'Ik wil geen werknemers met rokersstem'

Vijf maanden geleden is R. Schuurmans in Apeldoorn begonnen met een rookvrij restaurant. Uit overtuiging. “Ik wilde zelf in een rookvrije ruimte werken”, zegt hij. Als rokers bij hem solliciteren, neemt hij ze in principe niet aan. “Of ze moeten van heel goeden huize komen. Ik wil geen werknemers met rokersstemmen.”

Schuurmans gelooft dat hij met zijn restaurant inspeelt op de opmars van de rookvrije ruimte. “Er is een groeiende behoefte aan.” Of het restaurant goed draait? Dat is een gewetensvraag, zegt hij. “Het kan beter, we hadden pech met een te hete zomer.”

Geheel rookvrije horecagelegenheden zijn nog uitzonderingen. Het zijn er in het hele land iets meer dan tien. Maar rookvrije ruimtes in openbare gebouwen en bij bedrijven zijn al gemeengoed. KLM, Martinair en Transavia stelden eind oktober op een deel van de vluchten een rookverbod in. Het GAK in Winschoten laat sinds kort rokers de tijd inhalen die ze verliezen door de sigarettenpauzes. Zij moeten per week een uur langer werken dan hun niet-rokende collega's.

Nederland is ten opzichte van andere Westerse landen met een inhaalslag bezig. De rokerslobby verwacht dat er niet veel rookvrije ruimtes bijkomen. “Wie gaat er nu naar een rookvrij café, dat is toch ongezellig”, aldus W. Jansen van het voorlichtingsbureau Tabak.

Voor de KLM lagen commerciële redenen ten grondslag aan het rookverbod op alle vluchten binnen Europa en die van en naar de Verenigde Staten, Canada en Australië. “De Australische en Noord-Amerikaanse klanten willen nu eenmaal rookvrij vliegen”, zegt woordvoerder H. Leijte. De KLM heeft 75 brieven gekregen over het rookverbod, waarvan 50 afwijzende. In het aantal reserveringen is volgens hem geen verandering te zien.

Het rookverbod van de KLM geldt van “kop tot staart”, ook cabinepersoneel mag tijdens de vlucht niet roken. Leijte: “Het personeel juicht de maatregel toe.” Een rokende KLM-stewardess laat een ander geluid horen. “Bedrijven die het roken op de werkplek verbieden hebben altijd nog wel ergens een rookkamertje. Dat is bij ons onmogelijk.”

De Nederlandse Spoorwegen zullen de KLM voorlopig niet volgen. In 1993 werd aangekondigd dat alle stoptreinen rookvrij zouden worden, maar dit is niet doorgegaan omdat de verhouding van één stoel voor rokers tegen vier voor niet-rokers bij nader inzien toch het meest aan de wensen bleek te voldoen, aldus de NS. Een uitzondering vormen de 'Wadlopers', die in Noord-Nederland rijden. Deze zijn geheel rookvrij, omdat de kleine treinstellen zich er niet voor lenen rookruimtes in te richten.

“Pure discriminatie. Op een van de balkons zou je best kunnen roken”, zegt een jongen op het perron in Groningen. Hij steekt nog snel even een sigaret op voor zijn trein vertrekt. “Ik hoef maar tien minuten in die trein, dus het valt wel mee. Maar als ik naar Leeuwarden ga, kan ik vijftig minuten niet roken. Daar baal ik behoorlijk van.” Hij houdt zich wel aan het verbod, maar dat doet lang niet iedereen. Vooral jongeren niet, zegt hij. “Als ze zien dat de conducteur in een ander treinstel stapt, weten ze dat ze tot het volgende station hun gang kunnen gaan.” Drie rokende meisjes hebben meer begrip. “Roken in de trein vind ik vies”, zegt een meisje. Een ander: “Ach, als je een halfuurtje niet zonder kunt, ben je wel erg ver heen.”

Volgens de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivero) eist de niet-roker de laatste jaren meer ruimte voor zich op. In voor het publiek toegankelijke ruimtes in overheidsgebouwen geldt een rookverbod. Bedrijven hebben te maken met de ARBO-wet, waarin staat dat werkgevers hun werknemers een gezonde werkplek moeten bieden. Voor veel grote bedrijven was dat aanleiding het roken te verbieden op de werkplek en in kantines rookvrije ruimtes in te richten. De maatregel van het GAK in Winschoten om rokend personeel extra te laten werken lijkt nog geen navolging te vinden. “Wij gaan er vanuit dat rokers verstandig met hun tijd omgaan”, aldus H. Bonder, woordvoerder van Shell.

Volgens de niet-rokersvereniging CAN is zeker sprake van een opmars van rookvrije ruimtes, maar het gaat volgens deze club niet snel genoeg. Secretaris F. Nijpels: “Rokers moeten zich maar terugtrekken in speciale ruimtes of een speciale subcultuur.” Als ideaal ziet hij een soort rookshops, net als koffieshops voor softdrugs. “Wij zijn niet anti-roken, zolang niet-rokers maar geen last hebben.” De vereniging vindt wel dat sigaretten, net als drugs en alcohol, uit gevangenissen geweerd moeten worden.

Nijpels schrijft de stijging van rookvrije ruimtes de laatste vijf jaar toe aan het assertiever worden van de niet-roker. Dat komt volgens hem vooral doordat onderzoek heeft aangetoond dat meeroken schadelijk is voor de gezondheid.

Over de horeca zijn de anti-rookorganisaties niet tevreden. Vooral cafés nemen te weinig maatregelen, vinden ze. Volgens het Bedrijfschap Horeca komt dit omdat de cafébezoekers zich verzetten. “Als er grote behoefte was aan rookvrije cafés, dan hadden meer ondernemers daar allang voor gekozen. In een café horen een glaasje en een sigaretje nu eenmaal bij elkaar”, zegt woordvoerder W. Waninge. Het bedrijfschap vreest voor strengere (Europese) regels. Zo geldt sinds 1992 in Frankrijk de Loi-Evin, die bistro's, cafés en restaurants verplicht rookvrije ruimtes in te richten.

Volgens R. Schuurmans van Restaurant Aparte, de rookvrije gelegenheid in Apeldoorn, zijn rokers die onwetend bij hem naar binnen stappen heel tolerant. Zelden gaan ze weer weg. Wel moet hij zich meer bewijzen dan andere restaurants, want veel mensen denken dat 'rookvrij' voor een lagere kwaliteit en minder gezelligheid staat.