Russische beer sterker dan ooit

Westerse natuurbeschermers maken zich vaak zorgen over de natuur achter het voormalige IJzeren Gordijn: de natuurbescherming in het voormalige Oostblok stelt niet veel meer voor. Maar door de geweldige ruimte valt het met de schade nogal mee.

Terwijl de resterende Westeuropese beren zich op verschillende plaatsen in een crisis bevinden of zich hooguit voorzichtig herstellen, staat de Russische beer nog stevig op de poten. Hij staat er zelfs beter voor dan lange tijd het geval was. 'In Rusland hebben we nu meer beren dan vijftig jaar geleden, en hun verspreidingsgebied is groter dan dat in de vorige eeuw.' Aldus Igor Chestin, onderzoeker aan de staatsuniversiteit van Moskou en medewerker van het Wereld Natuur Fonds, onlangs op bezoek in Nederland.

'In de dynamiek van mens-beer relaties zitten we nu in een erg gunstig stadium. In de jaren tachtig zagen we een toename in aantallen en uitbreiding van het verspreidingsgebied in Rusland. De laatste schatting voor het land kwam uit op 125 duizend dieren. Dat is een mooi aantal, vergeleken met de tachtigduizend van de jaren zestig. Zelfs in het Europese deel komen ze weer terug. Waarschijnlijk hebben ze nu al hun oude gebieden terugveroverd, voorzover die niet ontwikkeld zijn voor landbouw. Plaatselijk is die toename soms drastisch. In Estland hadden ze in de jaren zeventig nog veertig beren. Dat zijn er nu meer dan vierhonderd.'

Bruine beren zijn flexibel en weten zich in allerlei soorten terrein te redden. Ongerept hoeft de natuur niet te zijn. 'Ze houden van kapvlakten die weer begroeid raken: struiken bieden veel voedsel in de vorm van bessen. En meestal is er ook wel een goede slaapplaats te vinden en is er weinig bezoek van mensen. Voor een deel is daarbij sprake van oorlogsherstel. In de Tweede Wereldoorlog werd veel bos gekapt; de nieuwe begroeiing komt nu op de optimale leeftijd voor het huisvesten van beren.'

Minstens zo belangrijk is het terugtrekken van kleine boeren geweest. 'Het was onderdeel van de staatspolitiek in de jaren zestig om mensen te laten verhuizen naar grotere dorpen. De mensen werden niet echt gedwongen; ze kregen in de nieuwe nederzettingen voorzieningen als elektriciteit en winkels. Het idee was dat het op die manier makkelijker was mensen te goede scholen te geven, bioscopen - noem maar op. Maar men wilde van de kleine akkertjes af en grootschaliger aan de slag met machines.'

Grootschaligheid

Die grootschaligheid heeft voor de beren goed uitgepakt. In het overgebleven berengebied nam de rust toe. Geleidelijk veranderde de status van de beer - ook officieel. 'Beren werden vroeger het hele jaar bejaagd. De overheid stimuleerde dat. Maar in de vroege jaren zeventig kregen ze de status van wild in plaats van ongedierte, en iedereen die ze wilde jagen moest dus vergunning aanvragen.'

Vanaf de jaren tachtig brachten ook welgestelde buitenlandse jagers geld in het laatje. Jaarlijks worden nu tegen de zevenhonderd Russische beren neergelegd door buitenlandse jagers. Als natuurbeschermer heeft Chestin daar geen bezwaar tegen. 'Zolang het maar duurzaam gebeurt. Er komt zo geld beschikbaar voor natuurbeheer waar ook andere diersoorten van profiteren. De buitenlandse jacht staat zelfs onder beter toezicht dan die door de Russen zelf. Jaarlijks wordt een quotum van vierduizend beren geschoten, het buitenlandse aandeel is dus beperkt.'

Soms loopt de buitenlandse jachtdrift wel erg hoog op. Op het schiereiland Kamstjatka bijvoorbeeld. Dit eiland is vermaard om zijn enorme beren. De dieren wegen met hun zevenhonderd kilo ongeveer tweemaal zoveel als de standaard beer. De situatie liep in het begin van de jaren negentig uit de hand. De jagers werden zodanig begeleid dat honderd procent jachtsucces verzekerd was. Het gevaar is niet zozeer dat de populatie kleiner wordt, maar dat de beren zèlf kleiner worden. Chestin: 'De jagers selecteren bij voorkeur de grootste dieren om te schieten. We zijn nu meer bezorgd om de kwaliteit van de beren dan om hun kwantiteit.'

Stroperij

Een ander probleem is de stroperij. Kamstjatka heeft goede scheepsverbindingen met Japan, en daar zijn galblazen van beren gewild medicijn. Chestin toont een foto van een beer die in een strik werd gevangen naast een rivier vol zalm. Aan het water ligt een opengesneden dier waaraan alleen de futiele galblaas is weggenomen. Op andere Russische eilanden speelt dit probleem ook. En op het vasteland in de zone boven China: dat ook een grote galblaas consument. In de Centraal-aziatische landen is de situatie voor beren verre van rooskleurig.

Met de val van het communisme vielen de natuurbeschermingswetten weg. En waar de bevolking al zelf niet geneigd was tot stroperij in reservaten, komen in de nu buitenlanders voor jacht. Chestin: 'Dat verandert ook de moraal bij de plaatselijke bevolking - dan vallen alle remmen weg.' Hij noemt het voorbeeld van het Altai gebergte aan de grens van Kazachstan. Daar worden niet alleen de laatste sneeuwluipaarden als trofee bejaagd, maar ook beren van ondersoorten die vroeger strikt beschermd waren.

Op een ander werkterrein van Chestin staat het er rustiger voor: de Kaukasus. Hij doet er al jarenkang onderzoek naar ecologie en territoriumgebruik van de dieren. Dat is arbeidsintensief. Met een schuin oog kijkt Chestin naar Amerikaanse onderzoekers die kostbare high-tech zenders aan beren kunnen toevoegen, voor telemetrisch onderzoek. Maar zijn resultaten zijn er niet minder om. Zo blijkt 'de' bruine beer in de Kaukasus niet te bestaan: er zijn drie op het oog herkenbare morfologische typen, die weliswaar in dezelfde gebieden voorkomen maar het terrein anders gebruiken. Er zijn liefhebbers van open landschap, maar ook echte bosberen en hoogte- of juist laagtezoekers. Die verschillen lijken erfelijk.

Het ruimtegebruik van beren is indrukwekkend. 'In de Kaukasus vormen beukenootjes hun voornaamste voedselbon. Maar eens in de drie, vier jaar is de oogst heel slecht. Dan kunnen beren opeens van het midden van de Kaukasus naar de kust migreren, waar het voedselaanbod er dan beter voorstaat. Drie-, vierhonderd kilometer trek, dat is al heel bijzonder. Maar de vraag is naturlijk - hoe weten die beren dat? ' Daar kom je met telemetrie ook niet uit.

Tijdelijk zou Chestin in de Kaukasus wel wat minder beren willen zien. Maar de plannen om met 'zijn' dieren de gelederen van het noodlijdende tiental beren in de Pyreneeën te versterken, slepen al vele jaren: uitstel volgt op uitstel.

Chestin, op bezoek in het westen, blijft beleefd. 'Het is een pijnlijk verhaal. De Franse regering is erg gevoelig voor de plaatselijke opinie, en ondanks de leegloop is er sterke tegenstand. Terwijl er met enige aanpassing genoeg ruimte voor beren zou zijn - en we het logisch vinden als in India mensen ruimte maken voor tijgers en panters'.

De beren in de Pyreneeën blijken natuurhistorische monumenten te zijn. Igor Chestin: 'Wist je dat die Pyreneeënberen genetisch een heel oude lijn vormen? Dat kwam op de laatste internationale berenconferentie naar voren. Het waren min of meer de oerberen van Europa, die na de ijstijden zich weer weer uit het gebergte verspreidden. Al voordat de ijsbeer zich afsplitste, was er de echte Pyreneeënbeer - hij stond zelfs aan de basis van de ijsbeer. Maar nu staat hij er het slechts voor van alle beren in Europa.'