Limburgse woningcorporatie; Tommel wil nu zelf onderzoek van parlement

DEN HAAG, 9 NOV. Staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) wil zelf dat er een parlementair onderzoek naar de financiële perikelen van de Limburgse woningbouwcorporatie WBL komt, omdat “de integriteit van mijn medewerkers in het geding is gebracht”.

“Ik beveel u aan een parlementair onderzoek te doen”, zei de staatssecretaris vanmiddag tegen de Tweede Kamer. Hoewel twee Kamercommissies later vandaag formeel nog een besluit moesten nemen over het parlementaire onderzoek, was er na deze opmerking van de staatssecretaris geen twijfel meer dat dit er zal komen.

Tommel doelde met zijn opmerking over de integriteit van zijn ambtenaren op eerdere uitlatingen van de Tweede-Kamerleden Hofstra (VVD) en Duivesteijn (PvdA). Volgens Hofstra had het ministerie van volkshuisvesting een onduidelijk beeld geschapen over de vermogenspositie van WBL. Duivesteijn had zich daarbij aangesloten.

De VVD'er zei vanmiddag met nadruk dat hij nog altijd vertrouwen heeft in de D66-bewindsman. Hij heeft weliswaar eerder gezegd dat hij “geen maximaal vertrouwen” meer had in Tommel, “maar dat betekent wel vertrouwen. Er is geen sprake van dat de VVD het vertrouwen heeft opgezegd.”

De staatssecretaris liet blijken dat volgens hem op inhoudelijke gronden eigenlijk geen reden is voor een parlementair onderzoek. Volgens hem hebben eerdere rapporten al voldoende informatie op tafel gebracht en zijn de vragen die een werkgroep van vier Kamerleden hebben geformuleerd, inhoudelijk te beantwoorden. “Ik ben van opvatting dat een politiek debat nu ruimschoots voldoende zou zijn geweest.”

Deze werkgroep was verdeeld over de vraag of er een nader parlementair onderzoek moest komen naar de WBL-affaire. De vertegenwoordigers van PvdA en VVD waren voor een onderzoek, CDA en D66 vonden dat niet opportuun. Het Kamerlid Versnel van D66 liet vanmiddag weten een onderzoek nog steeds niet nodig te vinden, maar dat haar partij daaraan wel zal meewerken.

Tommel omschreef de situatie bij de Limburgse woningbouwcorporatie als “een veenbrand”. Hij sprak de hoop uit dat het parlementaire onderzoek ertoe zal bijdragen “dat aan deze veenbrand voor eens en altijd een einde zal worden gemaakt.”