Filosofie ontbreekt op Parijse seks-tentoonstelling

Tentoonstelling Féminin-Masculin, le sexe de l'art, Centre Georges Pompidou, Parijs, 4e arr., open van 12 tot 22 uur, zaterdagen, zondagen en feestdagen van 10-22 uur, dinsdags gesloten.

PARIJS, 8 NOV. Het genodigden-publiek verdrong zich voor de vernissage van de grote tentoonstelling 'Féminin-Masculin, Le sexe de l'art'. Seks blijft trekken, zeker als het kunst is en dus mag. De hele bovenverdieping van het Centre Georges Pompidou is tot 12 februari ingeruimd voor het onderwerp dat weinig kunstenaars is ontgaan. Een mooie tentoonstelling, opwindend? In ieder geval dagelijks druk bezocht.

De bezoeker loopt eerst langs een meterslange mechanische stormram, de symboliek is niet subtiel. Het parcours versmalt zich. Daar hangt het meer dan een eeuw lang gerucht makende schilderij L'Origine du monde van Gustave Courbet (1866), een beeldschoon geschilderd portret van een vrouw, gezien tussen dijen en borsten. Het is sinds kort in het bezit van het Musée d'Orsay opgenomen. Dan hebben we de man en de vrouw gehad.

Vervolgens opent zich de eerste van een rij zalen met mannelijke en vrouwelijke geslachtsapparatuur, soms evident, soms met enig gericht denken thuis te brengen. Bij kleine sculpturen van Brancusi en Arp geeft zelfs de titel geen houvast voor een seksuele interpretatie. Het werk van Louise Bougeois, Annette Messager en de pispotten van Duchamp en navolgers laten minder te raden over.

Bij een eerste rondgang werkte deze seks-beurs met 500 kunstobjecten op den duur vermoeiend. Ik kon er niets aan doen dat de werken van Mirò, Picabia, Picasso, Giacometti, Magritte, Man Ray, Ernst en ook Niki de Saint-Phalle, Rebecca Horn en andere fantasie-rijke kunstenaars me meer boeiden dan de makers van het letterlijke, het biologie-ondersteunende werk: Hans Bellmer, Cindy Sherman, Sophie Calle. Niet uit preutsheid, maar uit verveling, of het tegendeel daarvan. De zoveelste kunststof-vagina doet niet meer denken aan de oorsprong van de wereld.

De makers van de tentoonstelling, Marie-Laure Bernadac en Bernard Marcadé, hebben jaren rondgelopen met het idee, schrijven zij in de begeleidende geschriften. Welk idee? Een goede vraag. De immense bovenverdieping van het Centre Pompidou is in vijf 'sexions' ingedeeld. De titels daarvan suggereren een filosofische benadering, die niet zichtbaar wordt waargemaakt. Het soort vraag is geldig: hoe heeft de kunst van de laatste eeuw ideeën over sekseverschillen behandeld? Zijn rolpatronen in de kunst onderzocht en losgeweekt? Worden nieuwe vormen van vrouwelijkheid en mannelijkheid zichtbaar? Er zouden chronologische of systematische antwoorden op gezocht kunnen worden. Met een immens reservoir aan voorbeelden ter beschikking. Het is er niet van gekomen, alle pretentieuze teksten ten spijt.

Wat blijft is een vrolijke seksbeurs, waar bij tweede rondgang amusante en soms mooie voorwerpen uit te halen zijn. De speelsheid waarmee Duchamp en Breton in 1959 hun Eros-tentoonstelling inrichtten doet verlangen naar meer surrealisme. Ook daarvan is iets te zien in het Centre Pompidou.