Kan en Naatje

Het beeld van Wim Kan en Corry Vonk op het Leidseplein is het vierde in Amsterdam dat binnen een paar jaar van plaats verandert. Met de 'herinrichting' van het Spui is het begonnen. De abstracte sculptuur van acht aluminium, twee aan twee in rotten gezette dozen verhuisde - naar het eindpunt van de metrolijn zoals ik een paar maanden geleden in een blije schok der herkenning ontdekte. Vorig jaar volgde de abstracte sculptuur van Herman Makkink, genaamd Oude Grond. Ik vond het een mooi ding maar de omwonenden kregen overlast en als het zover is kan de bulldozer niet meer worden tegengehouden. Dit werk is in kleine stukjes naar de vuilnisbelt verhuisd. Het derde was de Vredesraket van Miletic, in een storm van vredesverlangen op het Museumplein geplaatst. Naarmate het duidelijker werd dat er geen oorlog kwam werd het beeld minder mooi gevonden. Een gelukkige samenloop van omstandigheden heeft gewild dat het Museumplein toch moest worden heringericht zodat de Vredesraket nu ergens in een onvindbare silo staat. En nu Kan en Vonk van S. Bolhuis. Ze zijn in 1986 met dit standbeeld geërd omdat Wim Kan (veronderstel ik nu) de enige was die op Oudejaarsavond het volk de waarheid vertelde, op zo'n manier dat het harder moest lachen dan alle andere dagen van het jaar. Dat is een standbeeld waard. Dat het werd besteld, gemaakt en opgericht in een periode dat alles wat de klok sloeg ludiek was, kan niemand helpen. Beschouw het als historische noodzaak. En nu treft het opnieuw gelukkig: het Leidseplein moet worden heringericht en dit is de gezochte gelegenheid om het echtpaar over de grens te zetten: naar Kudelstaart, waar ze immers vandaan komen. De Kudelstaarter overheid heeft intussen verzekerd dat ze daar goed zullen worden behandeld. Ik hoor het Kan zeggen, een beetje lijzig: 'Ja, alle allochtonen moeten terug wegens de herinrichting', en dan een lang verhaal over de totale herinrichting van Nederland, te beginnen bij de standbeelden.

Het eerste standbeeld uit de moderne Amsterdamse geschiedenis dat het niet tegen het kwijnen van de geestdrift heeft kunnen bolwerken is Naatje van de Dam, onthuld in 1856, verhuisd naar de Stadstimmertuinen in 1914 en daar spoorloos verdwenen. Naatje, de Nederlandse Maagd, het Eenheidsbeeld, stond bovenop een massief bouwsel dat een beetje doet denken aan de monumenten die nu nog in het Sarphatipark en het Wertheimplantsoen staan. 'Het moest,' schrijft D.H. Couvée in zijn monografie De Dam, geschiedenis van een plein, 'de herinnering levend houden aan de strijd tegen de Belgen. De vereniging Het Metalen Kruis, een vergaarbak van Belgenvreters en behoudenden, bracht de gelden bijeen.' De geschiedenis ontwikkelt zich dan tot de Amsterdamse versie van slapstick. De ontwerper, M.H. Tetar van Elven, dacht in het groot en vooral in de hoogte; wel enkele tientallen meters. Maar bij de bouwinspectie bleek dat Tetar zelf 'al last van hoogtevrees kreeg als hij op een stoel stond'. Naatje zelf was ontworpen door de beeldhouwer Louis Royer. Misschien omdat het goedkoper was besteedde hij het werk uit bij zijn Belgische collega Rousseau die op zijn beurt op de steen bezuinigde. In de eerste strenge winter vroor Naatjes neus eraf. In zijn Kleine geschiedenis van Amsterdam vermeld Geert Mak dat ze later ook nog een arm is kwijtgeraakt.

Met standbeelden waarin men geen zin meer heeft kunnen globaal gezegd twee dingen worden gedaan: omgooien of verplaatsen. In beide gevallen is het een poging om het verleden te ontkennen. Omgooien heeft iets bevrijdends. In 1956 heb ik de Hongaren een standbeeld van Stalin aan stukken zien zagen nadat ze het van zijn voetstuk hadden getrokken; een onvergetelijk en ook een aanstekelijk gezicht. De grote stenen Stalin in Praag is door de Tsjechen bij noorderzon weggehaald; dat heeft al iets Amsterdams. Na 1989 zijn ontelbare Lenins van hun sokkel gegooid. Telkens als ik er weer een horizontaal zag, dacht ik: zo is het wel genoeg. Er moet iets overblijven. In Jakarta hebben de Indonesiërs de grafschriften van Jan Pieterszoon Coen en de zijnen niet alleen onbeschadigd gelaten maar ook mooi onderhouden (terwijl hier nachtaanvallen op het monument voor Van Heutz werden uitgevoerd). Sovjet-historici hebben als onderdeel van Stalins historische herinrichting Trotski van de foto's gespoten en Ramón Mercador heeft met een pikhouweel in Mexico de rest gedaan. Bestond Trotski daarna niet meer? Nee, de vervalsers hadden zich vereeuwigd.

Nu weer leert de geschiedenis van Wim Kan en Corry Vonk op het Leidseplein hoe voorzichtig Amsterdam met standbeelden moet zijn: eerst met het neerzetten en dan met het laten emigreren. P.S. Dr. Strangelove leeft. In mijn vorige stukje heb ik Peter Sellers aan het einde van de film op de bom laten zitten en geschreven dat hij vaderlandslievende dingen riep. Niet Sellers maar de Texaanse acteur Slim Pickens zit op de bom en hij roept: Yahoo! Pickens speelt niet de 'oppergeneraal'; hij is in de film de gezagvoerder van de B52 bommenwerper. Ik dank allen die me weer op het rechte spoor hebben geholpen.