Geen Kamermeerderheid voor verbod rookreclame

DEN HAAG, 10 NOV. De regeringsfracties in de Tweede Kamer zijn verdeeld over het voornemen van de ministers Borst (volksgezondheid) en Wijers (economische zaken) om de tabaksreclame niet te verbieden, maar in overleg met de tabaksindustrie te beperken. De bewindslieden stelden de Kamer daarvan maandag op de hoogte. D66 wil de beperking van de reclame deels wettelijk regelen. Kamerlid Oudkerk (PvdA) vindt het voorstel getuigen “van zeer ernstige inconsistentie”, omdat de overheid en de industrie “tegengestelde belangen” hebben. De VVD kan zich in eerste instantie wel in het plan vinden.

Een algeheel verbod op tabaksreclame, zoals meer dan de helft van de lidstaten van de Europese Unie wil, vindt Borst “niet de aangewezen weg”. De reclame moet via zelfregulering van de tabaksindustrie worden geregeld. Volgens de minister hebben de overheid en de industrie namelijk een gezamenlijk hoofddoel: “Preventie van roken onder jongeren”. “Dat is natuurlijk een pertinente leugen”, zegt het PvdA-Kamerlid Oudkerk. “Jaarlijks overlijden er 30.000 rokers, de tabaksindustrie heeft dus minimaal zoveel nieuwe rokers nodig. Die krijg je er alleen bij door jonge mensen aan het roken te brengen. De minister moet de Kamer dus niet dit soort onzin wijs maken. We moeten stapsgewijs alle reclame verbieden. In Nederland lijken de economische belangen het weer te winnen van de volksgezondheid.”

De VVD vindt dat het kabinet juist de branche moet aanzetten tot zelfregulering van de tabaksreclame zonder dat het gaat bepalen “welke reclame wel mag en welke niet”. “Sigaretten zijn geen verboden produkt, het is handelswaar waar mensen hun boterham mee verdienen. De overheid moet zich bezighouden met preventieve voorlichting. Reclame is echter ook een vorm van voorlichting. Hoe weten de mensen anders dat light-sigaretten bestaan?” aldus het Kamerlid Kamp.

D66 wil de tabaksreclame fors terugdringen, maar vraagt zich af of de Reclamecode een afdoende middel is om de industrie te dwingen zich aan de regels te houden. Kamerlid Van Boxtel is er voorstander van enkele maatregelen vast te leggen in de Tabakswet. “Het voorstel van Borst en Wijers roept zeer veel vragen bij me op”, zegt Van Boxtel (D66). “De industrie stemt haar marketingbeleid toch af op jongeren. Ze houdt zich volgens de letter wel aan de wet, maar niet volgens de geest. We kunnen de reclame niet helemaal verbieden, want dan zou de volgende stap zijn dat niet meer geadverteerd mag worden voor rookworsten. Die veroorzaken namelijk hart- en vaatziekten. We zouden niet de reclame, maar het roken moeten verbieden.”

Het CDA staat achter het beleid van het kabinet om de tabaksindustrie aan te zetten tot zelfregulering. De industrie moet volgens Kamerlid Esselink aantonen dat ze zich aan de afspraken wil houden. “Het bedrijfsleven loopt langs de rand. Buiten de regels om worden de jongeren toch door de industrie bereikt. Het aantal jongeren dat begint met roken stijgt weer. Borst moet duidelijk maken dat het bedrijfsleven het kabinetsbeleid niet mag doorkruisen.”

De Stichting Volksgezondheid en Roken is “zeer teleurgesteld” in Borst en Wijers. “Tabaksreclame moet helemaal worden verboden, behalve dan op de plaats van verkoop. De tabaksindustrie heeft al laten zien niet tot een vrijwillige zelfbeperking in staat te zijn”, aldus de stichting.