Rapport aan Europese Commissie en lidstaten: Liberalisering luchtvracht nodig

ROTTERDAM, 8 NOV. In het vrachtvervoer door de lucht moet de marktwerking toenemen. Daarvoor is een liberalisering van het luchtverkeer in Europa nodig. Bovendien zou vracht bij luchtvaartmaatschappijen een hogere prioriteit moeten krijgen en op dezelfde voet worden behandeld als passagiers.

Dit stellen bedrijven die regelmatig luchtvracht aanbieden, verenigd in de European Air Shippers Council, in een rapport dat gisteren is aangeboden aan de Europese Commissie en de nationale overheden.

Hoewel vrachtvervoer door de lucht kostbaar is, neemt de omvang ervan sterk toe. Wereldwijd bedraagt de groei volgens de IATA 9,3 procent per jaar. Schiphol is een belangrijk knooppunt, waar in 1994 bijna 840.000 ton werd overgeslagen. Dat tonnage is te verwaarlozen bij wat er over de weg (440 miljoen ton) en over het water gaat (zeevaart: 326 miljoen ton, binnenvaart: 131 miljoen ton), maar luchtvracht betreft veelal hoogwaardige produkten. Daardoor neemt deze modaliteit in geld uitgedrukt een veel belangrijker positie in. Zo vertegenwoordigt volgens het rapport van de European Air Shippers Council luchtvracht in Duitsland 18 procent van de waarde van alle im- en export buiten de Europese Unie.

Tot nog toe hadden verladers op Europees niveau nog geen eensluidend standpunt laten horen. In het vorig jaar verschenen rapport van de commissie-De Croo kwamen de standpunten van vrijwel alle betrokken partjen aan bod, behalve die van de verladers. “Wij hebben nu als gebruikers van luchtvracht ónze wensen opgesteld”, licht Hans Driessen toe, vice-voorzitter van de Nederlandse Raad van Luchtverladers, die deel uitmaakt van de EVO, ondernemersorganisatie voor logistiek en transport.

“Dit is vooral voor de kleinere verladers belangrijk”, zegt Hans de Jongh, voorzitter van de raad. “De grote kunnen op eigen kracht nog wel wat voor elkaar krijgen.” Het belangrijkste concrete punt uit het wensenpakket van de verladers is dat er iets moet worden gedaan aan het stelsel van bilaterale afspraken in de luchtvaart. Het is nu zo dat landen met elkaar afspraken maken over landingsrechten van hun respectieve nationale luchtvaartmaatschappijen. Die afspraken staan vrije concurrentie in de weg, houden de prijzen hoog, en maken de luchtvaartmaatschappijen te weinig klantgericht, aldus de klacht van de verladers.

De Jongh: “In luchtvracht is er sprake van één groot samenwerkingsverband van vervoerders. De tarieven zijn wereldwijd heilig. De realiteit is echter dat niet iedereen die tarieven betaalt. Wat wij vragen is: laat die tarieven nu werkelijk los en laat de markt haar werk doen. Ons doel is uiteindelijk dat er een ander prijskaartje komt.”

Behalve wensen aan het adres van de politiek deponeert het rapport ook wensen bij de luchtvaartmaatschappijen. “Wij eisen een groter commitment van de luchtvaartmaatschappijen”, aldus Hans Leijgraaff, ambtelijk secretaris van de Raad van Luchtverladers. “Ze sluiten niet meer aan op hedendaagse logistieke concepten. Vaak is vracht nog opvulling van een toestel. Of die meegaat of niet hangt ervan af of er een koffer meer of minder is.”

Leijgraaff benadrukt dat het wensenpakket in het Europese verladersrapport verder gaat dan wat de EVO in Nederland zou eisen. “In Nederland zijn we relatief goed af, met een goede luchthaven, een luchtvaartmaatschappij die sinds een jaar doet wat we willen en een regering die liberalisering hoog in het vaandel heeft staan.”