Hedendaagse klassieken

Met de Times Literary Supplement wil ik nog wel eens een paar weken achterop raken. Zodoende heb ik pas onlangs het nummer van 6 oktober gelezen. Dat is een interessant nummer, want het bevat een lijst met The hundred most influential books since the war. Toen ik die titel zag, dacht ik eerlijk gezegd er daarvan nauwelijks één te zullen kennen, want die boeken van Fukuyama, Stephen Hawking, Teilhard de Chardin en dergelijken lees ik eigenlijk nooit. Maar dat viel mee. Van de honderd titels kende ik er negenendertig. Daarbij heb ik wel een beetje gesmokkeld, want ik zou niet van elk boek durven beweren dat ik het helemaal van voor tot achter heb gelezen, maar toch wel genoeg ervan om voor mijn gevoel te kunnen zeggen dat ik het ken. Van negen boeken had ik nog nooit gehoord. De andere kende ik niet, maar kwamen mij wel (vaag) bekend voor.

Negenendertig van de honderd, dat is nog niet eens de helft en veel is het dus niet, maar, zoals gezegd, het viel mij toch nog mee, al bleek bij nadere beschouwing een betreurenswaardige ontwikkeling te constateren. De lijst is ingedeeld in decennia en wat al snel duidelijk werd, was dat mijn score met het klimmen der jaren sterk afnam. Voor de jaren veertig kwam ik tot 12 van de 21, meer dan de helft dus; in de jaren vijftig was het precies de helft: 13 op de 26; in de jaren zestig haalde ik nog 8 op de 23; in de jaren zeventig daarentegen nog maar een schamele 4 op de 15 en in de jaren tachtig en volgende slechts een povere 2 van de 15. Het is duidelijk dat dit vooral iets met het klimmen van mijn jaren te maken moet hebben. Het verlangen om op de hoogte te blijven heeft kennelijk plaatsgemaakt voor een laakbare onverschilligheid.

Bovendien vielen mijn school- en studententijd in de jaren vijftig en zestig en - prestatiebeurs of niet - dan heb je tijd om te lezen. Maar er is ook nog een andere verklaring. Het aantal historische boeken nam in de loop van die vijftig jaar sterk af. In de jaren veertig, vijftig en zestig waren er nog vierentwintig historische titels op de zeventig, bijna een derde dus; in de jaren zeventig en daarna nog slechts vier op de dertig. De sociale wetenschappen daarentegen namen sterk toe.

Een andere opmerkelijke ontwikkeling is de afname van het aantal Franse auteurs onder de invloedrijken. In de jaren veertig namen de Parijzenaars een prominente plaats in: Simone de Beauvoir, Albert Camus (met twee titels), Malraux, Sartre, Marc Bloch, Fernand Braudel waren samen goed voor zeven van de eenentwintig titels. In de jaren vijftig vinden wij er nog vijf (Raymond Aron, Roland Barthes, Mirca Eliade, Lucien Febvre, Lévi-Strauss) op een totaal van zesentwintig. De jaren zestig leveren ons Camus (die met drie titels de absolute topscorer is), Foucault, Le Roy Ladurie en nog eens Lévi-Strauss: vier op de drieëntwintig titels dus. Maar dan is het afgelopen. De jaren zeventig leveren geen enkele Fransman meer op en de tijd daarna alleen de Mémoires van Raymond Aron: één op de dertig en dat in vijfentwintig jaar tijd. Voor de TLS heeft de Franse intellectueel na 1968 kennelijk afgedaan.

Misschien mogen wij echter niet zeggen voor de TLS, want deze hitparade is wel in dat blad gepubliceerd, maar zij is niet opgesteld door de redactie, doch door een speciale groep mensen en zij vindt haar oorsprong in een specifieke vraagstelling. De groep kwam in 1986 bijeen met het doel Oosteuropese schrijvers en uitgevers te helpen met het uitgeven van hun boeken en het vertalen van belangrijke werken uit het Westen. De groep stond onder leiding van Ralph Dahrendorff. Het project werd in 1994 beëindigd en de groep besloot als jeu d'esprit deze lijst van de honderd belangrijkste boeken op te stellen. De lijst is dus het resultaat van een enigszins ideologisch beïnvloede keuze en vertoont een sterk 'liberale' voorkeur. Dit verklaart wellicht ook een aantal raadselachtige omissies. Marshall McLuhan, Herbert Marcuse, Régis Debray, Che Guevara en het Rode Boekje van Mao bijvoorbeeld komen niet voor. Het zijn geen prettige werken om te lezen en wie hulp wil geven aan Oost-Europa hoeft ze natuurlijk niet te vertalen, maar je kunt toch moeilijk ontkennen dat ze invloedrijk zijn geweest.

Deze achtergrond van het project verklaart wellicht ook het feit dat een aantal invloedrijke werken die te maken hebben met de Koude Oorlog niet worden vermeld. Kissinger, Kennan, Lippmann, Schlesinger en Kahn komen niet voor. Een ander opvallend gemis is het ontbreken van enige aandacht voor twee andere grote publieke preoccupaties: het milieu en het ontwikkelingsvraagstuk. Gunnar Myrdal (Asian Drama) en het Rapport van de Club van Rome zouden op zo'n lijst toch niet mogen ontbreken (het Kinsey Rapport trouwens ook niet). Wat de commissie precies met invloedrijk bedoelt, is overigens niet helemaal duidelijk. A.J.P. Taylor hoort natuurlijk op de lijst thuis, maar dan toch eerder met zijn veel gelezen en besproken The origins of the Second World War dan met zijn handboek over The struggle for mastery in Europe. Fernand Braudel mag ook niet ontbreken, maar was zijn Méditerranée nu werkelijk invloedrijk buiten de vakkringen? Iedereen kent van Le Roy Ladurie zijn Montaillou, dat niet op de lijst paraisseert, maar wie las zijn proefschrift over de Paysans de Languedoc, dat er wel op staat?

Er is ten slotte nog een punt waar wij niet omheen kunnen: er staat geen enkele Nederlander op de lijst! Weliswaar vinden wij er ook geen enkele Belg, Scandinaviër of Iberiër, maar dat is een schrale troost. Nu zijn we er wel aan gewend dat ze ons in het buitenland niet zien zitten. Die Nobelprijs voor Gerrit Kouwenaar of Hugo Claus wil ook maar niet afkomen. Maar dit is wel erg kras. Althans dat dacht ik, en toen stelde ik mij de vraag wie er dan wel op zou moeten staan. Na veel denken kwam ik slechts op één naam: Schillebeeckx, Belg en Nederlander en bovendien ook nog theoloog; mooier kan het haast niet. Maar Schillebeeckx staat er niet op. Küng wel, als enige theoloog overigens. Nu moeten wij het doen met het feit dat Huizinga in de inleiding wordt genoemd onder de klassieken uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Maar dat is toch niet meer dan een troostprijs. Vijftig jaar bevrijd en niet één boek onder de honderd naoorlogse klassieken. Het is met ons land treurig gesteld.