Zelfkritiek KLM

De internationale luchtvaartwereld is zeer klein. Topfunctionarissen van grote luchtvaartmaatschappijen ontmoeten elkaar voortdurend. Ze hebben zoveel onderlinge contacten, dat ze goed geïnformeerd zijn over elkaars strategieën. Die strategieen veranderen echter in zo'n hoog tempo dat de kennis over concurrenten snel veroudert en de eigen toekomstverwachtingen doorlopend moeten worden aangepast.

De KLM-directie ging er tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering in augustus nog vanuit dat de situatie bij de Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen stabiel was en dat er van grote fusies voorlopig geen sprake zou zijn. Bij het denken over mogelijke nieuwe allianties in de luchtvaart kon men zich geheel op Europa richten. Nog geen drie maanden later is de Amerikaanse situatie zo ingrijpend veranderd dat de KLM-top toekomstige combinaties van luchtvaartmaatschappijen voor mogelijk houdt die kortgeleden nog ondenkbaar waren.

De Amerikaanse partner van KLM, Northwest, kan betrokken raken bij fusies in de Verenigde Staten. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de huidige samenwerking tussen KLM en Northwest. Maar er zijn ook veel omvangrijker veranderingen mogelijk. Zo wordt de kans niet uitgesloten dat KLM samen met Northwest, British Airways en American Airlines een groep vormt, nadat de huidige Amerikaanse partner van British Airways, USAir, door een Amerikaanse concurrent is overgenomen.

Enkele jaren geleden meende de KLM-directie dat het absoluut noodzakelijk was om te komen tot een samenwerking met een andere Europese luchtvaartmaatschappij. Er werd een snelle concentratie binnen de Europese luchtvaart verwacht. De KLM deed een vergeefse poging om samen te gaan met British Airways. Inmiddels is de Europese concentratie tendens vertraagd als gevolg van de staatssteun die nationale luchtvaartmaatschappijen in verschillende landen hebben ontvangen. Bovendien heeft de KLM de financiële positie in enkele jaren belangrijk verbeterd. Nu heet samenwerking met een Europese partner niet meer noodzakelijk, maar wenselijk.

Als het gaat om een Europese partner, gaan bij de KLM de gedachten nog steeds allereerst uit naar British Airways. Men voelt zich meer verwant voelt met de Britse manier van zakendoen dan met zakentradities in veel andere Europese landen. Succesvolle Brits-Nederlandse samenwerking binnen Unilever, Shell en Reed Elsevier, wordt bij de KLM als een stimulerend voorbeeld gezien.

Mocht het opnieuw tot gesprekken over samenwerking met British Airways komen, dan is de veronderstelling dat de KLM vanuit een veel comfortabeler positie kan onderhandelen dan in 1991 het geval was. De KLM-directie is minder gehaast en kan meer eisen stellen als gevolg van de vertraging van de Europese concentratie en de verbeterde financiële omstandigheden.

Toch verloopt niet alles op rolletjes binnen de KLM. De directie van de luchtvaartmaatschappij heeft zelfkritiek als het gaat om de relatie met de piloten. Een conflict over salarissen dreigt een loopgravenoorlog te worden. Bij de KLM-top is de indruk dat die situatie het gevolg van een verwijdering tussen de piloten en de onderneming. Jarenlang zou deze belangrijke beroepsgroep teveel aan zichzelf zijn overgelaten. De vliegers zouden te weinig te horen hebben gekregen hoe belangrijk zij zijn voor de onderneming. Er zou onvoldoende zijn gezegd dat niet slechjts de hoogte van hun salarissen van belang is voor de concurrentiepositie van de KLM. De vliegers had ook meer verteld moeten worden dat zij aan het succes van de KLM bijdragen door een betere kwaliteit te leveren dan die van collega's bij veel andere luchtvaartmaatschappijen.

Bij de KLM-top wordt aangenomen dat de vliegers onder druk staan van internationale pilotenorganisaties om te weigeren financieel een stap terug te doen. De angst zou bestaan dat als de KLM-vliegers salaris inleveren, ook andere luchtvaartmaatschappijen zullen proberen inkomens van piloten omlaag te brengen. Aan de andere kant zou tot de harde confrontatie bij het salarisconflict ook zijn bijgedragen door een soms krampachtig optreden van de KLM-leiding.

De vraagtekens die de Rijksluchtvaartdienst (RLD) onlangs heeft geplaatst bij de door de KLM gevolgde procedures voor het onderhoud van vliegtuigen, zijn bij de luchtvaartmaatschappij hard aangekomen. Weliswaar is de kwaliteit van het onderhoud niet door de RLD ter discussie gesteld, maar de KLM-top is vanmening dat deze deuk in het betrouwbare imago voorkomen had moeten worden. De zaak zou overigens niets te maken hebben met kostenbesparingen, maar het gevolg zijn van een wijziging van de organisatie van de technische dienst. Na de opmerkingen van de RLD heeft de KLM de procedures dadelijk gecorrigeerd.