McLaughlin speelt zonder zweetdruppel te plengen

Concert: Free Spirits met John McLaughlin (gitaar), Joey DeFrancesco (hammondorgel) en Dennis Chambers (drums). Gehoord: 7/11 Melkweg, Amsterdam

Gitarist John McLaughlin voelde zich in de nieuwe MAX-zaal van de Melkweg blijkbaar volkomen op zijn gemak. Gestoken in nonchalante vrijetijdskleding met een paar glimmende bruine loafers eronder speelde hij in grote ontspannenheid een set van bijna twee uur, zonder dat er een enkel kwaad woord viel of er een zweetdruppel werd geplengd.

Ook in muzikaal opzicht had het concert van McLaughlin met zijn Free Spirits, hammondorganist Joey DeFrancesco en drummer Dennis Chambers, veel van een vredige thuiskomst na een lange en omstuimige reis. Tony Williams' Lifetime, het Mahavishnu Orchestra, Shakti en het virtuoze gitaartrio met Paco de Lucia en Al DiMeola, het was voor McLaughlin allemaal heel enerverend geweest. Maar wat ging er na al deze roem en 'exposure' eigenlijk boven een trio dat zonder omhaal gewoon jazzmuziek speelde? En omdat jazz 'mensenmuziek' is, zat McLaughlin gisteren niet ingeklemd tussen glazen kamerschermen, zoals in '88 in Paradiso, maar beende hij losjes over het podium, aanraakbaar voor iedereen die dat zou willen. Dat niemand van die gelegenheid gebruik maakte lag zowel aan McLaughlin als aan zijn publiek: aan een edelman ga je niet plukken, ook al speelt hij op een electrische gitaar. Vaak als een goochelaar die aan een toch al lange act graag nog een spectaculaire finale plakt, soms ook heel bescheiden, zoals in Round Midnight van Thelonious Monk dat in zijn geheel niet langer duurt dan vijf minuten.

Gitarist John McLaughlin (53) hoeft niemand meer iets te bewijzen, toch is het hijzelf die tot verbazing van velen tegen twaalven een toegift forceert. Hij blijft met zijn musici op het podium dralen, het is duidelijk dat hij nog wel wat wil. Nadat hij het podium even donker heeft laten worden, keert hij terug met Joey DeFrancesco die na een eerdere demonstratie van multi-instrumentalisme - met de rechterhand de trompet bespelen, met de linker het hammondklavier - graag nog wel even 'echt' wil toeteren.

Bye Bye Blackbird met een harmon-demper in de beker, kan dat op iets anders lijken dan op Miles Davis? Nauwelijks, en dat betekent dat John McLaughlin nog eens terugkeert naar 1969, het jaar waarin Davis hem naar Amerika lokte. Hevig en hard, luidde destijds het devies om de aan rockmuziek gewende 'kids' stevig in de kladden te grijpen. De kinderen van toen hebben inmiddels een eigen huis, rubriceren harde rock onder jeugdsentiment en hebben over the MAX als tweede onderkomen net als McLaughlin niets te klagen.