LEYLA ZANA; Koningin der Koerden

ANKARA, 10 NOV. Leyla Zana is het symbool van de Koerdische strijd voor politieke vrijheid en culturele identiteit binnen Turkije. Hoewel ze de strijdmethoden van de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) nooit publiekelijk heeft gehekeld, heeft ze altijd duidelijk gesteld dat ze zelf een andere weg kiest om democratische rechten voor de Koerden af te dwingen: de weg van de parlementaire democratie. De indruk, met name in het Westen, bestaat dan ook dat juist Zana als een brug had kunnen dienen tussen de regering in Ankara en de PKK, zonder dat beide partijen nu direct met elkaar rond de tafel behoefden te gaan zitten. Haar veroordeling tot een gevangenisstraf van 15 jaar toonde voor Europolitici aan hoe fragiel de democratie in Turkije nog steeds is.

Zana werd in 1961 in Silvan, in het Koerdische zuidoosten van Turkije, geboren. Op jonge leeftijd trouwde ze met Mehdi Zana, de voormalige burgemeester van Diyarbakir, de grootste stad in Zuidoost-Turkije, die jarenlang gevangen zat voor zijn strijd voor de Koerden. Net als Leyla verblijft hij op beschuldiging van separatisme momenteel opnieuw in een Turkse cel. De harde realiteit van het leven in het Koerdische zuidoosten is in feite de universiteit waar ze tot ontwikkeling is gekomen. Van de jonge vrouw die de koffie serveerde voor de talloze gasten van haar man, ontpopte ze zich begin jaren negentig tot de politieke koningin van de Koerden in Turkije. Via de lijst van de Sociaal-Democratische Volkspartij stelde ze zich in 1991 kandidaat voor het parlement. Maandenlang reisde ze, getooid met de traditionele witte hoofddoek van de Koerdische vrouwen, gekleed in een bloemetjesjurk en voorzien van de groene, rode en gele kleur van de Koerdische vlag door de regio, waar ze samen met haar man politieke betogen hield. Onder de Koerdische bevolking heerste een feestelijke stemming: voor het eerst had men de kans eigen vertegenwoordigers in het Turkse parlement te kiezen.

Maar vanaf de eedlegging in het parlement, eind 1991, liepen de spanningen op. Leyla Zana droeg net als enkele andere Koerdische afgevaardigden niet alleen de Koerdische driekleur op haar revers, maar ze repte in een zinnetje in het Koerdisch eveneens van de broederschap van Turken en Koerden en hun coëxistentie in gelijkheid en democratie. De politieke verontwaardiging hierover zette de toon voor het proces van publieke beïnvloeding dat vervolgens door de gevestigde orde in Turkije werd ontwikkeld. Door culturele en politieke rechten op te eisen voor de Koerden, schaarde Leyla Zana zich in de ogen van vrijwel het gehele Turkse volk in het kamp van de PKK, die al ruim 10 jaar lang door de gewapende strijd tot een oplossing van de Koerdische kwestie probeerde te komen.

Het motto van premier Tansu Çiller, daartoe aangezet door de Turkse legerstaf, is dat er in het Turkse parlement, het symbool van de nationale eenheid, geen plaats is voor terroristen van de PKK. Dat resulteerde erin dat maart vorig jaar uiteindelijk de parlementaire onschendbaarheid van de Koerdische afgevaardigden werd opgeheven, waarna acht van hen in de gevangenis verdwenen. Zes anderen weken uit naar Europa. De beslissing werd gevolgd door de sluiting van hun pro-Koerdische Democratische Partij (DEP). De acht in Turkije achterblijvende ex-parlementariërs zijn inmiddels veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van 3,5 tot 15 jaar voor lidmaatschap van een gewapende organisatie (de PKK), het ondersteunen van deze verzetsbeweging en het verspreiden van separatistische propaganda. Het hof van beroep heeft de vonnissen tegen vier van hen, onder wie Zana, vorige maand bevestigd.

Onder een belangrijk deel van de Turkse bevolking, met name ook onder vrouwen, leeft het idee dat Leyla Zana de laatste is die in aanmerking had mogen komen voor de Sacharov-prijs, juist wegens haar banden met de PKK. Maar commentaren in de populaire kranten staken vorige maand, toen Zana de Nobelprijs voor de Vrede leek te krijgen, tevens de hand in eigen boezem: had premier Çiller de kwestie van de Koerdische parlementariërs wat beter aangepakt, dan had Turkije internationaal nu niet in de beklaagdenbank gezeten. De toekenning van de prijs aan haar is immers mede een uiting van de internationale verontwaardiging over de onwil van van de Turkse regering om de Koerden politieke en culturele rechten toe te kennen.