Regering tegen uit vrees voor juridische problemen en claims pomhouders; Kamer: tijdelijke vergunning stations

DEN HAAG, 8 NOV. De regering wil de wens van de drie grootste fracties in de Tweede Kamer, om vergunningen voor de exploitatie van tankstations langs de rijkswegen aan een termijn te binden, niet honoreren.

De fracties van de regeringspartijen PvdA en VVD en het oppositionele CDA vroegen gisteren tijdens een vergadering van enkele Kamercommissies om de bestaande en nieuw te verlenen vergunningen voor tankstations niet meer voor onbepaalde tijd te verlenen. Daarmee wil een meerderheid van de Tweede Kamer een aantal 'kleine' oliemaatschappijen in Nederland de kans geven om hun marktaandeel langs de snelwegen te verhogen. Die mogelijkheid doet zich voor nu de Tweede Kamer op korte termijn moet beslissen over een nieuw systeem voor de toewijzing van benzinestations. Dat nieuwe systeem, voorgesteld door minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en staatssecretaris Vermeend (Financiën) wordt gebaseerd op openbare inschrijving en toewijzing aan de hoogste bieder.

Langs de autosnelwegen hebben de drie grootste oliemaatschappijen: Shell, Esso en Texaco, het nu voor het zeggen. Ze beheren het overgrote deel van de 260 tankstations, veelal de beste lokaties en een marktaandeel van 86 procent in de verkoop van autobrandstoffen langs de snelwegen. Volgens zeven 'kleine' maatschappijen: Avia, BP, Elf, Q8 (Kuweit Petroleum), Mobil, OK en Total komt dat door een oneerlijk systeem van toewijzing in het verleden. Deze maatschappijen hebben buiten de snelwegen een behoorlijk marktaandeel, maar kregen langs de snelwegen de afgelopen dertig jaar slechts enkele benzinestations toegewezen.

In Nederland is vrijwel overal langs de autosnelwegen op elke 20 kilometer een tankstation te bereiken. Volgens Jorritsma en Vermeend zijn er maximaal nog maar tien stations te 'vergeven', waarvan een deel nog zal gaan naar exploitanten die gedupeerd worden omdat hun station door omlegging van een rijksweg geen klanten meer krijgt.

Door de geldigheid van alle vergunningen te beperken tot de economische levensduur van tankstations, zoals de 'kleine' maatschappijen hadden gevraagd, wilde de Kamermeerderheid de kleine maatschappijen de mogelijkheid bieden hun achterstand geleidelijk aan te verminderen. Als een tankstation na 15 tot 20 jaar exploitatie is afgeschreven, zou de vergunning vervallen en weer opnieuw voor openbare inschrijving in aanmerking moeten komen. Dan kunnen grote zowel als kleine maatschappijen een bod doen en ontstaan er gelijke kansen.

Minister Jorritsma en staatssecretaris Vermeend verzetten zich gisteren echter tegen elke poging tot aanpassing van hun ontwerp-regeling. Ze beriepen zich op een advies van de Landsadvocaat, die heeft gewaarschuwd dat bij beperking van de duur van vergunningen (nu worden ze voor onbepaalde tijd afgegeven) juridische problemen dreigen en de overheid zal worden opgescheept met hoge financiële claims. Een juridisch adviseur van de kleine oliemaatschappijen had het omgekeerde geconcludeerd. De overheid zou het volste recht hebben exploitatievergunningen na een redelijke termijn en met inachtneming van een waarschuwingstijd in te trekken, zoals dat met veel vergunningen gebeurt.

De Kamerleden kregen het advies van de Landsadvocaat vertrouwelijk ter inzage. Minister Jorritsma beloofde dat de nieuwe regeling niet van kracht wordt voordat ze op dat advies hebben kunnen reageren.