Dikke jassen

Mooi is het natuurlijk nooit geweest, het beeldje van het cabaret-echtpaar Wim Kan en Corry Vonk dat negen jaar geleden op het Leidseplein in Amsterdam werd geplaatst - met uitzicht op het Leidsepleintheater waar ze debuteerden, en het Nieuwe de la Mar-theater dat na de oorlog hun hoofdstedelijke honk werd. Ze hebben, gegoten in het brons van beeldhouwer Siem Bolhuis, altijd meer op twee tuinkabouters geleken dan op twee artiesten van naam en faam. Allure heeft het beeldje allerminst; het is zo kneuterig als een oud-Hollandse oudejaarsavond.

Maar ach, het staat er nu eenmaal en het is vooral op mooie zomerdagen aardig in het stadsbeeld opgenomen. Het grenzeloze jongerenleger, dat het plein elke zomer in beslag neemt, zit en hangt en leunt tegen Kan & Vonk, plaatst petjes op hun olijke hoofden, versiert hen met bloemen en gebruikt hun voeten om er de rugzakken tegenaan te zetten. Niemand weet wie die twee vereeuwigde mensen zijn, maar ze horen erbij als de vader en de moeder van de jeugdherberg die Amsterdam in de vakantiemaanden is.

Bij de aanstaande herindeling van het Leidseplein blijkt voor het beeldje echter geen plaats meer te zijn. Het is al eens eerder - stilzwijgend - van zijn sokkel ontdaan en nu moet het helemaal weg. De gemeente Amsterdam heeft het Fonds voor de Kunsten opdracht gegeven er een andere plek voor te zoeken. En dat fonds, dat toch al nooit geestdriftig is over particuliere initiatieven voor het oprichten van standbeelden, heeft intussen dankbaar gewag gemaakt van de belangstelling die de gemeente Aalsmeer ervoor heeft. Aalsmeer wil het graag overnemen. Wim Kan en Corry Vonk, destijds woonachtig in Kudelstaart aan de Westeinderplassen, zouden daar in hun bronzen uitvoering een plaats kunnen krijgen aan het dijkje waar ze zelf zo vaak hebben gewandeld. Het klinkt logisch, misschien zelfs wel ideaal: een vredig plekje om tot in de eeuwigheid te blijven staan.

Maar het klopt niet. Wim Kan is gebeeldhouwd in zijn traditionele smoking en Corry Vonk in haar theaterhesje met voyante hoed. Zó stonden ze nooit op dat dijkje, zo stonden ze alleen op het toneel. Het beeldje beeldt twee artiesten uit - en niet twee inwoners van Kudelstaart, die af en toe liepen uit te waaien langs de Westeinderplassen. De beeldhouwer zou hen op zijn minst eerst nog twee dikke jassen aan moeten trekken.

Als het Leidseplein die twee zo nodig wil verbannen, dient er iets anders teworden bedacht. Desnoods moeten ze dan maar, zoals mede-initiatiefnemer Wim Ibo deze week suggereerde, verhuizen naar de tuin van het Nederlands Theaterinstituut in Amsterdam. Daar zouden ze niemand meer in de weg staan, en wie hen wil gedenken, vindt er een passende omgeving, vlakbij de nagelaten paperassen, de grammofoonplaten, de videobanden en de andere memorabilia die hun plaats in de geschiedenis illustreren. En misschien mogen ze dan ook weer op hun weggemoffelde sokkeltje staan.