Bodemvervuiling (5)

De discussie over bodemvervuiling houdt nauw verband met de vraag: hoe giftig zijn giftige stoffen? In dit verband houdt het volgende dilemma me al een poos bezig. Vroeger wisten we niet veel af van de schadelijke werking die de stoffen op ons hebben, en bij mijn universitaire studie scheikunde, heb ik dan ook gewerkt onder labiratorium-omstandigheden die nu velen de haren te berge zouden doen rijzen.

Dampen van giftige stoffen (vaak oplosmiddelen) waren in de atmosfeer in concentraties waarvan nu wordt aangenomen dat ze zeer schadelijk voor de gezondheid zijn, asbest zwierf overal rond, en bijna iedereen werkte met zink uranylacetaat, en daar zit heel wat uranium in. Met mij hebben studenten die in de periode voor ruwweg 1960 met de scheikunde studie begonnen een aantal jaren op de universiteit en de meesten nog jaren daarna, onder dergelijke omstandigheden gewerkt. Wat cru gezegd als je dat bekijkt met de opvattingen over giftigheid van nu, moet je verwonderd zijn dat er nog chemici van boven de 55 jaar in leven zijn. Toch, en dit is mijn dilemma, leef niet alleen ik nog, maar met mij nog talloze collega's uit die leeftijdsgroep. Ik heb het idee, maar statistisch materiaal ontbreekt me, dat van de chemici die ik ken, er niet of nauwelijks meer ziek of overleden zijn dan van de mensen die nooit in een laboratorium kwamen. Zou het een te vergaande veronderstelling zijn dat de ideeën die men nu heeft over de giftigheid van chemische stoffen toch niet helemaal realistisch zijn? Misschien kan een studie over de bedoelde groep chemici, bijdragen aan het probleem over de schadelijkheid van bodemvervuiling en aan andere milieuproblemen.

Eigenlijk is het een geschenk voor de wetenschap dat er onbedoeld een groep menselijke 'proefdieren' beschikbaar is om achteraf het effect van giftige stoffen na te gaan.