'Huisartsenhulp moet niet langer in basisverzekering'

AMSTERDAM, 9 NOV. Hulp van de huisarts moet niet langer in de verplichte basisverzekering tegen ziektekosten. Dit zei bestuurder J. Dortland van de werkgeversorganisatie VNO-NCW gisteren op een bijeenkomst van het marktonderzoeksbureau NIPO in Amsterdam.

Volgens Dortland moeten Nederlanders zelf bepalen of ze zich tegen huisartsenhulp willen verzekeren, dat is de beste manier om de gezondheidszorg in Nederland betaalbaar te houden. “Leg de lasten en lusten op een zo laag mogelijk niveau. Alleen zo kunnen we een gedragsverandering bewerkstelligen”, aldus Dortland.

Op de bijeenkomst werden de resultaten besproken van het onderzoek 'Gezondheid is een recht' dat het NIPO ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan heeft uitgevoerd onder duizend huishoudens. Het idee van Dortland staat haaks op de uitkomsten van dat onderzoek, waaruit blijkt dat de meeste Nederlanders het huidige stelsel van verplichte verzekeringen willen houden. De ondervraagden menen dat het de taak van de overheid is het stelsel van onderlinge solidariteit in stand te houden en zijn bereid daarvoor meer premie te betalen.

Volgens de voorzitter van de artsenorganisatie KNMG, J. Lanphen, kunnen huisartsen de komende jaren een grote bijdrage leveren aan het beheersen van de kosten in de gezondheidszorg. Ze zouden naar haar mening minder medicijnen moeten voorschrijven. Uit het NIPO-onderzoek blijkt dat de meeste Nederlanders het daar mee eens zijn. Ook zouden huisartsen meer inzicht moeten krijgen in de effectiviteit van specialistische behandelingen, en in de kosten daarvan. Lanphen, zelf huisarts: “Ik moet bekennen dat ik niet weet hoeveel het kost als ik iemand doorverwijs om een blinde darm te laten weghalen. Ik zou van de verzekeraar graag een overzicht krijgen van wat patiënten per jaar kosten.”

VNO-NCW-bestuurder Dortland suggereerde in dat verband de rekening van een specialistische behandeling voortaan niet naar de verzekeraar maar naar de patiënt te verzenden. De patiënt kan de rekening op zijn beurt weer doorsturen naar de verzekeraar. “Dit vergroot het kostenbewustzijn”, aldus Dortland.

Volgens KNMG-voorzitter Lanphen moeten Nederlanders worden opgevoed in kwesties die met gezondheid te maken hebben. Gebrek aan kennis maakt dat veel mensen te vaak onnodig de huisarts bezoeken. “Het komt dagelijks voor dat ik een patiënt duidelijk moet maken dat het niet altijd nodig is om langs te komen. Als je bijvoorbeeld een voorhoofdholte-ontsteking hebt, kun je beter nog even wachten met naar de huisarts gaan, want die kan pas na vijf dagen antibiotica voorschrijven.”

Ook pleitte Lanphen voor de invoering van een voorbereidend consult door de medisch specialist, waarbij de patiënt eventueel in aanwezigheid van de huisarts wordt onderzocht, zonder dat daar automatisch een behandeling op hoeft te volgen.

Directeur-generaal volksgezondheid B. Sangster van het ministerie van VWS stelde in een reactie op de uitkomsten van het NIPO-onderzoek de vraag of Nederland de komende jaren niet zozeer naar een 'maximale' gezondheidszorg als wel naar een 'optimale' gezondheidszorg moet streven.