroatië in plaats van het soevereine buurland Bosnië waren. Volgens een onlangs door het Bosnische blad Bosnjacki Avaz gepubliceerde opiniepeiling onder Bosnische moslims is de helft van hen ervan overtuigd dat de Bosnische Kroaten geen federatie willen maar zich gewoon bij Kroatië willen aansluiten.