Eén wasdag per jaar

Penelope Fitzgerald: The Blue Flower. Uitg. Flamingo, 226 blz. ƒ 47,20.

Een blauwe bloem is sinds de romantische dichter Novalis het symbool voor de dichtkunst, speciaal voor de poëzie die verlangend zoekt naar eenheid, oneindigheid, illusie en waarheid, naar alles wat onbereikbaar is en dus het verlangen eeuwig maakt. De Engelse schrijfster Penelope Fitzgerald schreef de korte maar zeer volle roman The Blue Flower over de gebeurtenis die van Baron Friedrich von Hardenberg, de romantische dichter bij uitstek, Novalis maakte: zijn liefde voor een twaalfjarig meisje dat voor zij zestien en huwbaar is overlijdt aan tuberculose. Fitzgerald raadpleegde brieven, dagboeken en Novalis' literaire werk, alsmede, klaarblijkelijk, boeken over zeden en gebruiken van de verarmde adel in Saksen omstreeks 1800. Vreemd genoeg vormen die periode-details de hoogtepunten van deze roman, terwijl het wegkwijnen van de kleine Sophie (Söphgen) op kabbeltoon gevolgd wordt, zèlfs de drie operaties zonder verdoving die ze moest ondergaan. Fitzgerald buitte niet de hartstochtsmogelijkheden van haar gegeven uit - de wrijving tussen een oud verarmd adellijk geslacht en de rijke maar gewone familie van het meisje, de volstrekt onderworpen positie van vrouwen en moeders, of de strijd tussen ongelovigen en de soms overdreven 'Herrnhuterij' van de oude Hardenberg en zijn Moravische Broeders. De schrijfster koos voor een intellectuele benadering, een met subtiele details gecreëerde Toverberg-sfeer waarin filosofische kwesties ruimschoots maar zonder poeha aan de orde komen. The Blue Flower lijkt, omdat er zo veel in te ontdekken en over te bespreken valt, een bijzonder geschikt boek voor literaire leesgroepjes.

Het boek zet hilarisch in met de beschrijving van de wasdag van de familie - één keer per jaar, want hoe rijker men was, hoe meer linnen en verschoninkjes er in de kast lagen. Vanwege de kou heeft de moeder, die net als andere dames nog nooit een winkel heeft bezocht, zich al jarenlang 's nachts niet ontkleed maar de kindertjes bleven komen, tot verbazing van haar jongste zoon, het engeltje Bernhard - met zijn streken en revolutionaire sympathieën een van de meest cynische en lolligste figuren in het boek. Na een duel spoedt de jonge filosoof-dichter zich naar een arts met anderhalve vinger en een ring van de verliezer in zijn mond om ze voor hem aannaaibaar te houden; 'All nature is one' houdt hij zichzelf daarbij kokhalzend voor. Hilarische hoogtepunten, maar de ruggegraat van The Blue Flower bestaat uit romantische vraagstukken en verlangens. Vrienden van de jonge dichter, onder wie Schlegel, zeiden over hem: “For him there is no real barrier between the unseen and the seen. The whole of existence dissolves itself into a myth”. Van Penelope Fitzgerald, die vier Booker-nominaties kreeg en een keer de prijs, werd tot nu toe nog niets in het Nederlands vertaald.