Nachtbraken in Reykjavik

Het uitgaansleven in IJslandse hoofdstad Reykjavik is een unicum in het koude noorden van Europa. Het concentreert zich op de vrijdag- en zaterdagavond, of beter gezegd -nacht. Inwoners van Reykjavik en aangrenzende gemeenten - in totaal ongeveer 156.000 mensen, ruim de helft van de totale bevolking van het land - gaan pas laat uit. Om elf uur zijn de ruim tachtig etablissementen in het centrum van de stad waar alcoholhoudende dranken mogen worden verkocht, nog vrijwel leeg. Omstreeks middernacht stromen ze in hoog tempo vol. Om drie uur stipt sluiten alle bars en cafés en dan staat de clientèle op straat. Gemiddeld drieduizend mensen op vrijdag- en vierduizend of meer op zaterdagavond, in regen, storm of ijzel, of in het zachte licht van de zomer als de zon maar enkele uurtjes ondergaat.

Voordat de laatste uitgaanders een van de kleine zeshonderd taxi's die de agglomeratie telt, hebben gevonden - de politiecontroles op alcoholgebruik in het verkeer zijn streng - verstrijken soms nog enkele uren. Het kleine centrum van Reykjavik - vergelijkbaar met dat van Zutphen of Delft - is dus elke week twee nachten het toneel van vaak luidruchtig feestgedruis, dat pas tegen vijf uur eindigt bij de verkopers van 'heitar pulser' (hot dogs). Verhitting door alcohol leidt ook wel eens tot een robbertje vechten, maar ernstige incidenten en vernielingen zijn zeldzaam.

Het IJslandse uitgaansleven wordt sterk bepaald door de hoge prijzen voor alcohol en de merkwaardige verhouding die veel IJslanders hebben tot sterke drank. Door de week wordt vaak weinig tot niets gedronken, ook thuis niet. Evenals in Amerika is het weekeinde voor hard play na een week hard work en dan is alcohol welkom. Dronkenschap heeft bovendien voor velen nog de oud-Germaanse betekenis van het zich losmaken van de aardse problemen en het opstijgen tot een hogere zaligheid.

Alcohol - de verkoop is een monopolie van de staat - is echter kostbaar als gevolg van de zeer hoge accijnzen. Een glas bier in een café kost al gauw een tientje en een minuscuul glaasje gevuld met Gammeldansk of de lokale brennevin is met zeven gulden nog goedkoop. Een avondje uit loopt dus snel in de papieren, temeer omdat grote cafés waar bands spelen - er is een bloeiend muziekleven - fikse toegangsprijzen heffen en de meeste uitgaanders van taxi's gebruik moeten maken. Niettemin staan er bij de populaire etablissementen - zoals café Reykjavik of het rock-café Gauker & Stöng - 's nachts altijd lange rijen van uitgaanders te wachten tot er binnen plaats is. Om de hard-play-uitgaven een beetje te drukken, nodigen veel inwoners van Reykjavik, oud en jong, op vrijdag- of zaterdagavond alvorens uit te gaan wat vrienden uit voor een hapje en een drankje.