Een luchtdicht stukje bos

In Risdalsheia, een verlaten gebied in het zuidoosten van Noorwegen, staat 's werelds grootste broeikas. 'Nou ja, de op een na grootste,' zegt Richard F. Wright van het Noorse Instituut voor Wateronderzoek, 'de grootste broeikas is de aarde zelf.'

De glazen kas is 1200 vierkante meter groot en ruim acht meter hoog: er groeien planten en bomen en er scharrelen enkele dieren rond. Een vergelijking met het omstreden Biosphere-project in Arizona - een reusachtige koepel waarin aardse ecosystemen als regenwouden en woestijnen worden nagebootst - ligt voor de hand, maar het belangrijkste verschil met Arizona is dat in Noorwegen niets door mensenhanden is aangelegd. Het is een verwilderd natuurgebied waar twaalf jaar geleden een dak over is geplaatst. Sinds mei vorig jaar wordt er kooldioxyde (CO) in de kas gepompt. 's Winters is het daardoor zo'n vijf graden Celsius warmer dan buiten en 's zomers drie graden. Dat zijn waarden die volgens recente modelberekeningen over vijftig jaar in het zuiden van Noorwegen kunnen worden verwacht.

De echte natuur wordt er zoveel mogelijk nagebootst. Regenwater wordt in een reservoir opgevangen, gereinigd en over de bomen en planten gesproeid. Omdat de broeikas op een granieten plateau is gebouwd, stroomt het water vanzelf weg.

Daar is het de onderzoekers ook om begonnen, want zij geloven dat door de mondiale opwarming het oppervlaktewater nog meer zal verzuren dan nu al het geval is. 'Een groot aantal vissen en micro-organismen zal verdwijnen,' voorspelt Richard Wright, projectleider van het Climax Change Experiment (CLIMEX).

Wanneer de temperatuur stijgt, neemt het aantal bacteriën in de bodem toe. Organische stoffen zullen daardoor sneller worden afgebroken en in ammonium worden omgezet. Weer andere bacteriën maken daar nitraat van, net als ammonium een organische vorm van stikstof. Normaal wordt de stikstof door planten ook weer opgenomen, behalve als er een overschot aan ammonium is. Dan worden deze zure stoffen door het bodemwater opgenomen en komen ze in meren en rivieren terecht.

Wright: 'Het broeikaseffect leidt tot mildere winters met meer dooi en regen. Dat maakt het allemaal nog veel erger. Op dit moment bereikt de verzuring zijn hoogtepunt in het voorjaar, als de sneeuw smelt en er veel water in de rivieren spoelt. Straks houdt de verzuring een jaar lang aan. De vraag is of de natuur een dergelijke aanslag kan overleven.'

De verzuring van de bodem wordt nu al gezien als de belangrijkste oorzaak van de bossterfte in centraal Europa. De toename van nitraat zal ook leiden tot overdadige algengroei. In Noorwegen is het nitraatgehalte in het oppervlaktewater de afgelopen jaren al verdubbeld, al is nog niet duidelijk of dit komt door een milder klimaat of door industrie en verkeer. De experimenten in Risdalsheia geven daarover ook nog geen uitsluitsel. 'We hebben nog geen veranderingen in de bodem geconstateerd,' zegt Wright, 'daar is het ook nog te vroeg voor. Niet voor niets is voor dit experiment vijf jaar uitgetrokken.'

Van 1983 tot 1994 is in Risdalsheia al eens onderzoek gedaan naar de milieu-effecten van zure regen. 's Zomers werd de zure regen uit de lucht opgevangen en over de vegetatie verspreid en 's winters tot sneeuw opgespoten. Bij deze experimenten werd wel een verzuring van het oppervlaktewater geconstateerd.

Net als het RAIN-project (Reversing Acidification in Norway) is ook CLIMEX een internationaal project dat tot nu toe grotendeels is gefinancierd door de Europese Unie en een bijdrage van het Nederlandse Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering. De Nederlandse inbreng in het project is groot. Onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen dragen namelijk hun kennis over de bodem en de vegetatie bij. 'Dit project is ook voor Nederland van belang,' zegt Frank Berendse van de vakgroep terrestische oecologie van de Landouwuniversiteit. 'Bij ons vind je weliswaar minder graniet in de grond dan in Noorwegen, maar op onze voedselarme zandgronden kom je dezelfde planten en bomen tegen en kunnen we dezelfde effecten verwachten.' Volgens Richard Wright gelden de omstandigheden in Noorwegen voor alle gematigde gebieden, van Oost-Canada en de Verenigde Staten tot Engeland. 'Al het onderzoek naar de gevolgen van het broeikaseffect was tot nu toe bijzonder kleinschalig', zegt Wright. 'Je hebt het dan over testveldjes ter grootte van een keukentafel. Wij experimenteren als enigen in een bestaand ecosysteem.' Wright geeft toe dat de toekomstige omstandigheden nooit helemaal kunnen worden nagebootst.

Weliswaar is in de broeikas een compartiment van 650 vierkante meter gebouwd waarin geen kooldioxyde wordt gepompt, maar Wright had liever verscheidene kassen gebouwd. Sommige bijvoorbeeld alleen met een hoge concentratie aan CO, andere met alleen een iets hogere temperatuur, maar dat is helaas onbetaalbaar. Eén grote broeikas met een echt ecosysteem levert volgens Wright in elk geval meer informatie op dan allerlei computermodellen. 'Dat is zoiets als heel veel verstand hebben van wielen en motoren, maar niet weten hoe je met een auto over de snelweg kunt rijden,' zegt Wright.