VS: Powell geen kandidaat voor presidentschap

WASHINGTON, 9 NOV. De gepensioneerde generaal Colin Powell stelt zich niet kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1996.

Powell, die volgens opiniepeilingen een goede kans zou maken, zei gisteren dat hij nog niet de noodzakelijke “toewijding en hartstocht” voor de politiek voelt. Ook een nominatie voor het vice-presidentschap sloot hij uit.

De voormalige voorzitter van de verenigde chefs van staven deed zijn bekendmaking samen met zijn vrouw Alma, die tegen een kandidatuur van haar man was. Hij zei dat de gevolgen van deelname aan de verkiezingscampagne voor zijn gezin een rol hebben gespeeld bij zijn besluit. “Het zou offers en veranderingen in ons leven vereisen die we nu moeilijk kunnen maken”. De vrees voor een aanslag op zijn leven, die zijn vrouw een paar weken geleden uitte, was niet doorslaggevend geweest.

Powell kondigde aan lid te worden van de Republikeinse partij. Hij sloot niet uit dat hij zich later nog eens in de strijd om het presidentschap zal werpen. “De toekomst is de toekomst.”

Met zijn verklaring maakte de 58-jarige generaal een eind aan maandenlange speculaties over zijn politieke ambities. Vooral de publikatie van zijn autobiografie My American Journey, in september, maakte een golf van publiciteit los. De afgelopen twee weken voerde Powell veel gesprekken met vrienden en politieke geestverwanten, onder wie ex-president Bush, over zijn kansen en de voor- en nadelen van een politieke carrière. Comités van aanhangers van de generaal hadden zich al gevormd om zonodig meteen te beginnen met een campagne voor hem.

Aanvankelijk had Powell aangegeven zich bij geen van beide politieke partijen thuis te voelen, maar de afgelopen weken was steeds duidelijker geworden dat hij overwoog mee te dingen naar de Republikeinse nominatie. De conservatieve vleugel van die partij kondigde vorige week fel verzet aan tegen een kandidatuur van Powell, die zich heeft uitgesproken voor een zekere beperking van vuurwapenbezit, voor vormen van positieve discriminatie en tegen een verbod op abortus. Hij omschreef zichzelf als “een fiscale conservatief met een sociaal geweten”. Het Republikeinse Contract met Amerika vond hij op sommige punten “te hard”.

Volgens opiniepeilingen was Powell de enige Republikeinse kandidaat die kans maakte president Clinton te verslaan. De voorzitter van de Republikeinen in de Senaat, Robert Dole, is nu de koploper onder de Republikeinse kandidaten. De voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Newt Gingrich, wachtte met een besluit over een eventuele eigen kandidatuur voor het presidentschap op Powell. Als die zich wel in de strijd geworpen had, zou Gingrich in elk geval niet hebben meegedaan.

Als zoon van immigranten uit Jamaïca groeide Powell op in de Bronx in New York. Hij was de eerste zwarte Amerikaan die de hoogste post in het leger bekleedde. Hoewel zijn populariteit onder blanke Amerikanen tot nu toe groter leek te zijn dan onder zwarten, werd gehoopt dat hij als verzoener de gespannen raciale verhoudingen in Amerika zou kunnen verbeteren.

Powell kreeg nationale bekendheid ten tijde van de Golfoorlog. Als voorzitter van de verenigde chefs van staven adviseerde hij de toenmalige president Bush aanvankelijk om niet over te gaan tot het aanvallen van het Iraakse leger. Hij kreeg daardoor de naam een militair te zijn die met tegenzin ten strijde trekt, een reputatie die hij graag bevestigde. Zijn voorzichtigheid bracht hem er ook toe de afgelopen weken de beslissing die hij “de belangrijkste in mijn leven” noemde pas na lang wikken en wegen te nemen.

Campagnes voor het presidentschap in de Verenigde Staten vereisen doorgaans een lange voorbereidingstijd en veel financiële middelen. Maar Powell meende dat hij in de drie maanden die hem nog restten tot de eerste voorverkiezingen voldoende tijd had om in het land een campagne-organisatie op te zetten en geld in te zamelen. Hij zou alleen al voor de voorverkiezingen een bedrag van 15 tot 20 miljoen dollar nodig hebben gehad, terwijl volgens de Amerikaanse wet individuele giften niet groter mogen zijn dan 1000 dollar. Powell is in goede doen, maar niet zo rijk dat hij uit eigen middelen een campagne had kunnen financieren - zoals de Ross Perot in 1992 heeft gedaan.