Bouwers tegen plan voor flatwoningen

ROTTERDAM, 10 NOV. De moderne, kritische huizenkoper moet bepalen welke woningen er nog gebouwd moeten worden, en niet de rijksoverheid noch de bouwondernemers. De voorkeur van de potentiële klanten gaat onmiskenbaar uit naar duurdere koopwoningen met een tuin in buitenwijken met veel groen.

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB), ing. J. Kuiper, waarschuwde zijn leden voor de risico's die zij lopen als het woningbouwbeleid wordt gevolgd zoals minister De Boer (volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) dat voorstaat.

Op de jaarvergadering van zijn organisatie in Zeist nam Kuiper gisteren scherp stelling tegen de voorkeur van de minister voor het bouwen in hoge dichtheden in de steden en aan de randen daarvan. Hij waarschuwde tegen de voorkeur van het rijk voor flatwoningen en het geforceerd tegengaan van de bouw van eengezinswoningen in aantrekkelijke, ruim opgezette woonwijken.

De NVB en het onderzoeksinstituut OTB van de Technische Universiteit Delft hebben de woonwensen onderzocht van potentiële kopers met een inkomen boven de 50.000 gulden bruto per jaar. In totaal gaat het voor Nederland dan om zo'n half miljoen huishoudens. Uit dit marktonderzoek 'Huizenkopers in profiel' blijkt een absolute voorkeur voor een eengezinswoning (94 procent) en als gewenste woonwijk scoort het centrum van de stad 4 procent, de rand van de stad 34 procent, en de kleinere gemeente 46 procent. De resterende 14 procent wil landelijk wonen, buiten de bebouwde kom. Uit het onderzoek blijkt volgens Kuiper glashelder dat de Nederlandse woningbouwers ernstig rekening moeten houden met deze wensen. De komende jaren wordt dit marktonderzoek voortgezet en in detailonderzoeken, uitgesplitst naar regio's en naar grote stadsgewesten.

Kuiper zette de gegevens uit het onderzoek af tegen de bouwopgave in de komende tien jaar. In het jaar 2005 moeten er nog 850.000 woningen worden gebouwd, met een zwaar accent op de VINEX-lokaties (Vierde Nota ruimtelijke ordening extra), de plaatsen die volgens de overheid in de eerste plaats in aanmerking komen voor gestapelde bouw in hoge dichtheden.

De NVB-voorzitter bestreed dat Nederland vol is, waarbij hij wees op het grote ruimtebeslag voor agrarische doeleinden, ook in de Randstad. Hij brak in dit verband een lans voor “een prima en vooral praktisch alternatief” dat is aangedragen in een ambtelijke nota van het ministerie van verkeer en waterstaat 'Verstedelijking en mobiliteit'. Daarin wordt gepleit voor het bouwen bij spoorlijnen, onder andere in de ring om het Groene Hart en gedeeltelijk in het Groene Hart zelf.

De NVB is een vereniging van 140 bedrijven die op jaarbasis met 15.000 werknemers 6 à 7 miljard gulden omzetten, vooral in de utiliteitsbouw en de woningbouw. Het aandeel van de NVB-leden op de koopwoningmarkt ligt ruim boven de vijftig procent.