De 12 provinciën

Galerie De Schone Kunsten, Zocherstraat 1d, Haarlem. T/m 16 dec. Do t/m za 13-17u. Prijzen 1800 tot 5500 gulden.

Margriet Smulders richt zich op het goede van Nederland; Henk Metselaar richt zich op alles, van plastic vorkjes tot de hoed van Beatrix. Voorwerpen die het waarschijnlijk nooit eerder tot een schilderij hebben gebracht, zoals een flesopener in de vorm van een dolfijn of een kaars in de vorm van een roos, werken mee aan een groot, ironisch portret van Nederland. Metselaar (Limmen, 1946) toont in galerie De Schone Kunsten in Haarlem de eerste resultaten van een ambitieus project, dat in 2004 144 schilderijen moet hebben opgeleverd, 12 schilderijen uit elk van de twaalf Nederlandse provincies. Elke maand bezoekt Metselaar met vijftig gulden op zak een plaats in Nederland: van Purmerend in Noord-Holland, waar hij in 1993 begon, tot Born in Limburg, van Zuidzande in Zeeland tot Leek in Groningen. Genre, kleur en grootte van het nog te maken schilderij is dan al bekend; in een vaste volgorde schildert hij landschappen, portretten en stillevens, die weer onderverdeeld zijn in subcategoriën. Ook staat er op elk schilderij een naam als Coppus, Hoeben of Overal, die Metselaar uit het desbetreffende telefoonboek plukt. Ter plaatse neemt Metselaar foto's, raapt voorwerpen van de grond (de plastic vorkjes) of stapt een winkel binnen en koopt iets van zijn kleine budget.

Op zijn atelier brengt hij indrukken en aankopen onder in een raster, erfenis van Metselaars abstracte periode. Dat deze strenge methode nog ruimte biedt aan een veelvoud aan onderwerpen, tonen 7 van de 34 al gemaakte schilderijen die nu in De Schone Kunsten te zien zijn. Op nieuwjaarsdag van dit jaar toog Metselaar naar Ruinerwold; op het schilderij zijn vooral verpakkingen van vuurwerk te zien, en een stukje van een zilveren kerstslinger. Fijn geschilderd zweven ze op een diepblauwe achtergrond tussen de zwarte en bruine lijnen van het raster. Het schilderij over de stad Groningen toont kunstwerken uit het Groninger Museum, een bezoek aan Renswoude leverde acht knuffeldieren op; Ter Apel was goed voor een brug, een tractor, een boot en het groene mannetje uit het stoplicht. Veel couleur locale heeft het project nog niet opgeleverd. Metselaar lijkt vooral de gruwelijke uniformiteit van Nederland te willen tonen, waar in elk dorp een Blokker en een Hema gevestigd is. Zijn fijne, maar ongedetailleerde manier van schilderen helpt hem daarbij; de door hem weergegeven voorwerpen lijken geen voorwerpen, maar tekens zoals die in ouderwetse atlassen staan afgebeeld; een korenaar staat voor zoveel tonnen graan, een boortoren voor olie en een kleerhangertje voor de kledingindustrie. Metselaar werkt aan een kaart die in 2004 zal laten zien met hoeveel schoon- en lelijkheid de Nederlandse Hoebens, Coppussen en Overals zich omringen.