Twee regisseurs buigen zich over zelfde jeugdtheatertekst; Prins vermomd als monster

Voorstelling: Dag monster. Tekst: Pauline Mol. vanaf 8 jaar. In de regie van Ireen Kolenberg bij Tryater. Spel: Lilian van Bennekom, Janneke Bergsma en Lyan van der Meulen. Gezien: 3/11, Van Royenschool Schoonoord. Info: 058-882335. In de regie van Inèz Derksen. Spel: Wieky de Boer, Heleen Hummelen en LouLou Rhemrev. Gezien: 4/11, Polanentheater Amsterdam. Info: 020-6230623.

Begin 1987 zag ik Dag monster voor de eerste keer. Het was een overrompelende, spraakmakende voorstelling, waarmee het toneelschrijftalent van Pauline Mol werd bevestigd en waarin Liesbeth Coltof zich aandiende als jeugdtheatermaker van belang. Dat een jeugdtheatertekst na jaren opnieuw geënscèneerd wordt is weinig gebruikelijk, maar dat dat door twee regisseurs tegelijkertijd gebeurt, is bij mijn weten uniek.

Net als Walt Disney's The beauty and the Beast is Dag monster gebaseerd op het achttiende eeuwse sprookje La Belle et la Bête. Natuurlijk zette Disney de geschiedenis naar zijn hand met een aantal zelf bedachte figuren en een aandoenlijke verzameling levend huisraad, maar de kern van het filmverhaal - door de liefde van een argeloos meisje krijgt de in een monster betoverde prins op het laatste nippertje zijn ware gedaante terug - is ook in het theater terug te vinden. Pauline Mol bleef veel dichter bij het Franse vertrekpunt en licht speciaal de verhouding vader-dochter uit. Precies als in Shakespeare's King Lear zijn de twee oudste zusjes inhalige krengen en is de jongste een argeloos kind, dat niet meer verlangt dan haar vaders liefde. Tot een andere man ondanks zijn monsterachtig voorkomen de genegenheid van het meisje weet te winnen en de vader een stapje terug moet doen. Het is het oude liedje van de angst voor de seksualiteit en het volwassen worden, dat vooral Freud als muziek in de oren klonk en dat door Mol met allerlei symboliek goed hoorbaar door haar stuk is heen geweven. Zo is er een fragment waarin de zorgvuldig kijkende volwassene de eerste menstruatie verbeeld kan zien.

Toch gaat het hier niet om een psycho-analytisch kluifje voor grote mensen. Echt voor kinderen is het sprookje met dat beangstigende, maar tegelijkertijd intreurige monster, dat gode zij dank nog een lang en gelukkig leven als welgeschapen prins tegemoet gaat. Het bijzondere van Dag monster is dat dit sprookje niet rechtlijnig van 'Er was eens' tot en met 'en ze leefden nog' verteld wordt. De schrijfster wil niet alleen de wereld van opgroeiende jonge vrouwen verbeelden, maar ook de wereld van 'net alsof', die zowel van kinderen als van het theater is. Drie actrices schieten in en uit rollen en verkledingen, zijn afwisselend vader, dochter, prins, monster of verteller. 'Ik was eens een meisje', luidt de mooie beginzin van de jongste dochter en wanneer het verhaal de verkeerde kant op gaat omdat een van de actrices aan de opgeroepen werkelijkheid dreigt te bezwijken, wordt het stop gezet en hernomen in een nieuwe rolbezetting.

Beide voorstellingen zijn een vreugde om naar te kijken. Bij Ireen Kolenberg is de toon in alle opzichten kinderlijker dan bij Inez Derksen. De verkleedkist en het schitterende decor zijn nadrukkelijk aanwezig en er wordt op een grappige manier richting zaal gespeeld. Bij Inez Derksen is de voorstelling kaler en minder ingevuld, meer gestileerd en 'sophisticated'. Vooral de bijna terloopse behandeling van de lang niet altijd eenvoudige, soms over-poëtische tekst is bewonderenswaardig. Zowel de ene als de andere cast bewijst vooral de blijvende kracht van een stuk, dat als een van de eerste een plaats verdient op de nog steeds niet bestaande lijst van klassieken binnen het Nederlandse jeugdtheater.