Campert en Mulder nemen ingetogen afscheid van het toneel

Voorstelling: De tekenlerares van Remco Campert en Jan Mulder. Gezien 8/11 De Kleine Komedie, Amsterdam. Te zien t/m 11/11 aldaar. Tournee t/m 2/12.

Vanaf mijn plaats op het tweede balkon zag ik het uitstekend: alsof de speelruimte van De Kleine Komedie zo groot is als een voetbalveld had Jan Mulder precies in het midden, daar waar de lichtspots samenkomen, van wit tape een soort middenstip gemaakt. Bij opkomst dribbelde hij naar dat heilige punt om er pardoes voor stil te houden, zonder hem ooit maar een keer aangeraakt te hebben. Met de voeten strak tegen elkaar, in gespannen houding alsof hij elk moment ervandoor kon gaan, hield hij daar zijn verhalen - en samen met Remco Campert de sketches.

Het is de mise-en-scène van de stilstand die de beide heren nastreven. Zal een geschoold acteur regelmatig de ene hoek van het podium opzoeken en dan weer de andere, om te tonen dat hij ruimte om zich heen kan creëren, Campert en Mulder beperkten zich tot het roerloze middelpunt. Meer hadden ze ook niet nodig. Een titel voor hun programma is eigenlijk al te veel; De tekenlerares heet het, maar van haar hoorden of zagen we nauwelijks meer dan een glimp. Het ging dan ook om heel andere zaken bij deze afscheidsvoorstelling. Remco Campert neemt na vier seizoenen afscheid van de Bühne.

Hun afwezigheid zal een gemis zijn. Zelden lagen literatuur en theater op vanzelfsprekende, luchtige wijze zo dicht bij elkaar. Voetbal en wielrennen, oprechte boosheid, dood en melancholie, een algeheel levensgeluk getemperd door besef van nutteloosheid: daar ging het allemaal over. Mulder is de opstandige van het tweetal; zijn aanval op magistraten en gewichtige bestuursheren naar aanleiding van de parlementaire enquêtecommissie is meesterlijk doeltreffend. Inderdaad, je wilt met dat soort hooggeplaatsten nooit meer te maken hebben en toch heb je er als krantelezer dagelijks mee van doen. Boosheid.

Campert uit zijn woede anders, niet aanvallend maar gebed in een poëtisch verhaal. Zo wilden hijzelf en een vriend actie voeren tegen Frankrijk door de Franse wijnen in een supermarché te vervangen door Australische. Eenmaal over de grens raken ze in contact met uitsluitend Engelssprekende Franse meisjes, met wie ze de Australische voorraad soldaat maken. Te weinig voorraad voor de boycot. Maar niet getreurd: was het drinken van Australische wijn op Frans grondgebied al niet een hevige daad van verzet? Ook de parodie behoort tot het repertoire. De twee elkaar onophoudelijk vliegen afvangende reporters Mart Smeets en Jean Nelissen krijgen een sketch, waarin ze zichzelf liever niet zouden herkennen. Ondanks dat in de afgelopen Franse tour een wielrenner de dood vond, hadden de verslaggevers het over drank en eten. In scènes als deze, en die van Mulder tegen hoge functionarissen, vindt het optreden van de twee schrijvers rechtvaardiging. Het is meer dan voorlezen, het is het tonen dat de bron van literatuur en theater opstandigheid is tegen hoe de wereld haar loop neemt, vaak buiten ons om. Daar kun je boos om zijn, als Mulder; daar kun je melancholiek onder worden, zoals Campert. Beide houdingen komen samen op deze ingetogen, hoogstaande theateravond.