In Argentijnse economie moet veel dor hout worden gekapt

Argentinië is getroffen door een diepe recessie. Na enkele jaren van flinke groei krimpt de economie, de werkloosheid is groot en de regering lijkt verlamd. Maar de koppeling van de peso aan de dollar biedt op termijn een perspectief. Dertig tot veertig zelfstandige banken verdwenen. Deze 'rationalisering' heeft ook een positief aspect. “Sommige banken deden zaken die helemaal niet kònden.”

De ingenieurs zijn terug op de tram. De Argentijnse variant van dit stereotype beeld van een economie in volledige recessie is nog schokkender: de bankiers zitten op de taxi. Zoals Peter Greenberg, manager van de Rabobank in Argentinië, onlangs meemaakte. “Ik stap in een taxi, praat wat met de chauffeur en ontdek dat hij tot voor kort plaatsvervangend manager van een lokale bank en dus een collega van me was. Een beschamende vertoning”.

De bancaire sector in Argentinië is allerminst gespaard gebleven in de recessie, die zijn oorsprong vindt in de groeipijnen van een ingrijpende economische transformatie, de effecten van de eind vorig jaar begonnen peso-crisis in Mexico en de allesverlammende ruzie tussen de Argentijnse president Carlos Menem en zijn minister van economische zaken Domingo Cavallo. De laatste houdt vast aan vergaande economische hervormingen, Menem meent dat de duimschroef niet verder kan worden aangedraaid.

Wie de pols tracht te nemen van Argentinië in de herfst van 1995 - de lente op het zuidelijk halfrond - wordt geconfronteerd met ogenschijnlijk uiterst conflicterende gegevens. Aan de minzijde: negatieve economische groei, torenhoge werkeloosheid en een nog niet zo lang geleden bij acclamatie herkozen regering die de noodzaak van verdere ombuigingen niet over het voetlicht lijkt te kunnen krijgen. Maar aan de pluszijde: de onwrikbare koppeling van de Argentijnse peso aan de Amerikaanse dollar, daardoor een inflatiepercentage waar vele landen van de Europese Unie jaloers op zouden zijn en een exportboom zoals die zich in geen jaren heeft voorgedaan. Een economisch analist veegt alle factoren op één hoop en concludeert optimistisch: “Het perspectief op de lange termijn in positief”.

Zoals zo vaak lijken de conclusies die in de studeerkamers worden getrokken, mijlenver af te staan van de dagelijkse realiteit op straat. De straat is bijvoorbeeld de Calle Florida in het centrum van Buenos Aires, een soort Kalverstraat maar met een lager mayonaisegehalte. Daar waar Calle Florida eindigt bij de Plaza San Martín zit Alma Suárez met drie kinderen op de stoep. Een kartonnen bord om haar nek legt uit waarom zij, zonder man, zonder inkomsten, vraagt om het financiële mededogen van de porteños, die steevast elegant gekleed en met snelle tred het centrum van hun hoofdstad doorkruisen. Een enkeling werpt zonder vaart te verminderen een munstuk in de schoot van Alma Suárez.

Even verderop is het bij het van oorsprong sjieke warenhuis Harrods ook armoe troef. De verbouwinguitverkoop belooft aantrekkelijke aanbiedingen, maar de klanten blijven weg en van een verbouwing is wegens geldgebrek voorlopig geen sprake, zegt Horacio Benaglia, een 53-jarige verkoper op de afdeling herenmode. “In de afgelopen anderhalf jaar is het personeelsbestand met ruim tachtig procent verminderd. Eerst waren we met meer dan tweehonderd collega's, nu zijn we nog met een man of dertig. Ik mag blij zijn dat ik mijn baan heb behouden. Op mijn leeftijd vind je niet meer iets anders”. Benaglia houdt er overigens rekening mee, dat hij alsnog op straat zal worden gezet. In dat geval wil hij, net als de ex-bankier en vele andere Argentijnen, een auto kopen om als taxi of als de luxere remisse-versie van een taxi te gebruiken.

In een recente studie van de Argentijnse Universiteit van het Bedrijf (UADE) wordt gesteld dat de helft van de werknemers die hun baan in de industrie verliezen als 'zelfstandig ondernemer' terecht komt in de handel- en dienstensector. Net als in andere Derde-wereldlanden heeft ook in het relatief welvarende Argentinië de zogenoemde informele economie de functie van een sociaal vangnet. Na een aanvankelijke inkrimping sinds 1989 van de parallelle economie als gevolg van een actievere fiscus, lijkt de informele sector nu weer te groeien.

Schoenpoetser Rubén uit Córdoba, op zijn vaste standplaats hoek San Martín/Avenida Corrientes, heeft noodgedwongen een stapje terug gedaan op de sociaal-economische ladder. Hij beklaagt zich overigens niet. Voor een schoenpoetser nabij het bancaire centrum van Buenos Aires is er volop werk; als ober kreeg hij op het laatst zelfs geen fooien meer. Hij trekt de conclusie die je overal hoort: “De mensen hebben geen geld meer”. In de boetieks en duurdere restaurant van de Argentijnse hoofdstad bestaat de clientèle voornamelijk uit buitenlanders: Europeanen, Amerikanen en vooral Brazilianen. De rollen zijn nu omgedraaid. Gingen de Argentijnen in de afgelopen jaren en masse naar het koopjesparadijs Brazilië, nu ontvluchten de Brazilianen hun door de sterke real duur geworden vaderland op zoek naar tango, t-bone en toerisme in het zuidelijke buurland.

Argentinië is een land van afbetalingen geworden. De ex-collega's van verkoper Benaglia van Harrods krijgen hun ontslagpremie in termijnen uitgekeerd. Elke boetiek heeft wel een plan om de verkoop te stimuleren. Hernán in de Florida-straat biedt een broek aan voor 35 pesos (ongeveer 56 gulden), een bedrag dat ook, met kredietkaart, in drie termijnen van 12 pesos of in twaalf termijnen van 4 pesos kan worden betaald. Fruit wordt per stuk verkocht, de kappers bieden kortingen van zo'n veertig procent. Een bankier zegt: “De shopping malls zijn uit, de supermarkten zijn in”. Krediet is overigens een schaars artikel geworden, ondanks de uiterst lage rentetarieven in Argentinië. Hier doet de recessie van zich spreken: geld genoeg, maar het is niet in beweging. Economisch analist Carlos Rivas van het Centrum voor Latijns-Amerikastudies (CEAL): “De Argentijnse banken hebben een grote liquiditeit. Ze hebben de financieringscrisis goed overleefd. Maar we hebben hier geen systeem om de interne vraag te stimuleren. De bankiers willen in elk geval geen kredieten geven”.

In het afgelopen jaar is het beeld van de Argentijnse bancaire sector dramatisch veranderd. De val van de Mexicaanse peso in december vorig jaar leidde in Argentinië tot wat het 'tequila-effect' wordt genoemd. Buitenlandse investeerders trokken in allerijl hun speculatieve kapitaal terug uit Mexico, Argentinië en andere zogenoemde opkomende markten. De speculanten werden daarbij overigens links en rechts ingehaald door Mexicanen en Argentijnen zelf die hun spaargeld in veiligheid wilden brengen. De lokale banken bleven in grote problemen achter. César Deymonnaz, algemeen manager van ABN Amrobank in Argentinië, wijt de bancaire crisis vooral ook aan wat hij ziet als “het gebrek aan discipline” in de Argentijnse samenleving als geheel. “Sommige banken deden zaken die helemaal niet kònden. Leningen met een looptijd van tien jaar afdekken met 1-maandsdeposito's. Er waren mensen actief die helemaal niets te zoeken hadden in de bankwereld”. Het resultaat van de bancaire crisis en van overnames en consolidaties in de nasleep ervan was het verdwijnen in een half jaar tijd van tussen de dertig en veertig zelfstandige banken. Leonardo Anidjar, directeur van Bansud, sprak onlangs in een vraaggesprek met het economische dagblad El Cronista van een 'rationalisering' van de banksector.

Het 'tequila-effect' en de voortdurende onenigheid tussen president Menem en minister Cavallo, het tot voor kort succesvolle team van de Argentijnse economische transformatie, hebben de recessie alleen maar verdiept. Een gemakkelijke uitweg lijkt er niet te zijn. In financiële kringen wordt met kracht de 'Mexicaanse oplossing', devaluatie van de peso en het laten zweven van de munteenheid, van de hand gewezen. Ook onder economen en politici zijn er geen voorstanders van een devaluatie te vinden. “De politicus die nu een devaluatie voorstelt, is zijn politieke leven niet zeker meer”, zegt Rosendo Fraga, oud-minister van defensie en nu directeur van een centrum-rechtse denktank in Buenos Aires. De door minister Cavallo met hand en tand verdedigde koppeling tussen de peso en de dollar lijkt algemeen te zijn geaccepteerd door de Argentijnen. Elke peso die door de grotendeels overbodig geworden Argentijnse centrale bank wordt uitgegeven, is in theorie en bij wet gedekt door een Amerikaanse dollar uit de buitenlandse reserves van het land. Een systeem dat volgens een bankier in werkelijkheid '95 procent dekking geeft'.

Tijdens de bancaire crisis kwamen de Argentijnen er achter dat het systeem inderdaad werkte, waarmee de acceptatie van de koppeling verder werd vergroot. De angst voor de uit het verleden bekende situaties van hyperinflatie - van supermarkten die laten omroepen dat over vijf minuten de prijzen omhoog gaan - doet de rest. “Het is een bijna Duits fenomeen”, zegt Greenberg van Rabobank, verwijzend naar het op trauma's van de Weimar-republiek gebaseerde strenge anti-inflatiebeleid van de Bundesbank. Terwijl enkelingen, zoals de Amerikaanse econoom Paul Krugman van de Stanford-universiteit, nog wel een lans willen breken voor devaluatie van de ruim dertig procent overgewaardeerde Argentijnse peso, haalden de hardliners onlangs op overtuigende wijze hun gelijk. “Een devaluatie leidt alleen maar tot meer devaluaties”, zegt Deymonnaz van ABN Amro. Eind vorige maand devalueerde de Mexicaanse peso opnieuw, met ruim zes procent.

De zogenoemde 'dollarisering' van de Argentijnse economie is de basis voor de tot nut toe succesvolle transformatie van een inflatie-gevoelig, door de staat gedomineerd systeem tot de moderne, open en competitieve economie die het uiteindelijke doel van de hervormingen is. Tussen 1991 en 1994 groeide de Argentijnse economie met in totaal 34 procent. Het koppel Menem-Cavallo heeft in de afgelopen vijf jaar een einde gemaakt aan de loodzware erfenis van het quasi-socialistische stelsel waarmee Argentinië's moderne aartsvader, generaal Juan Perón, het land had opgezadeld. Vrijwel alle staatsbedrijven zijn inmiddels geprivatiseerd, doorgaans ten koste van duizenden banen per bedrijf. Parallel daarmee is de almacht van de Argentijnse vakbonden danig verminderd. Op de puinhopen van het oude model hebben geherstructureerde bedrijven een export-offensief ingezet. Naar verwachting zal de Argentijnse uitvoer dit jaar met zo'n dertig procent stijgen - voor een groot deel dankzij het vrijhandelsverdrag Mercosur met Brazilië, Uruguay en Paraguay. Landbouw speelt hierbij een sleutelrol. De importen laten het gewenste beeld zien: overwegend niet consumptie-, maar kapitaalsgoederen. Die verklaren voor een belangrijk deel ook de toename dit jaar van de Nederlandse uitvoer naar Argentinië met naar verwachting 15 procent.

Maar het transformatieproces is, zo waarschuwen de economen, nog verre van compleet. Dit geldt vooral voor de provincies, waar de oude vormen en gedachten een veel langere doodsstrijd voeren dan in en rond de hoofdstad. Vrijwel dagelijks komen er uit de kleine noordelijke provincies als Salta, Tucumán en Jujuy berichten over rellen. Maar ook in grote steden als Córdoba en Rosario, in de zuidelijke provincie Ushuhaia en in het noordwestelijke Entre Ríos, heeft de economische situatie al geleid tot ongeregeldheden. Doorgaans zijn het ambtenaren die protesteren tegen de korting op of het niet uitbetalen van hun salaris door het provinciebestuur. In veel Argentijnse provincies is de overheid de belangrijkste werkgever. De provincies, die nauwelijks eigen inkomsten kunnen genereren, zijn op hun beurt voor het geld vrijwel geheel afhankelijk van een federale overheid die wanhopig het begrotingtekort tracht te dekken. “Het probleem in de provincies is niet alleen economisch”, zegt Graciela Adán, een politiek analiste. “Er doen zich ook malversaties op grote schaal voor”. De rellen worden verder aangewakkerd door een in het nauw gedrongen Argentijnse vakbeweging, die alleen nog in de overheidssector kan bogen op een representatieve vertegenwoordiging van de werknemers. Een landelijk werkeloosheidspercentage van 18,9 procent (in de belangrijke havenstad Rosario zelfs 25 procent) vormt de verklaring voor de afkalvende macht van de vakbonden.

Terwijl het oude systeem soms hardnekkig weigert te verdwijnen, geldt hetzelfde voor de oudere generatie Argentijnen, merkt investeringsbankier Adrián Guissarri van Bansud wat lacherig op. Het is de kern van een ander groot probleem waarmee de Argentijnse regering danig in de maag zit. Net als de nutsvoorzieningen, de olie, treinen, vliegtuigen en wegen zijn ook de pensioenvoorzieningen geprivatiseerd. Argentijnse werknemers dienen tegenwoordig hun oude dag bij een particulier bedrijf - doorgaans een gemeenschappelijk beleggingsfonds - te verzekeren. Maar voor een paar miljoen bejaarden en 'overgangsgevallen' was het opbouwen van een particulier pensioen niet meer mogelijk. Zij blijven ten laste komen van de staat. Volgens econoom Carlos Rivas nemen de particuliere fondsen jaarlijks voor 2 miljard pesos (dollar) aan pensioenen voor hun rekening. Maar de gepensioneerden kosten de overheid 300 miljoen pesos (dollar) per maand. Rivas: “Het grootste gedeelte van de opbrengsten van de privatiseringen is gaan zitten in het uitbetalen van pensioenen.” Nu zijn de kroonjuwelen verpatst en kan alleen nog de verkoop van het gasbedrijf en van de grootste twee banken van het land (Banco de la Nación en Banco de la Provincia de Buenos Aires, beide in staatshanden) voor een éénmalige grote opbrengst zorgen. Voorshands zijn er echter geen plannen om de banken in de verkoop te doen.

Econoom Rivas maakt zich dan ook zorgen over het toenemende begrotingstekort van de Argentijnse overheid. Voor de afbetaling van zijn schulden en het voldoen aan zijn rentelasten zal Argentinië volgend jaar zo'n tien miljard dollar nodig hebben. In 1997 moet de overheid voor negen miljard dollar aan zogeheten Bocones-obligaties inlossen. Rivas voorziet daarom een mogelijke verhoging van de rentetarieven, wat een oplossing van de recessie niet dichterbij brengt. De vraag is ook wat de Argentijnse fiscus in een situatie van recessie nog extra kan bijdragen aan de staatsinkomsten. Toch voorspellen verschillende analisten een verbetering van de Argentijnse economische situatie van begin volgend jaar af. Met de toenemende exporten als basis moet Argentinië na de negatieve groei dit jaar in 1996 weer positieve groeicijfers kunnen laten zien.

Het buitenlandse speculatiekapitaal heeft de weg terug naar Buenos Aires en zijn Merval-beurs nog niet gevonden. De vraag is echter of dat zo'n slechte zaak is voor het land. De Mexicaanse peso-crisis heeft aangetoond waartoe een te grote afhankelijkheid van kort buitenlands kapitaal (ook wel hot money genoemd) kan leiden. Bovendien, aldus Greenberg van de Rabobank, “zijn de directe investeringen niet verminderd.” Juist in de sector van de agribusiness hebben verschillende grote internationale bedrijven, waaronder Danone, investeringen in Argentinië aangekondigd. Landbouw en daaraan relateerde activiteiten zouden wel eens het hart van het economische herstel in Argentinië kunnen gaan vormen en de basis voor toekomstige groei.

Maar er is ook consensus dat het eerst nog slechter zal gaan, voordat het beter zal worden. Verwacht wordt, dat de werkloosheid nog verder zal toenemen als gevolg van de toeloop van vrouwen op de arbeidsmarkt (een relatief nieuw fenomeen in Argentinië), bedrijfssluitingen en van verdergaande saneringen in de overheidssector en in verouderde bedrijven. “Er is geen alternatief voor de hervormingen”, zegt een analist. “Deze verouderde economieën zijn anders niet in staat om te concurreren of om hun inwoners welvaart te brengen.” Er moet, zo zegt een Europese diplomaat, “nog veel dor hout worden gekapt”. Ook in de sector politiek. Zo zijn er bij de bibliotheek van het Argentijnse Congres nog duizend werknemers in dienst, bij de drukkerij ervan vijfhonderd.

Wat bezuinigingen en efficiëntie betekenen voor een personeelsbestand wordt duidelijk uit het voorbeeld van het voormalige staatsoliebedrijf YPF. Met 40.000 werknemers leed het bedrijf vóór de privatisering ervan een jaarlijks verlies van 500 miljoen dollar. Nu maakt het 300 miljoen winst met slechts 7.000 werknemers. “Het drama van de werkeloosheid is, dat er geen korte-termijnoplossingen zijn”, zegt een economisch analist. Argentinië mag zich dan ontdoen van de stokers op de elektrische trein, velen vragen zich bezorgd af wanneer het dieptepunt zal zijn bereikt. En wanneer bankiers weer als passagiers en niet als chauffeurs in een taxi zullen zitten.