PvdA stelt voor werklozen en junks harder aan te pakken

DEN HAAG, 8 NOV. Junks en luie werklozen moeten harder worden aangepakt. Dat is de kern van nieuwe beleidsvoornemens van de PvdA die de partijvoorzitters Rottenberg en Vreeman gistermiddag hebben gepresenteerd. De voornemens zijn opgenomen in een concept-resolutie, bedoeld voor het PvdA-congres komend voorjaar waarin de partij lijnen uitzet voor de middellange termijn. Volgens de plannen moeten werklozen die een aangeboden baan of opleiding weigeren, vaker dan nu gekort worden op hun uitkering. Drugsverslaafden die zich langdurig schuldig maken aan criminaliteit moeten worden gedwongen af te kicken.

Uit een enquête is gebleken dat de PvdA-leden zo langzamerhand genoeg hebben van een zachte aanpak van deze twee groepen. De PvdA stelt zich op het standpunt dat de sociale zekerheid in de toekomst “streng en rechtvaardig” moet worden, zo blijkt uit de ontwerp-resolutie. Behalve in een hardere aanpak van werklozen voorziet het stuk ook in een andere benadering van het begrip werkloosheid. De PvdA wil een “verruiming van het arbeidsbegrip” waardoor ook vrijwilligersactiviteiten en zorgtaken voor de kwalificatie arbeid in aanmerking komen. Deze zogenoemde basisbanen werden eerder al voorgesteld in een discussienota over “de sociale staat van Nederland” die onder leiding van Rottenberg werd geschreven.

Ondanks de verruiming van de definitie vreest de PvdA dat er uiteindelijk een groep werkzoekenden overblijft die geen zicht hebben op betaald werk. Zij moeten niet worden lastiggevallen met een sollicitatieplicht. “Voor hen fungeert de uitkering als een bestaanszeker inkomen, zonder dat daar verdere eisen aan worden gesteld”, aldus het ontwerp.

Ook voor het drugsbeleid dat de sociaal-democraten voor ogen staat, geldt het predikaat “streng maar rechtvaardig”. Behalve het gedwongen afkicken van criminele verslaafden, bepleit de PvdA ook verder onderzoek naar het vrijgeven van softdrugs. Het aantal experimenten met de verstrekking van harddrugs onder medische begeleiding zou moeten worden uitgebreid.

De PvdA stelt verder voor om jongeren na hun leerplichtige leeftijd de beschikking te geven over door de overheid bekostigde vouchers (een soort knipkaart) waarmee tot het dertigste levensjaar de opleiding kan worden bekostigd. Daarna moet er ruimte zijn voor “permanente educatie”. Het recht daarop zou bij voorbeeld kunnen worden vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten. De PvdA neemt hiermee afstand van het beleid van haar eigen minister Ritzen, die de onderwijsmogelijkheden van jongeren de afgelopen jaren stevig aan banden heeft gelegd.

Rottenberg erkende dat een deel van de wensen in de ontwerp-resolutie, zoals die op het gebied van milieu, oud is, maar gesneuveld in het regeerakkoord. “Maar naarmate het regeerakkoord verder weg is, is er meer ruimte voor nieuwe initiatieven”, zei hij. “We hoeven die compromissen niet statisch te aanvaarden.”