'Pensioenstelsel wordt onbetaalbaar, hogere bijdrage werknemers'

DEN HAAG, 9 NOV. Het huidige pensioenstelsel wordt onbetaalbaar omdat steeds meer mensen steeds ouder worden. De periode waarover gepensioneerden 70 procent van het laatstverdiende loon ontvangen kan oplopen van gemiddeld vijftien jaar op dit moment tot vijftig jaar.

Werkgevers zullen dan ook het zogeheten pensioenrisico steeds meer bij de werknemer neer moeten leggen. Dat bleek gisteren op een congres over de financiële gevolgen van vergrijzing. Volgens prof. D. Knook, directeur verouderingsonderzoek bij het TNO, gaat de gemiddelde levensduur razendsnel omhoog. Dat komt niet door betere medische voorzieningen, maar doordat mensen steeds gezonder gaan leven. Knook verwacht dan ook een forse sprong van de gemiddelde levensduur van de huidige 80 naar 115 jaar voor kinderen die over vijftien jaar op de wereld komen.

Deze langere levensduur heeft grote gevolgen voor het huidige pensioenstelsel. Momenteel ontvangt een pensioengerechtigde gemiddeld vijftien jaar lang 70 procent van het laatstverdiende loon. Naarmate de levensverwachting toeneemt, nemen de pensioenkosten toe en daarmee de bijdrage van de werkgever aan het pensioenfonds. Prof. C. de Kam, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, sprak dan ook van “een tijdbom” onder de huidige pensioensystematiek.

Ook de levensverzekeraars zijn deze mening toegedaan. F. Rosenmuller, directeur Royal Nederland levensverzekeringen, verwacht dat werkgevers geen keus zullen hebben dan over te stappen op een goedkoper pensioenstelsel. Toenemende pensioenpremies zullen immers ten koste gaan van onze concurrentiepositie.

Als alternatief noemde Rosenmuller het zogenoemde beschikbare premiesysteem. Bij dit stelsel is niet langer sprake van een vaste 70-procentsnorm gedurende het gehele pensioengerechtigde leven. In plaats daarvan spaart elke individuele werknemer voor zijn eigen pensioenkapitaal. Hierdoor blijven de kosten voor de werkgever beperkt tot de jaarlijkse pensioenpremie.

Op dezelfde manier komt het pensioenrisico echter bij de werknemer terecht. Als het gevormde vermogen op het moment van pensionering onvoldoende is voor een 70-procentspensioen (bij voorbeeld door een hogere levensverwachting), dan moet de werknemer met een lagere uitkering genoegen nemen. (ANP)