Wijers bepleit bundeling EU in vliegtuigbouw

BRUSSEL, 8 NOV. Minister Wijers (economische zaken) heeft zich gisteren op een bijeenkomst van EU-ministers in Brussel sterk gemaakt voor nauwere samenwerking in de Europese luchtvaartindustrie.

Zijn oproep wordt gesteund door EU-commissaris voor industrie Martin Bangemann. Het initiatief van Wijers komt op een moment dat de Nederlandse overheid met DASA praat over een eventuele steunoperatie aan vliegtuigbouwer Fokker, één van de fabrikanten die in een nieuw te vormen Europese consortium van vliegtuigbouwers die zijn gespecialiseerd in het bouwen van toestellen van 50 tot 120 zitplaatsen, moet worden opgenomen.

Inmiddels is een speciale werkgroep opgericht die zal proberen om alle partijen in de Europese luchtvaartindustrie, zowel ondernemers als verantwoordelijke ministers, om de tafel te krijgen teneinde de mogelijkheden van nauwere samenwerking te onderzoeken. Wijers zei gisteren dat de ontwikkelingskosten in de vliegtuigindustrie zo hoog zijn dat alle ondernemingen in de problemen komen.

“Het is niet een probleem van Fokker, het is een probleem van de Europese luchtvaartindustrie”, aldus de bewindsman. In plaats van elkaar de keel af te bijten, is het beter na te gaan hoe je in een samenwerkingsverband een gezonde Europese industrie op poten kunt zetten naar het voorbeeld van Airbus. Het initiatief daarvoor moet komen van de ondernemers zelf, maar de overheid kan wel 'een platform' creëeren om dit soort processen te stimuleren en te realiseren, vindt Wijers.

De bedoeling is dat Fokker wordt ondergebracht in een groep fabrikanten waar ook het Franse Aérospatiale, British Aerospace en het Spaanse Casa deel van uitmaken. Dat zijn dezelfde fabrikanten die samen met DASA de grote Airbus maken. Weliswaar een zwaar gesubsidieerd, maar op de markt voor verkeersvliegtuigen zeer succesvol produkt.

British Aerospace en Aérospatiale hebben echter herhaaldelijk te kennen gegeven dat zij niet samen willen werken met DASA-Fokker wanneer deze fabriek in het nieuw te vormen verband een leidende rol opeist. DASA zou het liefst Fokker onderbrengen in het al bestaande Airbus-consortium. Maar volgens Wijers hoeven Nederland en Fokker met een leidend marktaandeel niet bang te zijn voor een Europese aaneensluiting bij een 'mini-Airbusbedrijf'.

Wanneer een dergelijk consortium niet van de grond komt is het alternatief dat de ondernemingen elkaar afslachten en dat de Europese industrie het loodje legt tegenover de concurrentie uit de VS en Azië. Vooral de ontwikkelingskosten van een nieuw toestel met 120 plaatsen, die minimaal enkele miljarden guldens belopen, zijn door geen enkele zelfstandige fabrikant in Europa nog op te brengen.

Mede om die reden heeft Wijers zich geërgerd aan de uitlatingen van Daimler-bestuursvoorzitter Jürgen Schrempp, die gisteren in een interview met de Britse zakenkrant Financial Times dreigde zijn handen van Fokker te zullen aftrekken wanneer de Nederlandse overheid niet met geld over de brug komt om het noodlijdende bedrijf overeind te houden.

“Niet zo chique”, noemt Wijers de handelwijze van Schrempp om Den Haag publiekelijk zo onder druk te zetten. Wijers: “Dergelijke uitlatingen horen nu eenmaal bij het spel, maar de zaak wordt niet gediend door publieke uitlatingen zoals Schrempp nu heeft gedaan”.

Volgens de minister handelde de bestuursvoorzitter in strijd met gemaakte afspraken over het voeren van besprekingen met DASA over steunverlening aan Fokker. Bij dergelijke delicate onderhandelingen horen geen in het openbaar geuite dreigementen, vindt Wijers.

Overigens toonde de minister zich gisteren in Brussel ook inhoudelijk niet erg onder de indruk van de woorden van Schrempp. “In Europa bestaat nog steeds de cultuur dat ondernemers erop wijzen, als het goed gaat, hoe goed de bedrijfsleiding het doet en dat ze zeggen dat de overheid zich er absoluut niet mee mag bemoeien. Gaat het slecht, dan wordt evenwel steevast de indruk gewekt dat het voortbestaan van een onderneming geheel afhangt van wat de overheid doet. In dat concept van socialisering van de verliezen heb ik nooit geloofd, en zeker niet als het via de pers wordt gespeeld”, zo zei de minister.