Alles op piepschuim

Omdat de grond te duur is voor de aanleg van een park, wil de gemeente Amsterdam in het oostelijk havengebied drijvende tuinen aanleggen. Het meest opvallende is het bouwmateriaal: piepschuim.

Een rechthoekig vlot voorzien van zeil en roeispanen vaart vanaf de Borneokade naar een drijvend tuintje aan de overkant van het water, waar een stuk of vijf ganzen verschrikt wegvluchten. Hoe klein de tuin ook is, zo'n vijf bij tien meter, de stabiliteit is opmerkelijk groot. Maar het meest opvallende is dat de met gras en wilgebomen begroeide tuin haar drijfvermogen dankt aan een aantal vierkante aan elkaar gekoppelde blokken piepschuim, die zich onder de grasmat bevinden. Het lijkt erop dat de bouwer van het eiland, de kunstenaar Robert Jasper Grootveld binnenkort erkenning krijgt voor zijn inspanningen: de stadsdeelraad Zeeburg van de gemeente Amsterdam wil hem opdracht geven om twee drijvende tuinen van elk 200 vierkante meter aan te leggen.

De tuinen zouden bij de nieuwe woongebieden in het oostelijk havengebied in de behoefte aan groen moeten voorzien. De grond is hier peperduur, wat de aanleg van een park belemmert. Wel is er in dit uitbreidingsgebied veel water. Dat bracht de stadsdeelraad Zeeburg op het idee om waterparken en andere groenobjecten te laten drijven in een bassin tussen de Borneokade en de Panamakade en te zijner tijd in Nieuw-oost. 'Blauw groen' noemt de gemeente dit soort natuur.

'Nu al heeft drijvend groen grote aandacht binnen stadsdeel Zeeburg. Hiervan getuigt de reeds drijvende groenstructuur achter het stadsdeelkantoor. Hoe beperkt dit stukje groen ook mag zijn, het vervult een duidelijke functie. Futen, waterhoentjes, ganzen en eenden hebben zich er genesteld en een veelheid aan plantensoorten hebben wortel geschoten,' aldus een voorlichtingsfolder. De stadsdeelraad moest kiezen tussen drie voorstellen over de aanleg van de drijvende tuinen. Ingenieursbureau DHV uit Amersfoort kwam met het 'floatlands' systeem, drijvende elementen van onbehandeld tropisch hardhout of van kunststof buizen en vaten, waarin waterplanten zijn aangebracht. Onder meer in de Amsterdamse Bilderdijkgracht en in de Haagse Hofvijver zijn dit soort floatlands geïnstalleerd, niet alleen ter verfraaiing maar ook als paaiplaats voor vissen en, door de aanwezige waterplanten, ter verbetering van de waterkwaliteit.

Een ander voorstel kwam van de in Heiloo gevestigde firma Nautilus, die zogenaamde 'AQF float eenheden' wil toepassen, een uit Duitsland geïmporteerd systeem dat drijft dankzij roestvrijstalen buizen. Ook deze begroeide eenheden zijn vaker toegepast, onlangs nog in een stadsgracht van Alkmaar. En dan was er het idee van Grootveld om de tuinen te laten drijven op aan elkaar gekoppelde elementen piepschuim van 1 bij 1 bij 0,5 meter. Dat Zeeburg voor de laatste oplossing kiest komt voor een deel voort uit milieuoverwegingen, zo licht desgevraagd Vincent Kuilboer toe, coördinator van stadsdeel Zeeburg. 'Het gebruik van tropisch hardhout levert elders in de wereld milieuschade op, terwijl metalen buizen en vaten kunnen roesten.' Bovendien bleken de aanschaf- en onderhoudskosten van de traditionele materialen veel hoger te zijn dan van polystyreen, zoals de officiële benaming van piepschuim luidt. 'Het grote voordeel van mijn systeem is allereerst dat het om bijzonder duurzaam materiaal gaat,' stelt Grootveld, die al sinds de jaren vijftig experimenteert met allerlei drijvende constructies. 'Het materiaal bestaat voor 98 procent uit lucht, dus het drijfvermogen is onovertroffen. Een groot voordeel is verder dat je er gewoon over kunt lopen, dat kan bij die andere systemen niet.' De blokken polystyreen zijn ingepakt in nylon doek, dat door een met de hand geknoopt net van kunststof nauwsluitend op zijn plaats wordt gehouden. 'Technisch gezien levert dit materiaal geen enkel probleem op,' verklaart drs. Rogier Goes, coördinator milieuzaken van het in 'expanded polystyrene' gespecialiseerde bedrijf Stybenex te Zaltbommel. 'Verouderingsverschijnselen heeft het nauwelijks, in de bouw gaan we uit van een levensduur van vijftig jaar. Ook wat sterkte betreft voldoet polystyreen goed, in de wegenbouw gebruikt men het vaak als opvulmateriaal, met name bij een drassige bodem. En in de woningbouw wordt het toegepast als onderlaag voor terrassen, de drukvastheid is ruim voldoende.'

Polystyreen is een aardoliepro dukt. Na een aantal bewerkingen zorgt stoom voor de vorming van bolletjes. Een volgende stoombehandeling laat de bolletjes aan elkaar kleven. Iedere kubieke meter polystyreen bevat ongeveer 10 miljoen bolletjes, in ieder bolletje zitten 3000 gesloten cellen die met lucht gevuld zijn. Bij de fabricage komen geen CFK's te pas, als blaasmiddel dient pentaan. Uit gegevens van Stybenex blijkt dat de wateropname van polystyreen verwaarloosbaar is, bij volledige onderdompeling is het volume water bij de lichtste soort polystyreen, met een volumieke massa van 15 kg per kubieke meter, na een jaar 5 procent. De zwaarste soort (35 kg/m3) bevat na een jaar ondergedompeld te zijn 3,3 procent water.

Met de aanleg van de tuinen is een bedrag gemoeid van ongeveer 20.000 gulden, maar het ligt nu aan de gemeente Amsterdam of dit geld volgend jaar beschikbaar is, of dat het project, zoals Kuilboer het noemt, nog voor een jaar 'onder de zaaglijn' verdwijnt. De polystyreen tuinen zullen een eerste stap zijn naar een totaal andere toekomst, meent Robert Jasper Grootveld: 'Je kunt op dit materiaal ook huizen bouwen, en bijvoorbeeld gebieden naast de rivier, die nu als verloren land beschouwd worden, als bouwgebied gebruiken. Het ijzeren tijdperk loopt af, net zoals het stenen en bronzen tijdperk afliepen. Al die woonbootbewoners die nu keer op keer hun woonboot op de helling moeten slepen omdat de scheepswand doorroest, zouden toch beter moeten weten. In Zweden lag een woonboot die lek raakte. De bewoners brachten er toen piepschuim platen onder aan en het hele probleem was opgelost. Misschien kunnen we op deze manier zelfs de oceaan als toekomstig woongebied gebruiken.'