Fruitvliegmannetje leert in jeugd vrouwtjes te veroveren

Van zoogdieren is bekend dat prille jeugdervaringen de hersenen kunnen beïnlvoeden tot op de moleculaire struktuur. Bijvoorbeeld muizen die in een weinig stimulerende omgeving opgroeien, hebben later meer moeite om katten te ontwijken dan muizen die in hun jeugd veel prikkels hebben gekregen. En katten die voor hun tweede levensjaar nooit verticale strepen hebben gezien, blijven gehandicapt in het herkennen van vormen.

Maar niet alleen zoogdieren blijken gevoelig voor vroege leerervaringen. Onderzoekers van het Instituut voor Biowetenschappen aan de Universiteit van Würzburg, hebben gevonden dat het mannetje van de fruitvlieg Drosophila melanogaster minder goed vrouwtjes weet te veroveren als hij bepaalde jeugdervaringen mist. Een normaal opgegroeid mannetje die een aantrekkelijk vrouwtje ziet, begint binnen enkele sekonden op een bepaalde manier met zijn vleugels te bewegen om het vrouwtje duidelijk te maken wat hij wil. De onderzoekers vonden dat deze mannetjes gemiddeld 276 sekonden baltsen, voor ze op het vrouwtje landen. Mannetjes die in het donker zijn opgegroeid, doen er 339 seconden over. De onderzoekers vermoeden dat dit heeft te maken met het onvermogen de vleugels aantrekkelijk te bewegen. Want wanneer het gaat om blinde vrouwtjes, doen in het donker opgegroeide mannetjes er maar 300 sekonden over.

Belangrijk is wellicht dat in het donker opgegroeide mannetjes geen voorbeelden hebben gezien. Kenmerkend aan de fruitvlieg is dat het met zijn vleugels vaak homosexuele toenaderingen doet tot jonge, mannelijke soortgenoten.

Mannetjes die zonder sexe-genoten opgroeien, doen langer over het benaderen van vrouwtjes dan de mannetjes die ook mannetjes kenden. De onderzoekers opperen dat mannetjes met elkaar oefenen, in het maken van de verleidelijkste vleugelbewegingen. (Deutsche Forschungsdienst, Berichte aus der Wissenschaft, oktober.)