Brazilië betaalt hoge prijs voor hervorming

RIO DE JANEIRO, 10 NOV. Op het eerste oog staat de Braziliaanse economie er uitstekend voor: de gierende inflatie van 50 procent per maand die het land midden vorig jaar nog teisterde is tot een procent op maandbasis gedaald. De handelsbalans laat voor het eerst in acht jaar een positief saldo zien. Investeerders keren terug en de buitenlandse deviezenreserve staat op een recordhoogte.

Vooralsnog hebben de macro-economische gegevens echter niet geleid tot tevredenheid onder de Braziliaanse bevolking. Het nieuwe economische stabiliseringsprogramma voor de Braziliaanse economie wordt door zakenmensen en vakbonden met een opmerkelijke eensgezindheid veroordeeld. Zij vrezen dat het stringente fiscale en monetaire beleid Brazilië in een nieuwe recessie zal storten.

Er zijn veel punten van kritiek, maar over eén ding zijn de critici het eens: Brazilië betaalt een hoge prijs voor de beteugeling van de inflatie en de afbraak van handelsbarrières die de buitenlandse concurrentie generaties lang op afstand hebben gehouden.

In Sao Paulo, het hart van de Braziliaanse economie, hebben sinds mei van dit jaar 115.000 werknemers hun baan verloren. Een vergelijkbare golf van ontslagen is in de afgelopen vijf jaar niet meer voorgekomen.

Mercedes Benz stuurde in september 1600 werknemers de laan uit, een tiende van het werknemersbestand van de produktielijnen voor vrachtwagens en autobussen in Sao Paulo. General Motors en Ford hebben vergelijkbare reorganisaties doorgevoerd. De ontslagen komen hard aan in een land waar de helft van de 64 miljoen arbeidkrachten geen of een onvolledige betrekking heeft.

Volgens de officiële statistieken ligt het werkloosheidspercentage tussen de vijf en zes procent, maar de vakbonden houden het op het dubbele. De industriële produktie daalde in de eerste zeven maanden van dit jaar met 13 procent.

Recentelijk zetten kleine ondernemingen en vakbonden hun meningsverschillen opzij voor de ondertekening van een kritisch manifest. “De politiek is de weg ingeslagen naar een brede recessie”, concludeerden de Braziliaanse vakbonden en ondernemers. “Alle Brazilianen streven naar stabiliteit, maar die stabiliteit hoeft niet tegen elke prijs gerealiseerd te worden”, aldus het manifest. “Een stabiele munt is zinloos wanneer een hoge werkloosheid, honger en ellende daarvan het gevolg is.”

Ook de boeren zijn ontevreden. De hoge rente en de stagnerende prijzen hebben de landbouwsector een recordverlies opgeleverd van tien miljard dollar. Gezien dit miljardenverlies is het onwaarschijnlijk dat de recordoogst van dit jaar in 1996 geëvenaard kan worden.

Gesteund door de overwaardering van de real, de Braziliaanse munteenheid, kunnen buitenlandse produkten agressief concurreren op binnenlandse markten. Importgoederen waren jarenlang een luxe die alleen de gegoede klasse zich kon veroorloven. Tegenwoordig worden merken als Mitsubishi en Honda geassocieerd met de Braziliaanse middenklasse. Zelfs de voetballen worden niet meer in Brazilië gefabriceerd. De viervoudig wereldkampioen importeert ballen uit Pakistan die ongeveer de helft goedkoper zijn dan het lokale produkt.

Veel Brazilianen zien de torenhoge rente als een belangrijke boosdoener. Met een reële rente van boven de 34 procent is het Braziliaanse investeringsklimaat ideaal voor korte termijn investeerders, maar een hel voor kleine bedrijven die geld nodig hebben.

“Iedereen kan zich voorstellen dat het terugbrengen van de inflatie van vijfduizend procent per jaar tot 16 procent op jaarbasis met pijn en moeite gepaard gaat”, zegt minister van financiën Pedro Malan. Volgens Malan stevent Brazilië echter niet af op een recessie. “Het is onzin om daarover te spreken zolang er een economische groei van vijf procent wordt voorspeld”, vindt hij.

Hoge ambtenaren betogen dat de ontslagen het onvermijdelijke gevolg zijn van de modernisering van het land. De autoproducenten hadden in 1992 122.600 werknemers in dienst om 1.095.000 auto's te produceren. Vorig jaar werden 1.634.900 auto's vervaardigd met 121.400 arbeidskrachten. Malan voorspelt dat de rente in de toekomst omlaag kan, maar dan wel langzaam. Een nieuwe koopgolf onder consumenten zou het zevende inflatieplan binnen acht jaar van de Braziliaanse regering om zeep kunnen helpen.

Ook de overheid zelf is slachtoffer van de hoge rentetarieven. De centrale bank is verplicht de aanzwellende stroom dollars die het land binnenstroomt voor een groot deel op te kopen om de inflatie te drukken. Als gevolg daarvan is de binnenlandse schuld van Brazilië explosief gestegen van 64,2 miljard dollar in december vorig jaar tot 96,8 miljard augustus jongstleden. De regering beschouwt het aanzwellende overheidstekort als de prijs die moet worden betaald voor het temmen van de inflatie die het land dertig jaar teisterde. “De binnenlandse schuld is aanzienlijk”, erkent president Edmar Bacha van de nationale investeringsbank. “Maar het blijft beheersbaar.” (AP)