'Militairen moeten besluit van politiek niet kritiseren'

DEN HAAG, 9 NOV. Als de politieke leiding eenmaal een besluit heeft genomen is het niet aan militairen dit publiekelijk te kritiseren. Dit zei minister Voorhoeve (defensie) vanochtend tijdens de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer.

Gisteren hadden D66 en PvdA zich bezorgd getoond over de verwijdering tussen krijgsmacht en politiek. Deze werd volgens de Kamerleden mede veroorzaakt door uitspraken van militairen over politieke zaken en beslissingen. Voorhoeve was van mening dat het nogal meeviel met die relatie. De PvdA hekelde het optreden van luitenant-generaal H. Couzy, bevelhebber van de landmacht, die bij terugkeer van de Nederlandse militairen uit Srebrenica had gezegd dat er geen genocide was gepleegd.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en minister Voorhoeve (defensie) waren daar wel van overtuigd en hadden dat al herhaaldelijk, ook op de dag voor de uitspraken van Couzy, in de media gezegd. De PvdA vond de uitspraak van Couzy volstrekt ongepast. De handelwijze van de bevelhebber der landstrijdkrachten toonde volgens de woordvoerder van de PvdA, Zijlstra, aan dat de verhoudingen met de politiek niet goed waren.

Voorhoeve wilde daar vanochtend niet op terugkomen “omdat enkele uitspraken van de bevelhebber der landstrijdkrachten in deze Kamer al uitgebreid aan de orde zijn geweest”. Couzy gaat volgend jaar met pensioen. Zijlstra was gisteren van mening dat ook de Kamer zelf in de komende maanden meer aandacht aan de verhoudingen met de krijgsmacht moest schenken door meer werkbezoeken af te leggen. Voorhoeve vond dat vanochtend een “pracht idee”.

Op een vraag van D66 of niet meer moest worden geïnvesteerd in de relatie van defensiepersoneel met de media, antwoordde Voorhoeve dat daar al veel aandacht aan wordt gegeven met mediatrainingen en door de instructies uit de 'Richtlijn Voorlichting'. Volgens Voorhoeve moeten die richtlijnen wel stipt worden nagekomen. Hij wil individuele militairen nog beter toerusten voor omgang met de media met nieuwe cursussen en opleidingen. Tijdens de nasleep van de val van Srebrenica was het Defensie een doorn in het oog dat Nederlandse militairen van Dutchbat en van de VN-staf in het voormalige Joegoslavië vrijelijk de pers bedienden.

Gisteren kwam ook de vraag aan de orde of het Nederlandse leger niet teveel generaals had. Zijlstra (PvdA) was van mening dat bij reducties van personeel 'de trap van bovenaf aan moest worden schoongeveegd'. Kende het leger in 1990 op een bestand van 125.000 militairen 125 generaals in 1995 waren dat er nog altijd 112 op een bestand van 87.500. Bij herhaling heeft de PvdA gevraagd om dat aantal te verminderen.

Staatssecretaris Gmelich Meling antwoordde vanochtend dat de Haagse staven en de centrale organisatie versneld zullen worden worden teruggebracht met 25 procent van de sterkte. Volgens zijn medewerkers houdt dat op zich al een reductie van het aantal hogere officieren in. Daarnaast zegde Gmelich Meijling de Kamer toe dat hij zal proberen om op de wensen van een aantal partijen in te gaan en het promotiebeleid nog eens nader kritisch te bekijken.