Blik

22. De milieu- en gezondheidseffecten noemen die kunnen optreden als gevolg van overvloedig energiegebruik.

24. Voor- en nadelen noemen van het gebruik van verschillende energiebronnen (aardgas, steenkool, aardolie, kernenergie, windenergie, waterkracht, aardwarmte, getijdenenergie en biogas).

Er klettert een blikje door de stenen gang als ik het lokaal uitstap. “Gooi dat blikje in de prullenbak” zeg ik tegen het jongetje, dat er achteraan loopt. “Ga ik net doen,” zegt hij in het voorbijgaan en geeft het nog een trap.

Ik schrijf een hoofdstuk over energie en warmte voor een schoolboek. Met dit boek zullen kinderen zich voorbereiden op het natuurkunde-examen. Wat in het examen gevraagd wordt staat omschreven in het examenprogramma. Dat examenprogramma is dus belangrijke grondstof bij het schrijven van het hoofdstuk. Het is vier dicht bedrukte bladzijden lang. Het belangrijkste zijn de tachtig 'eindtermen'. Van de eindtermen die in mijn hoofdstuk aan bod komen staan er twee, de nummers 22 en 24, hierboven.

Ik loop achter het jongetje aan: “Pak het de volgende keer op.” “Ja meneer”, zegt het jongetje. Boven de prullenbak hangt een blikjespers. In de blikjespers maak je blikjes plat. Dan kunnen er meer blikjes in de prullenbak.

Net zoals andere mensen denk ik wel eens. Gedachten vol doem. Dat alle jongetjes graag tegen blikjes trappen. Dat alle jongetjes graag eerst het blikje leeg drinken. Ook jongetjes in Maleisië en Uganda. Dat het maken van blikjes tien of misschien wel honderd maal zo moeilijk is als het maken van de cola die erin gaat. Dat er nog veel blikjes moeten worden gemaakt voor al die jongetjes verder weg en later.

Dat als je maar genoeg blikjes maakt de wereld naar de filistijnen gaat. Dat Kok en met hem bijna iedereen in Nederland meer economische groei willen omdat ze al die jongetjes hun blikje cola gunnen. Maar dat dat dus mis moet lopen. Dat de cola niet in blikjes gedaan moet worden, of dat er minder jongetjes zouden moeten zijn, maar dat het allemaal niets uithaalt. Dat het toch fout zal gaan. Met energie en milieu en overbevolking en zure regen en files en ozonlaaggaten en broeikaseffect en afval en oliecrises en kernafval en oerwoudkap en vernielde ecosystemen en....

Het jongetje neemt geen thermosfles thee of een lekkende beker melk mee naar school zoals zijn vader. Hij trekt een blikje van een gulden (“wat lul'de”, oud-Brabants) uit de muur, uit de schoolmuur. De automaten stonden er opeens, na een zomervakantie. Kasten waarvoor iedere pauze rijen leerlingen.

De school doet pedagogisch-didactisch verantwoord aan het milieu. In ieder lokaal staat een doos voor het oud papier. In de gang staan andere dozen voor de lege koffiebekertjes. Die worden later bij de rest van het vuil gegooid, heeft iemand eens verteld. De school heeft een milieucommissie. De milieucommissie organiseert een project 'afval'. Wel sympathiek maar wel een gedoe, met lesuitval, roosterwijzigingen, raar lesmateriaal. Blikjes automaten en een milieuproject afval. “Dat is toch belachelijk,” denkt de milieucommissie.

Het jongetje in de gang drinkt cola uit blikjes en doet mee aan het milieuproject. Over twintig jaar zit het jongetje met de rest van de wereld in de nesten omdat ze samen te veel cola uit te veel blikjes hebben gedronken. Over twee jaar doet het jongetje met behulp van mijn hoofdstuk examen. Wat moet ik schrijven? Hoe leg ik het uit? Zal ik het uitleggen?