De I Tjing kiest de lens; Filmmaker Frank Scheffer over John Cage en het toeval

“De muziek van John Cage is vrije ruimte, is de natuur zelf, omdat die ook door toeval tot stand is gekomen,” zegt filmregisseur Frank Scheffer. Hij maakte 14 documentaires over Cage, waarvan opnames en montage eveneens onderworpen waren aan het toeval. De films zijn morgen in het Filmmuseum in Amsterdam te zien.

Muziek en visie - vier films van Frank Scheffer. T/m 15 nov. 19 en 21.30u Filmmuseum Amsterdam. A house full of music (and image): films van o.a. Frank Scheffer en muziek van John Cage door Ives Ensemble, Gene Carl en Frances-Marie Uitti. 11 nov. 12-24u Filmmuseum Amsterdam.

Het filmbeeld toont vier helikopters op het vliegveld Deelen, om half acht zondagmorgen, afgelopen zomer tijdens het Holland Festival. Ze zullen opstijgen om in Amsterdam te repeteren voor de wereldpremière van het Helicopter-streichquartet van Karlheinz Stockhausen. De helikopters staan daar in het groen, roerloos maar gespannen als reuzeninsekten. Dan opeens, maar eigenlijk nauwelijks merkbaar, beginnen alle rotoren langzaam rond te draaien.

Als ze op gang komen blijkt hun snelheid onderling wat te verschillen - het is fascinerend om die onderlinge verwarring te zien, zolang de toenemende snelheid dat nog toelaat. Maar ze begonnen op precies hetzelfde moment te bewegen, alsof de vier piloten buiten beeld een teken hadden gekregen van een dirigent. Regisseur Frank Scheffer zegt dat er géén dirigent was, dat niemand een teken gaf, dat er niets was afgesproken met de piloten, dat het toeval was dat de rotoren tegelijk begonnen te draaien. Het is toeval dat eruit ziet alsof het in het scenario stond, alsof het exact tegelijk starten van de rotoren misschien pas bij de zoveelste keer lukte.

De films van Frank Scheffer komen tot stand op basis van toeval en streng uitgevoerde, tevoren vastgelegde vormgevingsprincipes. Het toeval is geen 'echt' toeval - het is het toeval dat de Amerikaanse componist John Cage (1912-1992) gebruikte in zijn composities. Het toeval is gebaseerd op vragen, die worden gesteld aan het Chinese wijsheids- en wichelaarsboek I Tjing, het 'Boek der veranderingen', waarvan de oudste delen stammen uit de tiende eeuw voor Chr. .

Frank Scheffer (39) paste in de veertien films die hij maakte over John Cage, zijn muziek en projecten, dit toevalsprincipe toe bij het opnemen en monteren van beeld en geluid. Ook bij zijn documentaires over andere componisten - Schönberg, Stravinsky, Boulez, Stockhausen - paste Scheffer zijn filmstijl aan aan hun artistieke principes of aan de structuur van hun muziek.

De veertien Cage-films van Scheffer worden morgen vertoond in het Amsterdamse Filmmuseum. Tijdens het twaalf uur durende evenement House Full Of Music (And Image) wordt in alle zalen en ruimtes ook live muziek van Cage uitgevoerd. Verder worden de favoriete films van Cage vertoond en films uit het archief van het Filmmuseum die door Scheffer zijn geselecteerd op basis van het I Tjing-toeval. Door rond te lopen stellen de bezoekers 'toevallig' hun eigen programma samen - volgens hetzelfde idee waarmee Cage programma's maakte of zijn muziek 'toevallig' liet samenvallen met de choreografieën van Merce Cunningham.

De Cage-Scheffer-dag in het Filmmuseum en de vertoning van zijn complete Cage-oeuvre betekenen voor Frank Scheffer niet alleen een afscheid van zijn vriend Cage maar ook een definitieve breuk met hem. “John Cage is voor mij de belangrijkste inspiratie geweest, maar je moet je bevrijden van je leraar. Pierre Boulez schreef ook 'Schönberg est mort'. Ik ben geen discipel van Cage,dat wil ik ook niet zijn, net zomin als van Stockhausen of Boulez. Maar het verbreken van de band met Cage voelt toch als het doorsnijden van een navelstreng.”

Eisenstein

Frank Scheffer kwam in het begin van de jaren tachtig in aanraking met John Cage via het performance-duo Ulay en Marina Abramovic, bij wie hij in huis woonde. Scheffer was toen nog leerling aan de Filmacademie en op zoek naar een onderwerp voor een eindexamenfilm. Eerst koos hij de Amerikaanse componist Elliott Carter, wiens muziek werd uitgevoerd in het Holland Festival. Scheffer interviewde hem en filmde zijn concerten. “Toen hoorde ik over Cage. Ik ging naar hem toe en zei: 'Ik weet niets van u, vertel maar.'

“Wat Cage zei over zijn muziek en zijn werken met toeval was voor mij niet allemaal begrijpelijk. Maar ik begreep dat het interessant zou zijn om Carter en Cage tegenover elkaar te zetten: Carter, die elke noot eerst duizend keer omdraait voor hij hem neerzet, en Cage, die het toeval laat regeren. Het ging volgens het principe van Eisenstein, die vond dat het monteren van twee dingen meer oplevert dan de som der delen. Datzelfde had ik eerder gedaan bij een Academie-film over de regisseurs Wim Wenders en Francis Ford Coppola. Ik kreeg een diploma en verliet de academie met een koffer vol cassettes met interviews en opnamen van muziek van Cage en Carter. Ik dacht: hiermee ga ik de wereld in.”

Pas een paar jaar later, zo zegt Scheffer, begon hij werkelijk te doorgronden wat hij had meegemaakt. Hij monteerde een nieuwe versie van de Cage-opnamen onder de titel Time Is Music (1988). Volgens hetzelfde principe van tegenstelling als bij Carter en Cage maakte Scheffer ook een film over de architect Dom van der Laan (1905-1991), monnik en uitvinder van een streng maatsysteem, en de antroposoof Ton Alberts, ontwerper van de NMB-bank in Amsterdam en het Gasunie-kantoor in Groningen. “De cameravoering bij opnamen van Van der Laan en het door hem gebouwde benedictijner klooster in Vaals was heel strak, sober en rechtlijnig. Van der Laan spreekt zelf over muziek in dezelfde terminologie als over architectuur. Het gaat hem om de juiste maten en de goede onderlinge verhoudingen, de geordende gamma's van tonen en groottes. Verkeerde verhoudingen zijn vals, goede maten geven, net als zuiver gezongen muziek, integriteit.

“Ik heb voor de Van der Laan-beelden lang naar muziek gezocht en uiteindelijk bleek alleen Cage te passen. Elke muziek waar een menselijke, intellectuele intentie, een emotie of een vaste maatvoering achter zit, maakt kapot wat je aan soberheid ziet. Muziek van Cage is vrije ruimte, de natuur zelf, omdat die ook door toeval tot stand is gekomen. Bij de organische architectuur van Alberts was de cameravoering heel beweeglijk en weelderig wild. Wat ik wilde ging zover, dat een aantal cameralieden zei dat ze het niet konden of wilden uitvoeren. Toen heb ik dat zelf maar gedaan.”

Hexagram

Scheffer vertelt uitvoerig over de problemen met het realiseren van toevalsoperaties bij de vormgeving van zijn Cage-films. “Dat is behoorlijk delicaat, niet zoiets van 'doe maar wat', zoals vaak de indruk is die Cage wekt. Het is een gedisciplineerde manier van werken, waarin het stellen van de juiste vraag aan de I Tjing nog moeilijker is dan het maken van de juiste keuze. Ik heb er jaren over gedaan voor ik het gevoel had dat ik daar goed mee om kon gaan. Het gaat erom dat je zinvolle vooronderstellingen maakt, wat je in je keuze van beeld en geluid onderwerpt aan het toeval en wat niet. Alleen de vraag telt, niet het resultaat.

“Het werken met I Tjing gaat nu met behulp van een computerprogramma, dat als het ware met drie muntjes gooit en zo een hexagram oplevert, dat staat voor een getal. Ik gebruik van de I Tjing alleen de getallen, niet de symbolische woorden als bijvoorbeeld 'bekoorlijkheid', die je moet interpreteren. Het gevonden getal geeft via een tabel het antwoord op de gestelde vraag. Zo stel je bij voorbeeld vast hoe lang een filmstrook uit een bepaalde serie opnamen in de uiteindelijke film mag duren en op welke plaats die moet worden gemonteerd. Als je vijf lenzen hebt vraag je: geef me een getal tussen 1 en 5. Als het 4 is neem je de 40 mm-lens.

“Het tweede gedeelte van Time Is Music is een bij elkaar gegraaid aantal shots, die ik met behulp van het toeval achter elkaar heb gezet. Dat levert een aardige indruk op van de manier van werken van Cage, maar voor mij als filmmaker was het artistiek toch onbevredigend. Voor Cage zelf ook, trouwens. Maar Cage had volgens mij ook een andere reden: hij was bang dat hij naast de vakman Elliott Carter gezien zou worden als een clown. Het was een ijdel, paradoxaal gevoel van miskenning. Typisch Cage.

“Ik zat altijd met het conflict dat je bij een documentaire in de eerste plaats bezig bent met informatie-overdracht die een weloverwogen structuur vereist om begrijpelijk te zijn. Een documentaire is geen autonome kunst. Om me te bevrijden van Cage maakte ik Paying Attention (1995). Ik had me voorgenomen de film eerst te maken met toevalsoperaties, en als ik dan vast zou lopen, hem gewoon conventioneel af te werken. Ik dacht: ik laat me niet ringeloren door die theorie, ik moet gewoon een goede film maken.

“Ik dacht dat het interessant was om op basis van toeval te spelen met de synchroniteit van het geluid van de interview-uitspraken van Cage. Dat af en toe loskoppelen van beeld en geluid had ik doorgesproken met Andrew Culver, de assistent van Cage. Ik beloofde eerst beeld en geluid te monteren en dan pas de muziek eronder te leggen. Eerst was ik gefascineerd, omdat ik het elektronische geluid terugvond in het grafische van het beeld. Maar later hoorde ik heel weinig terug van de stukjes interview. Dat was een teleurstelling die ik niet kon verwerken. Het waren voor mij heel essentiële uitspraken van Cage over zijn muziek. Mijn ego speelde behoorlijk op!

“Ik belde Andrew op dat ik meer statements wilde monteren met toeval, maar dat vond hij tegen de afspraak. Uiteindelijk heb ik me eraan gehouden. In een discussie met het publiek na de première in Rotterdam werd me verweten gruwelijke dingen met Cage te doen. Ik stond wel principieel achter die film, maar ik kon hem niet verdedigen. Op dat moment sneed ik de band met Cage door. Ik wilde mijn eigen weg gaan.

“Ik heb altijd aan Cage gewerkt met de discipline van het toeval, om me te bevrijden van de smaak, mijn ego, mijn geheugen, noem maar op. Maar ik ben niet John Cage. Ik heb ook niet de taak en de missie die Cage had. Voor mij zijn er ook nog anderen. Carter, over wie ik nog een lange film ga maken, Mahler - ik heb dertig uur film gemaakt tijdens het Mahler Feest.

“Boulez zegt over Cage: 'Ik hou van zijn geest, maar niet van wat hij denkt'. Toch hou ik van Cage en zijn bevrijding van oude denkwijzen. We moeten nieuwe vormen en talen vinden, omdat we in deze tijd nieuwe middelen hebben. Maar tegelijkertijd moet je iets hebben dat structureert, zoals het systeem van Van der Laan. Beide zijn nodig voor de juiste balans.”