Jongeren tobben onbeduidend; Alfred Kossmann over de tegenstellingen tussen twee generaties

Alfred Kossmann: Huldigingen. Uitg. Querido, 122 blz. Prijs ƒ 27,50. Verschijnt begin volgende week. Hij pufte. 'Het was vervolging' zei hij. 'De grote wereld is vol jaloezie, rancune, frustratie, haat, en in onze piepkleine wereld is het niet anders.' 'U moet zoiets niet zeggen,' zei ik, 'het is beneden uw waardigheid.' Hij zei: 'De intrinsieke waarde van iets is niet te meten. Mijn waardigheid zou moeten liggen in die intrinsieke waarde. Er werd soms hoffelijk, meestal onhoffelijk op gewezen dat ik die niet bezat. Ik was een dief en een plagiator. Zelfs mijn liefdesaffaires werden onderzocht, en ik bleek een vrouw te hebben bemind die eerder door een collega was bemind. Ze had aan mij de voorkeur gegeven. Ik werd essentiëler gekwetst dan ik nu kan zeggen, heel essentieel.' UIT: ALFRED KOSSMANN, HULDIGINGEN

'Het ergst van alles zijn levensgeschiedenissen.' De oude vrouw die Alfred Kossmann in het voorlaatste verhaal van zijn volgende week verschijnende cyclus Huldigingen aan het woord laat, heeft het niet op simpele reconstructies van een voorbij leven. Samen met een leeftijdgenoot is ze op bezoek bij een gepensioneerde hoogleraar met wie ze veertig jaar eerder een onduidelijke verhouding heeft gehad, en ze voelt er weinig voor om van hem te horen wat hij in de tussenliggende jaren heeft gedaan. Het zou haar herinnering aan hem kunnen verstoren, maar belangrijker is waarschijnlijk dat zijn verhaal de werkelijkheid onvermijdelijk geweld aan zou doen. Er bestaan geen levensgeschiedenissen.

Ook de schrijver van het boek, Alfred Kossmann (1922), lijkt zijn twijfels te hebben over het genre. Een paar jaar geleden is hij op verzoek van de Amsterdamse Fonds voor de Kunst aan een biografische schets van de door hem bewonderde schrijver Victor van Vriesland begonnen, maar uit Huldigingen zou je kunnen afleiden dat hij het een heikele onderneming heeft gevonden. Zijn nieuwe boek, dat het midden houdt tussen een roman en een verhalenbundel, bestaat uit vijf onderling samenhangende verhalen waarin één figuur, de hoogleraar, net als bij de voorbereiding van een biografie, op uiteenlopende manieren door zijn tijdgenoten wordt belicht. De conclusie aan het eind van het boek kan niet anders zijn dan dat zijn ware aard onkenbaar blijft. Het boek sluit wat dat betreft aan bij het eerdere werk van Kossmann. Of het nu zijn eigen generatiegenoten zijn die herinneringen ophalen aan zijn woelige tijd als aankomend geleerde, kort na de oorlog, of jongeren die hem als een wrokkige, hulpeloze bejaarde over zijn verleden willen laten vertellen, de geleerde blijft, ook voor zichzelf, een schim. Ieder heeft een ander verhaal en ook zelf dist hij voor ieder die hem spreekt een ander verhaal op. Wat er werkelijk is gebeurd, zo blijkt, zal nooit meer te achterhalen zijn.

Huldigingen is een extravagant boek, in de meest letterlijke betekenis. Kossmann volgt zijn personages in zijn beschrijvingen op de voet, en laat je hun twijfels en onzekerheid direct, van binnenuit meebeleven. Maar hij heeft ook een enigszins fragmentarische manier van schrijven waardoor er op den duur weliswaar zoiets als een portret ontstaat, maar dan een uiterst beweeglijk en vervloeiend portret. Kossmann zet zijn bejaarde hoofdpersoon in schetslijnen op papier die plotseling kunnen ophouden of die schuin over elkaar heen kunnen gaan lopen. Hij laat zo zien zien dat iemand nooit veel meer kan zijn dan een betrekkelijk willekeurige verzameling indrukken van derden. Iemands diepste wezen, zijn essentie, zoals zijn hoofpersoon zelf opmerkt, blijft in de oppervlakkige omgang die de meeste mensen met elkaar hebben, verborgen.

Het knappe van Kossmann is dat zijn boek ondanks deze vaagheid nergens onleesbaar wordt. De vijf verhalen bevatten genoeg herkenbare elementen om de spanning erin te houden. Je krijgt ook de indruk dat hij zijn personages soms met nauwelijks onderdrukt plezier naar bestaande personen (Van Vriesland) en gebeurtenissen (plagiaataffaires) heeft gemodelleerd. Vooral in zijn beschrijving van de media die zich op de oude man en zijn omgeving storten laat Kossmann zich als een onderhoudend satiricus kennen. In het eerste verhaal, 'Een vanitas', laat hij een al te vlotte radiojournaliste vijf jaar na het schandaal een op human-interest gericht interview met de hoofdpersoon maken. Kossmann is hier op zijn best. De man probeert haar aan het eind van een alcoholische avond met veel citaten van grote dichters duidelijk te maken dat alles wat hij in zijn leven heeft ondernomen is uitgelopen op vergeefsheid en vergetelheid. Het is een scène die je een paar keer kunt herlezen zonder dat hij iets van zijn humor en zijn venijn verliest.

Minder overtuigend is Kossmann helaas in zijn weergave van de tegenstellingen tussen de oudere en de jongere generatie. Huldigingen is in dit opzicht een beetje een oude-mannen-boek. Als Kossmann mensen van een jaar of dertig met mensen van achterin de zeventig in aanraking laat komen, beschrijft hij steeds met onverholen sarcasme de naar zijn idee onbeholpen levenswijze van de jongeren. Terwijl de ouderen vooral aan drankzucht en de vergeetachtigheid lijden en kunnen terugzien op een leven vol literatuur en uitbundigheid, vullen de jongeren uit zijn boek hun tijd meestal met onbeduidend getob. Kossmann komt daarbij soms gevaarlijk dicht in de buurt van het cliché. Zo komen er in het boek nogal wat werkeloze neerlandici voor die zich door hun vrouw laten onderhouden. Een onderzoekster die aan een boek werkt over de jaren vijftig blijkt in een ondergeschikte positie bij een bazige lesbische vriendin in te wonen. En de radiojournaliste die het interview moet maken blijkt net haar onnozele man te zijn kwijtgeraakt en staat nu op het punt ook haar op kinderlijke toon gepresenteerde programmaatje te verliezen.

In de ogen van Alfred Kossmann kun je in deze tijd waarschijnlijk beter oud zijn dan jong.