Kwart van 14-jarige meisjes lijnt weleens

LEIDEN, 8 NOV. Een op de vier meisjes in de tweede klas van de middelbare school heeft vorig jaar weleens een dieet gehouden om af te slanken. Bij jongens was dat een op de twaalf scholieren. Tweedeklassers in het voorbereidend beroepsonderwijs en mavo lijnen vaker, evenals kinderen van laag-opgeleide ouders.

Dat blijkt uit de gisteren gepresenteerde peilingen Jeugdgezondheidszorg, uitgevoerd door TNO Gezondheid en Preventie. Hiervoor zijn bijna 5.000 kinderen ondervraagd die in het schooljaar 1993-1994 bij de schoolarts zijn geweest. De kinderen zaten in groep 2, 4 en 8 van de basisschool en klas 2 van de middelbare school. De peilingen worden sinds 1991 elk jaar gehouden. Dit jaar zijn de kinderen voor het eerst ondervraagd over hun voedingsgewoonten.

Kinderen, of ze nu wel of niet niet een dieet volgen, blijken vaak hun ontbijt over te slaan. Van de ondervraagde middelbare scholieren in de grote steden zei 27 procent de dag van het onderzoek niet te hebben ontbeten. In totaal was zes procent van alle onderzochte basisschoolkinderen en dertien procent van de leerlingen op middelbare scholen zonder ontbijt naar school gegaan.

Zeven procent van alle onderzochte scholieren gebruikt een of meer voedingsmiddelen niet. Meestal gaat het daarbij om kleur-, geur- en smaakstoffen, chocolade en koemelk. De helft doet dat op medisch advies, de andere helft op aanraden van vrienden of bekenden. Volgens TNO kan dat gemakkelijk leiden tot een gebrek aan essentiële voedingsstoffen als produkten met kleur-, geur- of smaakstoffen worden vermeden zonder er vervangende produkten voor in de plaats te nemen.

Uit het onderzoek blijkt dat meisjes die lijnen zwaarder zijn dan meisjes die geen dieet volgen. Bij een op de vijf is sprake van overgewicht. Volgens projectleider dr.J. Meulmeester laat deze uitkomst zien dat meisjes niet gaan lijnen omdat ze een verkeerd schoonheidsideaal voor ogen hebben. Net als in eerdere peilingen waren de meeste onderzochte scholieren goed gezond, namelijk 94 procent. Zes procent is matig gezond en slechts 0,1 procent kreeg de beoordeling ongezond. Een op de zes kinderen was ten tijde van het onderzoek onder behandeling bij een huisarts, specialist of fysiotherapeut.