Vechter Jan Rijsdijk houdt het dit keer gezellig

Vier jaar geleden verkocht Jan Rijsdijk zijn stuwadoorsbedrijf Interstevedoring aan zijn grootste concurrent HES Beheer. Binnenkort zal hij in de Rotterdamse haven kranen opbouwen voor de export. “De hele wereld zal weten dat ik in de kranen zit.”

ROTTERDAM, 9 NOV. “Ik ben een soort boemerang”, zegt Jan Rijsdijk op zijn kantoor aan de Waalhaven in Rotterdam-Zuid. “Ik kom keer op keer terug. Ik kan niet anders. Ik ben een ontzettende douwer. Een streber. Een ondernemer die alleen winst wil maken. Ik zal en moet winst maken.”

Jan Rijsdijk (52) is weer eigen baas. De voormalige stuwadoor in de Rotterdamse haven nam vorig jaar december de holding Figee Beheer over. De toenmalige eigenaar H.N.M. Nefkens zocht een opvolger voor het Haarlemse familiebedrijf. De kranenbouwer Figee Beheer leed in de afgelopen vier jaar een recordverlies van circa dertig miljoen gulden. Als stuwadoor bouwde Rijsdijk een “innige relatie” met de kranenbouwer op. In 1978 liet hij er voor het eerst een drijvende kraan bouwen en in de jaren tachtig bouwde Figee alle kranen voor zijn stuwadoorsbedrijf Interstevedoring.

Bijna een jaar is Rijsdijk nu met de Figee-groep “bezig”. De holding bestaat uit de kraanbouwbedrijven Figee en NKM, het service-bedrijf NSI in Haarlem en het kraanbouwbedrijf BM Titan in het Belgische Boom.

Vijfentwintig man personeel vertrok de afgelopen maanden “geruisloos” met een premie in de hand. Er is gereorganiseerd, het acquisitiebeleid is aangescherpt en er is veel geïnvesteerd in nieuwe technieken zoals lasrobots. De maatregelen hebben effect. De omzet is bijna verdubbeld van ongeveer 52 miljoen gulden in 1994 tot ruim 100 miljoen nu. Het verlies van 16 miljoen gulden vorig jaar is weggewerkt tot “een heel klein verliesje” van enkele tonnen.

In de ogen van sommige collega-ondernemers is Rijsdijk eigenwijs, emotioneel en een individualist. Bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam noemt men hem “een man met een creatieve geest”. Hij staat bekend om zijn opvliegende temperament, en inderdaad heeft hij onder het praten de gewoonte om de belangrijker punten te benadrukken. Hij geeft dan met de vlakke hand een enorme klap op de tafel.

Als zoon van een vrachtwagenchauffeur groeide Rijsdijk op in een pover arbeidersmilieu in het Oude Westen van Rotterdam. Op zijn veertiende leerde hij de haven kennen als fietsjongen voor een cargadoorsbedrijf. Hij werkte zich op door “hier en daar wat cursussen te volgen”, liep rond op controle- en expeditie-afdelingen van havenbedrijven en begon op zijn tweeëntwintigste voor zichzelf.

Met een startkapitaal van vijfhonderd gulden en een paar medewerkers zette hij een stuwadoorsbedrijf op. Hij deed naast stukgoed (balen, dozen, kratten) vanaf 1972 ook in de bulkoverslag, maar hij kwam in financiële problemen toen de container aan populariteit won. In 1980 werd Rijsdijk gedwongen het stukgoed af te stoten. “Ik had het daar moeilijk mee. Mijn adviseurs en de banken zeiden: 'Jan, je moet met dat stukgoed stoppen. Daar ga je aan kapot'.” Maar ik heb het tot de laatste snik volgehouden. Want ik vond het verschrikkelijk mensen te moeten ontslaan die al vijftien jaar voor me werkten.”

Met het afstoten van het arbeidsintensieve stukgoed werd Rijsdijks bulkoverslagbedrijf een kapitaalintensieve onderneming. De naam van het bedrijf kreeg een internationaal tintje: Interstevedoring. Het groeide uit tot een geavanceerd overslagbedrijf met ruim honderd man personeel, drijvende kranen, drijvende weegtorens en elevatoren. Interstevedoring kon door de moderne lostechnieken tegen “zeer concurrerende prijzen” in het hele Rotterdamse havengebied opereren.

Eind jaren tachtig expandeerde het bedrijf op de markt van de droge bulkoverslag (ertsen en granen). Het moest toen fel concurrereren met gevestigde overslagbedrijven als de Graan Elevator Maatschappij (GEM) en de Koninklijke Frans Swarttouw. De strijd ging gepaard met een tarievenoorlog. Vakbonden en politiek omschreven die destijds als “desastreus” voor de Rotterdamse haven. Werkgelegenheid zou erdoor op het spel staan en het zou de verhoudingen in de haven ernstig vertroebelen.

“Er moest een oplossing komen voor de concurrentiestrijd”, zegt Rijsdijk bijna vijf jaar na dato. Samen met de investeringsgroep HAL, de vroegere Holland Amerika Lijn, beraamde hij in 1990 plannen voor de overname van HES, het moederconcern van de GEM en Swarttouw. De onderhandelingen liepen spaak toen Rijsdijk afhaakte. Hij twijfelde aan zijn capaciteiten om aan één groot Rotterdams bulkoverslagbedrijf leiding te geven.

“Ik zag die 1.400 medewerkers van HES en die honderd van Interstevedoring. Ik zag de bureaucratie bij HES Beheer, ik zag de politieke en de vakbondsbelangen. Toen dacht ik: 'dit is geen haalbare kaart. Je succes zou wel eens omgezet kunnen worden in een afgang'. Want ik ben geen bureaucraat. Ik ben heel praktisch, heel direct.”

De oplossing voor de moordende rivaliteit kwam in september 1991 toen Interstevedoring voor bijna 100 miljoen gulden werd ingelijfd door HES Beheer. “Ik heb het daar enorm moeilijk mee gehad”, vertelt hij. “Driekwart jaar heb ik het woord 'haven' of 'Interstevedoring' niet in mijn mond kunnen nemen. Dan brak het zweet me uit. Ik heb een zeilboot gekocht en ben over de wereld gaan reizen. Twee jaar achtereen. Ik heb in het Verre Oosten gezeten. China, Indonesië, India. Ik heb goed rondgekeken en zag de business daar. Ik ging op zoek naar mijn mogelijkheden. Want het Verre Oosten is een gigantische markt voor de komende vijfentwintig jaar.”

Op 20 december 1994 nam Rijsdijk de holding Figee Beheer over, nadat hij zich ervan had overtuigd dat er zowel in Europa, Zuid-Amerika als in het Verre Oosten een afzetgebied voor havenkranen bestaat. Veel havens moeten in de nabije toekomst worden gemoderniseerd en kranen blijven nodig bij de overslag van goederen uit schepen.

De holding Figee Beheer is inmiddels omgedoopt tot 'Rijsdijk Intergroup', die begin dit jaar zijn kantoor opende, middenin de Rotterdamse haven. In de produktiebedrijven Figee in Haarlem en BM Titan in Boom worden alle soorten havenkranen gebouwd: drijvende grijperkranen, mobiele havenkranen en containerkranen. De concurrentie van Chinese, Japanse en Zuidkoreaanse kranenbouwers is groot, weet Rijsdijk. “Je hebt in de wereld misschien twintig vooraanstaande kranenbouwers. We staan nu bij de eerste tien. Maar ik wil hoger die top in. Ik wil als het even kan marktleider worden. Over drie jaar moeten de bedrijven in Boom en Haarlem goed renderend zijn.”

Figee en BM Titan leveren inmiddels kranen aan klanten in het Verre Oosten, Europa, Zuid-Amerika, Afrika en Australië. Rijsdijks strategie: “Voor mij is het de klant die bepaalt, ik bepaal niets. Ik ben een dienstverlener. Altijd geweest. In al mijn beroepen die ik heb gedaan. Nu ben ik wel producent, maar weer in de dienstverlening. Ik geef mijn klanten advies waar ze het beste inkunnen investeren. Kijk met hun ogen naar het produkt, omdat ik altijd opdrachtgever ben geweest. Ik streef naar een hele efficiënte aanpak van de produktie, continue verbetering van het produkt en via publiciteit in de vorm van advertenties en beurzen manifesteren we ons wereldwijd. We staan nu in Cuba, we waren in Helsinki en in Rotterdam. Wij laten de wereld ons gezicht zien.”

Kijkend naar de afzetgebieden in het Verre Oosten wil Rijsdijk daar een deel van zijn kranenbouw onderbrengen. “Met het Indonesische staatsbedrijf Barata hebben we onlangs een memorandum of understanding getekend. Barata gaat in opdracht van de Rijsdijk-groep voor de Indonesische markt kranen bouwen. Al duurt het nog wel een jaar voordat de samenwerking echt van de grond zal komen. Rotterdam blijft de thuismarkt. Daar mag je nooit overheen stappen.”

Naast de activiteiten van de Intergroup concentreerde Rijsdijk zich het afgelopen jaar op het door hem opgerichte EQ Trade, een bedrijf dat handelt in gebruikte havenkranen. “We kopen oude havenkranen op van onder meer nieuwe klanten, knappen de kranen op en zetten ze weer in de etalage”, verklaart hij. Dit 'hergebruik' van oud havenmaterieel heeft volgens Rijsdijk ecologische voordelen. Ook stelt het kleine bedrijven en landen met een klein budget in staat “een goed stuk tweedehands gereedschap te kopen”.

Van het stuwadoren heeft Rijsdijk nooit afscheid kunnen nemen. “In mijn hart ben ik nog honderd procent stuwadoor”, zegt hij. Hoewel hij van het stuwadoren in westelijk Europa volgens afspraak nog zes jaar moet afblijven, begint Rijsdijk binnenkort wel in India, China, Indonesië en Zuid-Amerika. “De onderhandelingen lopen nog. Maar een aantal definitieve opdrachten voor een groot aantal jaren ligt klaar.”

Ook wil hij binnenkort in de Rotterdamse haven zijn opwachting maken met een eigen kade en terrein voor het opbouwen van exportkranen. Als stuwadoor probeerde Rijsdijk jarenlang vergeefs een eigen kade te verwerven. Nog steeds beweert hij dat zijn toenmalige concurrenten het Gemeentelijk Havenbedrijf zo manipuleerden dat hij geen eigen locatie aan wal kreeg. “Ik ben in het Rotterdamse havengebied op zoek naar een plaats waar ik nieuwe kranen voor de export kan afbouwen. De kraan komt namelijk in stukken in bijvoorbeeld Rotterdam aan. Daar wordt ze ter plekke gemonteerd en naar de klant verscheept. Figee en BM Titan hebben andere opbouwlocaties nodig. In Rotterdam bouw ik nu de kranen op in de Merwehaven, op een ponton. Dat is geen ideale situatie. Ook BM Titan moet een andere opbouwlocatie hebben, bijvoorbeeld aan de Schelde. In Rotterdam heb ik al ergens het oog op laten vallen. Dat zal het nodige stof doen opwaaien. Maar het wordt niet zo'n gevecht als vroeger. We houden het gezellig.”