Drugsexperts willen 'vooral niet naar de mensen luisteren'nder

ROTTERAM, 10 NOV. “Goed beleid is elitair beleid. Vooral niet teveel naar de mensen luisteren.” Dit adviseerde gisteren C. Rüter, hoogleraar strafrecht en vermaard 'drugsliberaal', nadat uit een enquête van de Erasmus Universiteit bleek dat de gemiddelde Nederlander harder optreden tegen drugs wil dan het kabinet.

De honderd makers en uitvoerders van het Nederlands drugsbeleid op het Erasmus-congres 'Naar een consistent drugsbeleid' waren positiever gestemd dan de gemiddelde Nederlander. Dat bleek toen zij gisteren dezelfde enquête invulden. Alcohol achtte een meerderheid een groter probleem dan drugs, coffeeshops vonden bij 81 procent genade en heroïnverstrekking bij 86 procent.

De congresgangers - commissarissen van politie, officieren van justitie, beleidsambtenaren en wetenschappers - hebben dan ook een ruime praktijkervaring met drugs. Een derde van de bezoekers rookte wel eens cannabis en negen procent had ooit harddrugs geprobeerd. Bij de totale bevolking liggen deze percentages op respectievelijk elf en één procent. “U drinkt, blowt en snuift aanmerkelijk meer dan de gemiddelde Nederlander”, sprak congresleider H. de Doelder bestraffend. De positieve waardering voor het drugsbeleid heeft echter meer te maken met hun opleidingsniveau, zo toonden de enquêteurs aan. Alleen onder academici vindt het huidige drugsbeleid meer voor- dan tegenstanders.

De waardering van de aanwezige academici voor de drugsnota deze zomer van het paarse kabinet was niettemin gering. De Rotterdamse korpschef R. Hessing hield het op “een conservatieve en weinig creatieve nota”. Hoogleraar Rüter sprak over een “leugenachtig en misleidend stuk”. Hij verweet het kabinet te hebben verzuimd een regeling te treffen voor de aanvoer van softdrugs naar coffeeshops. “Hoeveel handelsvoorraad mag een coffeeshop in huis hebben? Dat blijft onduidelijk. Een hoofdofficier van justitie vertelde me onlangs dat dat zo maar moest blijven. Op deze manier kon hij elke willekeurige coffeeshop aanpakken. Die man komt ongetwijfeld van dezelfde ruimdenkende juridische school als ex-minister Hirsch Ballin.”

Volgens Rüter kan ook de handel in grote partijen softdrugs worden geregeld via het opportuniteitsbeginsel, waarbij zaken worden gedoogd zonder ze uit het strafrecht te halen. Diezelfde optie werd even later afgewezen door de Rotterdamse rechter J. Silvis. Hij stelde dat met het huidige gedoogbeleid voor softdrugs de uiterste grens is bereikt, gezien de internationale verdragen die Nederland heeft ondertekend. Silvis: “Je kan alles gedogen, maar mede-ondertekenaars kunnen dan met recht stellen dat er geen sprake meer is van loyale verdragstoepassing.”

Nederland heeft in het drugsbeleid pas op de plaats gemaakt wegens de hardnekkige Franse kritiek, zo meenden de meeste sprekers. Europarlementariër H. d'Ancona zei dat het Nederlandse beleid desondanks meer bondgenoten heeft dan iedereen denkt. “We worden links en rechts ingehaald.” d'Ancona wees op het feit dat een groot deel van de Duitse bondsstaten het Nederlandse beleid momenteel kopieert, en dat ook Griekenland, Italië en Spanje het drugsbeleid liberaliseren. Het Europarlement wees onlangs in een resolutie op de discrepantie tussen de antidrugs retoriek van de nationale regeringen en de gedoogpraktijk op lokaal niveau.

Zelfs Frankrijk koerst richting liberalisering. De Amsterdamse officier van justitie P. Kortenhorst wees erop dat Franse officieren van jusititie niet overgaan tot vervolging in zaken waarbij het gebruikershoeveelheden softdrugs betreft. Elk arrondissement heeft daarvoor eigen normen. Zo gaat men in Parijs vrijuit met dertig gram cannabis en in Lille met honded gram. Methadonverstrekking vindt in Frankrijk op ruime schaal ingang. “We doen precies hetzelfde als jullie, maar houden veel beter de schijn op”, verweet een Franse ambtgenoot Kortenhorst onlangs. Wat het buitenland afwijst is het openlijke en systematische gedogen in Nederland, gesymboliseerd in de coffeeshop.

Uiteindelijk was alleen minister Borst (volksgezondheid) positief over de 'paarse' drugsnota. Maar zij waarschuwde tegen de groeiende repressie van verslaafden, met name in Rotterdam. De politieacties tegen drugsoverlast in deze stad - operatie Victor - kwalificeerde zij als opjaagbeleid. Resultaat zou een toenemend gebruik van gekookte cocaïne (crack) zijn: een gemakkelijk te consumeren, kortwerkende en zeer verslavende drug. Dat leidt weer tot meer criminaliteit, waarmee volgens de bewindsvrouw de cirkel rond is.

De Rotterdamse korpschef Hessing verdedigde op zijn beurt 'Victor', maar zag al nieuwe gevaren opdoemen: chemische designer-drugs, biologische 'ecodrugs', electronische drugs. Zoals het nieuwe computerspel Endorfun, dat pretendeert door lichtflitsen en onderbewuste boodschappen de spelers in trance te brengen. “Digitale XTC, zo via het scherm in uw huiskamer.” Wat daar mis mee was? “Mensen worden er rare wezens van”, wist de korpschef.