Twee door Richard Jones geregisseerde opera's in reprise; Poppenkast met geurkaarten

Voorstelling: L'Amour des trois oranges van S. Prokofjev door Opera Zuid en het Brabants Orkest o.l.v. Jacques Mercier. Decor: Brothers Quay; Regie: Richard Jones. Gezien: 3/11 Stadsschouwburg Eindhoven. Herhalingen: 9/11 Rotterdam; 11/11 Heerlen; 14/11Venlo; 18/11 Breda; 21/11 Den Bosch; 23/11 Maastricht; 25/11 Sittard.

Voorstelling: Der fliegende Holländer van R. Wagner door Nederlandse Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Graeme Jenkins o.l.v. m.m.v. Wolfgang Schöne, Karen Huffstodt, Harald Stamm, Mark Baker, Hebe Dijkstra en Christopher Ventris. Decor en kostuums: Nigel Lowery; regie: Richard Jones. Gezien: 7/11 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 9, 12, 14, 17, 20, 23, 26, 29/11.

Twee reprises van opera-ensceneringen door de controversiële Engelse regisseur Richard Jones beleefden zaterdagavond in ons land tegelijkertijd de eerste voorstellingen. In het Amsterdamse Muziektheater hernam de Nederlandse Opera zijn zwart-wit-versie uit 1993 van Wagners Der fliegende Holländer. In Eindhoven gaf Opera Zuid de succesvolle produktie van Prokofjevs komische L'Amour des trois oranges, die Jones in 1988 maakte voor Opera North, ook vertoond op het Festival van Edinburgh.

Richard Jones, bij ons ook bekend als de regisseur van de fantastische voorstelling van Tsjaikovski's Mazeppa, is in eigen land soms zeer omstreden: zijn door Bernard Haitink gedirigeerde postmoderne produktie van Wagners Der Ring des Nibelungen in Covent Garden veroorzaakte stormen van protest in de zaal en in de pers bij 'fatsoenlijke' Engelsen, die vonden dat Wagners goden niet mogen rondrijden in een lelijke auto of meenden dat de in dikke vleeskleurige pakken gehulde Rheintöchter toch geheel bloot waren.

Het gemeenschappelijke kenmerk van Jones' produkties van L'Amour des trois oranges en Der fliegende Holländer is een naïveteit die deze voorstellingen lijkt te profileren als chique kinderopera's. Prokofjevs uit 1921 daterende versie van een bizar sprookje van Carlo Gozzi doet aan als grootschalige poppenkast, ook door de interactiviteit met de zaal. Op commando bekrassen we een kaart om diverse geuren op te snuiven. Bij mij roken ze alle even smerig. De door het publiek gewaardeerde enscenering, keurig maar niet aanstekelijk begeleid en heel redelijk gezongen, kent geen climax en is een zuivere illustratie van de handeling, zonder ook maar iets van de fantasie die bijvoorbeeld Dario Fo bezit. De figuren doen komisch maar blijven ééndimensionaal.

Al even plat is Jones uitbeelding van Der fliegende Holländer. De twee jaar geleden zo teleurstellende produktie wordt gebracht als een plaatjesboek met houtsneden, waarin de matrozen en de spinsters zich uitleven in het maken van illustratieve gebaren. Het mythische en het mystieke zijn verdwenen, wat overblijft is het skelet van het verhaal en dan duurt ook zo'n korte Wagner akelig lang. De cast zingt op Hebe Dijkstra (Mary) na, veelal met zwalkende stemmen en Karen Huffstodt heeft als Senta een overmatige vibratie.

Wat de Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest toch al jarenlang zien in dirigent Graeme Jenkins is mij een raadsel. Zijn kabbelende tempi en slappe fraseringen doen Wagners bruisendste en overrompelendste partituur al in de ouverture denken aan Mendelssohns Meeresstille und glückliche Fahrt. Ook later verneemt men niets meer over de tragiek van de eeuwenlang over zeeën en oceanen zwervende Hollander.