Indiase 'olifant' is eind deze eeuw opgestaan

“Tegen de eeuwwisseling zal de wereld zich realiseren dat de olifant is opgestaan. Vijf jaar van economische hervormingen zullen India hebben omgevormd tot een economie van wereldformaat.” Palaniappan Chidambaram (50), de Indiase minister van handel, voorziet een grootse toekomst voor zijn land.

ROTTERDAM, 9 NOV. Palaniappan Chidambaram, advocaat en Master of Business Administration van Harvard geldt als één van de architecten van het ingrijpende hervormingsprogramma dat de regering van India sinds juni 1991 heeft doorgevoerd. Hij verwacht dat de 'olifant' met grote stappen voort zal gaan. In het jaar 2010 zal de economie van India na die van Japan, de Verenigde Staten en China de vierde ter wereld zijn.

Toen de Congres-partij in 1991 na een korte onderbreking opnieuw aan de macht kwam, dreigde het land voor het eerst in zijn bestaan niet te kunnen voldoen aan de verplichtingen jegens buitenlandse schuldeisers. De Golfoorlog had in korte tijd gezorgd voor een verdrievoudiging van de kosten van olie-importen. Dreigende politieke en sociale instabiliteit bewoog in het buitenland gevestigde Indiërs massaal hun kapitaal uit het moederland terug te trekken.

Deze “crisis van enorme omvang” dwong India volgens Chidambaram tot hervormingen. “Het is een lange weg waarop het land nog maar de eerste schreden heeft gezet.”

De Indiase regering ziet voor het buitenland een belangrijke rol weggelegd in het nieuwe India. Buitenlandse bedrijven kunnen winsten, dividenden en desinvesteringen onbeperkt repatriëren en mogen voor 50 procent of meer aandeelhouder zijn van lokale produktievestigingen. India legt de rode loper uit voor buitenlandse investeerders. Dat dacht tenminste een groep ondernemingen die onder leiding van het Amerikaanse energiebedrijf Enron met de regering van de deelstaat Maharashtra een contract sloot voor investeringen in een nieuwe energiecentrale ter waarde van 2,8 miljard dollar (bijna 4,5 miljard gulden). De Hindoe-nationalisten van de Bharatiya Janata Partij (BJP) besloten echter onverwacht het contract eenzijdig op te zeggen.

Vreest u dat buitenlandse investeerders worden afgeschrikt door de afwijzing van het Enron energieproject?

“De beslissing van de regering van de deelstaat Maharashtra wordt beschouwd als een vergissing. Ik verwacht dat voor het einde van deze maand een oplossing voor het probleem gevonden wordt.”

Investeerders in andere sectoren hoeven volgens de minister al helemaal niet te vrezen voor hun investeringen. Chidambaram: “Deelstaten kunnen onafhankelijk beslissingen nemen over energieprojecten, maar in andere sectoren spelen zij geen enkele rol. De centrale overheid beslist over buitenlandse investeringen in de telecommunicatie, het bankwezen, verzekeringen, de spoorwegen en de luchtvaart.”

Volgend jaar worden in India nationale verkiezingen gehouden. Na afloop van een lezing aan de Erasmus universiteit erkende Chidambaram dat de BJP na de verkiezingen de macht zou kunnen overnemen.

Het beleid van liberaliseringen zal echter niet worden teruggedraaid. “Ook een regering waarvan de Congres-partij geen deel uitmaakt zal sterk door onze partij beïnvloed worden”, meent Chidambaram. “Bovendien bestaat er over het hervormingsbeleid tussen alle partijen consensus. Een andere partij zal het economisch hervormingsbeleid voortzetten, al is het dan met aanzienlijk minder competentie.”

Met 920 miljoen inwoners is India het enige land ter wereld dat buitenlandse investeerders een markt kan bieden die vergelijkbaar is met China (1,2 miljard inwoners). Op het oog biedt het investeringsklimaat in India een aantal duidelijke voordelen ten opzichte van dat in China. Zo kent India een Brits systeem van wetten en instituties. Buitenlandse directe investeringen in China tussen 1983 en 1994 belopen bijna honderd miljard dollar. India heeft van medio 1991 tot eind 1994 slechts 7,3 miljard dollar aan buitenlandse investeringen goedgekeurd.

Hoe is dit enorme verschil te verklaren? Chidambaram: “De meeste investeringen in China komen uit Taiwan en Hong Kong, dat zijn geen echte buitenlandse investeringen. China laat bewust investeerders toe in de produktie van consumptiegoederen. Onze industrie voor consumentenprodukten is het waard om nog wat langer beschermd te worden. Wij streven naar buitenlandse investeringen in de vervaardiging van produktiemiddelen. In deze kernsectoren is het moeilijker investeringen aan te trekken en te behouden. Verder zijn de Chinese liberaliseringen in 1983 begonnen, ons hervormingsprogramma loopt pas vier jaar.”

De economische groei van India nadert de laatste jaren de zes procent. Het bruto nationaal produkt per hoofd van de bevolking ligt echter nog altijd beneden de 300 dollar per hoofd van de bevolking. Bijna vijftig procent van de bevolking is analfabeet. Volgens Chidambaram hebben driehonderd miljoen Indiërs de gevolgen van de hervormingen aan den lijve ondervonden. Hij beschouwt het als zijn taak ook de overige 600 miljoen daarvan te laten profiteren.

“De werkloosheid neemt nog altijd toe, maar India heeft dan ook te maken met een bevolkingsgroei van 1,9 procent. Jaarlijks komen er ruim zeven miljoen Indiërs bij”, zegt Chidambaram. “Sinds de hervormingen zijn er per jaar zes miljoen banen gecreeerd, in de toekomst willen we jaarlijks ten minste tien miljoen banen scheppen. We zijn op weg. De lonen in de landbouw, de sector waar de meeste banen gecreeerd moeten worden, zijn toegenomen en de export van landbouwprodukten groeit sterk.” “Indiërs kunnen zonder licentie een onderneming opzetten. Veel mensen vinden werk in particuliere ondernemingen. Vuilophaaldiensten concurreren met de voormalige staatsmonopolist, hetzelfde geldt voor koeriersdiensten en een serie van andere activiteiten in de dienstensector.”

Chidambaram erkent dat de economische hervormingen nog verre van voltooid zijn. Vragen over het langzame tempo daarvan - slechts een klein gedeelte van de staatsbedrijven is geprivatiseerd, de importtarieven voor consumentenprodukten liggen nog altijd erg hoog - wekken enige irritatie. Chidambaram: “Het is simplistisch te veronderstellen dat de uitvoering van een pakket van hervormingen een wonder teweeg zal brengen. Wij erkennen het belang van lagere overheidsuitgaven, privatisering en verlaging van de importtarieven, maar een gekozen regering kan zich niet veroorloven miljoenen Indiërs tot armoede te laten vervallen. Er is geen dokter in de wereld die het juiste recept voor hervormingen kan voorschrijven. Elk land moet zelf de ingrediënten kiezen en die met trial en error in de juiste verhoudingen samenvoegen.”