'Extremisten praten veel maar doen weinig'

JERUZALEM, 9 NOV. De militante joodse groep Eyal, waarvan nu vijf leden zijn opgepakt in verband met de moord op de Israelische premier Rabin, was tot dusverre een organisatie van veel woorden en weinig daden, aldus een Israelische expert, professor Ehud Sprinzak. De gearresteerde leider, Avishai Raviv, wordt in veiligheidskringen als “uiterst gevaarlijk” beschreven, maar door deskundigen wordt dit als grotendeels een pose gezien.

Volgens Sprinzak bestaat Eyal (Joodse Strijd Organisatie) uit slechts twaalf activisten, voornamelijk in Israel geboren religieuze joden. Andere radicale joodse groepen, zoals Kach en Kahane Chai, hebben een kern van uit Amerika afkomstige joden.

Eyal werd eind 1991 of begin 1992 geboren op de Universiteit van Tel Aviv, aldus Sprinzak. Maar de oprichters vonden een plezieriger klimaat in de radicale joodse nederzetting Kiryat Arba bij Hebron. Volgens Sprinzak zijn ze kennelijk ook overgesprongen naar de Bar Ilan universiteit bij Tel Aviv, waar Rabins moordenaar Yigal Amir en Raviv studeren.

In Kiryat Arba mengden ze zich onder aanhangers van de vermoorde, anti-Arabische rabbijn Meir Kahane. Aanvankelijk, aldus Sprinzak “wilden ze de Kahanisten bewijzen dat het mogelijk was nog extremer te zijn, maar afgezien van een hoop retoriek waren ze dat niet”.

Voor zover bekend beperkte de groep zich tot straatschenderij. In september organiseerden ze een luidruchtige mars door de straten van Hebron, waarbij ze de ruiten van Palestijnse auto's insloegen en twee mensenrechtenactivisten en een journalist mishandelden. Ze maakten zich diezelfde maand belachelijk, aldus Sprinzak, toen ze de verantwoordelijkheid opeisten voor de moord op een Palestijn in Halhul op de Westelijke Jordaanoever. Binnen een week stelde de politie vast dat de Palestijn het slachtoffer was geworden van een familievete.

Sprinzak acht het op basis van Eyals daden onwaarschijnlijk dat zijn nu opgepakte leider Raviv met Amir heeft meegewerkt aan de moord op Rabin. Aan de andere kant: “Ik zou niet verbaasd zijn als ze praatten en praatten en praatten en uiteindelijk iemand had besloten het te doen.” (Reuter, AP)