Kox op zoek naar mysterie in muziek

Concert: Nederlands Kamerorkest o.l.v. Philippe Entremont, m.m.v. Silvia Marcovici, viool. Programma: Sjostakovitsj: Prelude en Scherzo op. 11. Kox: Vioolconcert nr. 3; Six one act plays. Rautavaara: Canto IV. Hindemith: Kammermusik nr. 1. Gehoord: 3/11 Beurs van Berlage Amsterdam.

Vanavond speelt het Joseph Triebensee Ensemble muziek van Kox in de Waalse Kerk in Amsterdam, waaronder de première van zijn Symphonie 'de Zampillon'.

Het Nederlands Kamerorkest en Hans Kox hebben van oudsher een goede relatie. Toen het orkest in 1970 zijn 15-jarige bestaan vierde componeerde Kox de feestmuziek (Six one-act plays), en al in 1959 voerde het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Szymon Goldberg zijn Eerste symfonie uit. Nu het orkest veertig jaar bestaat, werd opnieuw de inmiddels 66-jarige Kox uitverkoren om de jubileumserie op te luisteren. Zo lanceerde de temperamentvolle Roemeense violiste Silvia Marcovici de wereldpremière van Kox' Derde vioolconcert uit 1993. Het driedelige werk bleek in essentie verwant aan zijn eerdere vioolconcerten: de bezetting voor strijkorkest en enkele blazers, de transparante textuur, de korte solocadens, de afwisseling van meditatieve lyriek en dolgedraaide motoriek.

Critici hebben Kox vaak verweten dat zijn muziek te traditioneel zou zijn. Niemand twijfelde aan zijn vakmanschap, maar de kunstenaar Kox werd gezien als een zwakke epigoon van zijn leraar Badings. Desondanks is Kox, die een geestverwant van componisten als Sjostakowitsj, Hindemith en Britten mag worden genoemd, zichzelf altijd trouw gebleven. Nu avantgardistische kreten als 'vernieuwend' en 'origineel' hun magie hebben verloren, lijkt de tijd rijp voor een Kox-revival. Veelzeggend in dit verband is het recente interview in Vrij Nederland, waarmee Kox jaren van gekwetst stilzwijgen ('Alles wat ik te zeggen heb staat in mijn muziek') verbrak.

Kox treedt eruit naar voren als een zoeker naar het mysterie van de muziek, die sterke banden met het verleden onderhoudt. Zo is het middendeel van zijn Derde vioolconcert opgezet als een commentaar op het Presto uit Bachs Eerste sonate voor solo viool, dat hij letterlijk citeert en waarin hij in navolging van Bach speelt met metrische accentverschuivingen.

Binnen de grenzen van de traditie profileert Kox zich in zijn Derde vioolconcert als een eigenzinnig experimentalist, die door ongeneeslijke existentiële onzekerheid wordt achtervolgd. Die innerlijke twijfel veroorzaakt een permanente onrust in de muzikale expressie, die door compositorische vondsten wordt gemaskeerd. Kox' Derde vioolconcert klonk wel fantasierijk en onderhoudend, maar niet als muziek voor de eeuwigheid.