Voorzitter van VN-tribunaal wil steun lidstaten

NEW YORK, 8 NOV. De voorzitter van het VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië heeft geklaagd dat geldgebrek en de “totale afwezigheid van medewerking” van de Bosnische Serviërs het werk van het tribunaal bemoeilijken.

Antonio Cassese zei gisteren in een toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN dat meer internationale steun nodig is om het tribunaal naar behoren te laten functioneren. “Ons tribunaal is een reus zonder armen en benen. Om te lopen en te werken heeft hij kunstmatige ledematen nodig. Die kunstmatige ledematen zijn de staatsautoriteiten”, aldus Cassese tijdens de presentatie van het jaarlijkse rapport van het tribunaal. Hij zei dat in slechts vijftien van de 185 lidstaten van de VN wetten zijn aangenomen die het tribunaal in staat stellen te functioneren. “Dat gebrek aan samenwerking heeft een verlammende uitwerking op het tribunaal wanneer het gaat om het uitvoeren van arrestatiebevelen”, aldus Cassese.

Hij zei dat 41 van de 43 verdachten die tot dusverre in staat van beschuldiging zijn gesteld zich bevinden op het grondgebied van de 'Servische Republiek' in Bosnië of op dat van Joegoslavië (Servië en Montenegro), die het tribunaal niet erkennen en weigeren verdachten uit te leveren. Zolang die verdachten niet in Den Haag zijn, kan het tribunaal niet met hun berechting beginnen, zo zei Cassese. Het tribunaal slaagt er ook niet in potentiële getuigen naar Den Haag te krijgen omdat ze zich in oorlogszones bevinden en de Bosnisch-Servische autoriteiten elke vorm van medewerking weigeren.

Cassese zei zich ervan bewust te zijn dat “de wereld elke stap van ons nauwlettend en met gemengde gevoelens gadeslaat - met genereuze verwachtingen, maar ook met diepe scepsis”. “We kunnen ons niet veroorloven die verwachtingen teleur te stellen, maar we moeten de scepsis wegwerken.” Gebeurt dat niet, aldus Cassese, dan zal ook het Rwanda-tribunaal falen en zal de hoop op een permanent internationaal crimineel gerechtshof de bodem worden ingeslagen. “Als men toestaat dat ons tribunaal afsterft betekent dat dat de internationale gemeenschap machteloos is bij vreselijke menselijke drama's zoals dat in voormalig Joegoslavië.”

De VS en de VN oefenen druk uit op de Joegoslavische autoriteiten om met het tribunaal samen te werken. In Dayton, waar achter gesloten deuren het Bosnië-overleg wordt voortgezet, staat het thema oorlogsmisdaden hoog op de agenda. In de Veiligheidsraad wordt gepraat over een eis van “onmiddellijke toegang” van onderzoekers tot gebieden in Bosnië waar zware schendingen van de mensenrechten hebben plaatsgehad, zoals Srebrenica. (Reuter, AP)