Moorden in extase

Jan Kjaerstad: Rand. Uitg. De Geus, 300 blz. ƒ 39,90.

Vijf jaar na de Noorse uitgave en ook meer dan een jaar na de Duitse vertaling, is Rand van Jan Kjaerstad in het Nederlands verschenen. Beter laat dan nooit: Rand is een opmerkelijk boek. Met als ingrediënten acht moorden, een seriemoordenaar als verteller en een moderne grote stad (Oslo), heeft ex-dominee Kjaerstad een roman geschreven die meer dan spannend is. Rand doet wat alle belangrijke boeken doen. Het ondermijnt je vertrouwde blik.

De verteller is een in een opwelling dodende programmeur, die zich onttrekt aan elk moreel oordeel of psychologisch ziektebeeld. Hij groeit zelfs uit tot een positieve held. Aan het slot vinden we hem terug als de leider van het politieteam dat zijn moorden onderzoekt. Dader en speurder zijn dan één. Opdat de laatste zich optimaal kan buigen over de motieven van de eerste. Want dat is wat de verteller wil weten: wat heeft me gedreven?

De moorden zijn een experiment, waarvan de inzet een filosofische, maar meer nog een religieuze vraag is: zijn ze 'absurd' of passen ze in een door niemand gekende (goddelijke) orde? Niet voor niets identificeert de verteller zich met Copernicus en Darwin. Ook hij is bezig iets ongehoords te ontdekken, door a-select te doden: 'Om vandaag de dag de zin van het leven te vinden, moet je misdadiger worden.'

Als de politie er allang van overtuigd is te maken te hebben met 'de eerste absurde moorden in de geschiedenis', houdt de dader vol dat er van 'toeval' geen sprake kan zijn. Er moet een zin zijn. En hij is bezig die - namens ons, lezers die te bang zijn om deze grond te betreden - te vinden. Onder meer door in de levens van zijn slachtoffers te zoeken naar overeenkomsten. Op het moment van de moord kende hij die niet; aan het slot zijn ze vrienden.

Dat ongehoorde, de zin, wordt niet gevonden, zoals ook de dader niet wordt gepakt. Maar de kracht van de roman is, dat je dat ook helemaal niet wilt. Wat je als lezer tot je schrik wel wilt, is: meer moorden. De vervoering die dat bij de verteller losmaakt, is aanstekelijk. Aanstekelijk genoeg om zin te geven aan zijn daden. Alles wordt nieuw in die momenten van extase. Mensen, gebouwen, seks, geluiden, muziek, woorden, ja zelfs een sauslepel weerspiegelen een tot dan toe ongeziene, hallucinerende werkelijkheid.

Kjaerstad rijgt die momenten met een groot sensitief talent aaneen tot één lange mystieke ervaring, waarin de oude orde steeds verder aan het wankelen wordt gebracht. Dat hij intussen links en rechts sardonisch tikken uitdeelt - naar de comedy of errors rondom de moord op Olof Palme bijvoorbeeld, en naar stedelijke milieus waar je mensen moet vermoorden om ze te leren kennen - maakt hem als schrijver nog belangwekkender.