McNamara keert terug als een 'vriend van Hanoi'

De vroegere Amerikaanse minister van defensie Robert McNamara (79) brengt dezer dagen een bezoek aan Vietnam. Tijdens zijn ambtsperiode raakten de VS verstrikt in de Vietnam-oorlog, die hij dit jaar karakteriseerde als “een tragische vergissing”.

McNamara's war werd de Vietnam-oorlog begin jaren zestig genoemd. Robert McNamara was als minister van defensie (1961-68) onder de presidenten Kennedy en Johnson een vurig pleitbezorger van Amerikaanse militaire steun aan Zuid-Vietnam, tégen het communistische Noord- Vietnam. Sinds 1961 werd de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Zuid-Vietnam fors opgevoerd. Vanaf augustus 1964 raakten de VS na het 'Tonkin-incident' op grote schaal betrokken bij de oorlog. President Johnson van de Verenigde Staten heeft dinsdagavond aan de Amerikaanse luchtmacht opdracht gegeven beperkte aanvallen uit te voeren op communistische kanonneerboten en “sommige ondersteuningspunten” in Noord-Vietnam, zo luidde de opening van de Nieuwe Rotterdamse Courant, op woensdag 5 augustus 1964. De bombardementen waren een reactie op nieuwe aanvallen van Noordvietnamese zijde op Amerikaanse oorlogsbodems in de Golf van Tonkin.

Hanoi heeft altijd ontkend dat zijn marine destijds aanvallen op Amerikaanse schepen heeft uitgevoerd en ook in de VS zelf bestaat grote twijfel over de juistheid van de Amerikaanse lezing. Volgens sommige historici is er mogelijk wel één (kleinschalige) aanval van Noord-Vietnam geweest, op 2 augustus 1964, maar nooit een tweede. Juist het feit dat er een tweede aanval zou zijn uitgevoerd was voor president Johnson destijds de reden met volle kracht Noord-Vietnam te lijf te gaan.

Vandaag wilde McNamara weten wat er in 1964 was gebeurd. Hij vroeg het, in Hanoi, aan zijn oude aartsvijand, generaal Vo Nguyen Giap (83) “Tot op de dag van vandaag weet ik de ware toedracht niet van de gebeurtenissen op 2 en 4 augustus 1964. Ik denk dat we een grote misrekening hebben gemaakt. Was er wel een tweede aanval?” vroeg McNamara. Giap antwoordde: “Op 4 augustus (1964) gebeurde er absoluut niets.” Over 2 augustus liet Giap niets los, maar hij zei meer details te zullen geven op een conferentie over de Vietnam-oorlog, die volgend jaar zal plaatshebben. Het initiatief voor de conferentie is genomen door Amerikaanse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, die hoopt 'decision-makers' van beide zijden bij elkaar te brengen.

Het bezoek van McNamara aan Hanoi moet een eerste aanzet voor de conferentie zijn. McNamara en Giap hadden elkaar nooit eerder ontmoet. Vietnam ziet McNamara als “een historische figuur” en noemt zijn bezoek “symbolisch” voor de veranderde houding van de Amerikaanse politiek ten opzichte van Vietnam. Giap wordt gezien als het militaire meesterbrein achter de militaire overwinning op zowel de Fransen in de jaren vijftig als de Amerikanen die in 1975 met lede ogen de eenwording van Vietnam onder communistische vlag aanzagen.

“Ik hoop dat u van nu af aan een vriend van Vietnam zult blijven” zei Giap. “Zeker, zeker”, antwoordde McNamara. “U verloor 3,2 miljoen mensen, wij 58.000... U bereikte uw doel: hereniging van het land en volledige onafhankelijkheid van de natie”, aldus McNamara.

Giap zei dat de Amerikanen destijds een “waanvoorstelling” hadden over heel Zuidoost-Azië dat communistisch zou worden. “Helaas, sommige mensen, zelfs de allerslimsten, geloofden daar in.” McNamara heeft Giap uitgenodigd volgend jaar naar de VS te komen om daar deel te nemen aan de Vietnam-conferentie, die er toe zou kunnen leiden “dat onze en andere landen leren hoe ze dergelijke conflicten in de toekomst kunnen vermijden.”

Robert McNamara trok zich in 1968 terug uit de politiek. Het Amerikaanse leger vocht nog tot eind 1972 door in Vietnam, maar de Republikeinse president Nixon zag in dat de oorlog niet gewonnen kon worden. In januari 1973 tekenden Noord-Vietnam en de VS een 'vredesakkoord' en trok Washington het grootste deel van zijn troepen terug. Ruim twee jaar later, op 30 april 1975, viel Saigon als laatste Zuidvietnamese stad in handen van de communisten.

McNamara zweeg lange tijd over zijn ervaringen met de Vietnam-oorlog. Pas dit jaar zette hij in een lijvig boek, In Retrospect: The Tragedy and Lessons of Vietnam, zijn opvattingen uiteen. McNamara noemt de oorlog daarin “een tragische vergissing”.

“Wij van de regeringen-Kennedy en Johnson, die betrokken waren bij de besluiten over Vietnam zaten fout, verschrikkelijk fout”, schreef McNamara, “we zijn het de toekomstige generaties verschuldigd uit te leggen waarom.”

In augustus besloot Washington de betrekkingen met Vietnam volledig te herstellen. Achtereenvolgende Amerikaanse regeringen hadden steeds geëist dat alle gevallen van vermiste Amerikaanse militairen (MIA's - Missing in Action) eerst moesten worden opgelost. Hoewel het aantal MIA's (minder dan 2.000) zeer laag was voor een oorlog op zo grote schaal, gebruikten de Amerikaanse regeringen de zaak als het belangrijkste argument voor het achterwege laten van banden met Hanoi. President Clinton, die als jongere in de jaren zestig tegen de Vietnam-oorlog demonstreerde, brak met het beleid van zijn voorgangers. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, reisde drie maanden geleden zelf naar Hanoi om daar aanwezig te zijn bij de opening van de nieuwe Amerikaanse ambassade in de 'Socialistische Republiek Vietnam'. Al enige jaren was sprake van een toenadering tussen beide landen, vorig jaar hief Clinton al het jarenlange economisch embargo tegen Vietnam op.

Momenteel verblijft de Amerikaanse minister van verkeer, Frederico Pena, in Hanoi om te praten over directe luchtverbindingen tussen de VS en Vietnam. Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen zijn zeer gebrand op het openen van routes naar Vietnam, met name naar Ho Chi Minh-stad, het vroegere Saigon.