De tekenen verstaan

Gaat hij neuriën wanneer je een standje krijgt? Dan houdt hij van je.

Staart hij naar je regenjas op de kapstok? Dan houdt hij van je.

Doet hij alsof hij niet weet wie je bent? Dan houdt hij van je.

Struikelt hij wanneer je naar hem kijkt? Dan houdt hij van je.

Verbleekt hij als hij je opeens ziet staan? Dan houdt hij van je.

Verslikt hij zich wanneer je geroepen wordt? Dan houdt hij van je.

Bedekt hij vlug wat hij schreef in zijn taalschrift? Dan houdt hij van je.

En zo gingen de spiegels aan scherven. Op het eind ging het hard, in de laatste twee maanden stierven ongeveer evenveel mensen als in de tien daarvoor, en ook na de bevrijding ging het nog een poosje door. Het leek nog steeds angstig dichtbij toen ik daar in 1994 voor de tweede keer voor de nog altijd open graven stond, blijkbaar heeft niemand ooit de moeite genomen ze dicht te gooien na het overbrengen van de resten naar Java. In elk van die kuilen, zo viel me daar in, moet iemand hebben gelegen die ik kende; na een half jaar in een kamp van 2000 mensen kende je bijna iedereen tenminste wel van gezicht.