Parels van Vermeer glanzen in Washington

Johannes Vermeer. National Gallery of Art, Washington D.C. 12/11 t/m 11/2. Mauritshuis, Den Haag: 1/3 t/m 2/6 1996, toegangskaarten in de voorverkoop via VVV-kantoren of telefonisch Rabobank-Vermeer-reserveringslijn: 06-8477.

WASHINGTON, 8 NOV. Het zijn niet meer dan 21 schilderijen, maar ze vormen samen een overzichtstentoonstelling waar jaren naar is uitgekeken. Nooit eerder was er een expositie waarop zo'n groot deel te zien was van het kleine oeuvre van Johannes Vermeer. In totaal zijn er slechts 35 werken van de zeventiende-eeuwse Hollandse meester bekend, en die zijn verspreid over musea en particuliere collecties in verschillende landen. Nu is een groot deel van de Vermeers tijdelijk bijeengebracht in vijf zalen in de National Gallery of Art in Washington. Vanaf 1 maart zal de tentoonstelling te zien zijn in het Mauritshuis in Den Haag.

Wie verliefd is op de vrouwenportretten van Vermeer, kan nu op en neer lopen tussen Het meisje met de rode hoed, Het meisje met de parel en Het meisje met de fluit. Alle drie dezelfde glanzende, sensuele lippen, iets van elkaar. Alle drie hebben ze glimmende oorbellen. Alle drie kijken ze de toeschouwer aan. Maar hun blikken, hun kleren, hun hoeden en de kleur op hun wangen suggereren drie heel verschillende verhalen.

Wie geen genoeg kan krijgen van de parels van Vermeer, en hoe ze het licht weerkaatsen alsof ze zelf kleine lichtbronnen zijn, kan zijn hart ophalen. De vrouw met parelketting (geleend uit Berlijn) heeft ze om haar nek en aan een oor, en toont ze aan zichzelf in een spiegel. De vrouw met weegschaal (uit Washington) heeft voor zich op tafel, half uit een sieradenkistje, een parelketting liggen die wat schaarse lichtstralen opvangt. En de Briefschrijvende vrouw met dienstmeisje (uit Dublin) heeft behalve stralende oorbellen ook nog vier van die onwaarschijnlijk glanzende bolletjes op een broche op haar borst.

De tentoonstelling, die is georganiseerd door de National Gallery of Art samen met het Mauritshuis in Den Haag, wordt vanavond officieel geopend in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus. Zondag gaat ze open voor het publiek. Zeven jaar voorbereiding zijn eraan vooraf gegaan. Acht van de werken zijn recentelijk gerestaureerd. Als de expositie volgend jaar naar Den Haag komt zullen er nog twee schilderijen meer te zien zijn: Het Melkmeisje en De Liefdesbrief, beide van het Amsterdamse Rijksmuseum, ontbreken in Washington.

Als er zoveel onderling verwante meesterwerken bij elkaar zijn als nu in Washington, ontstaat er vanzelf iets als een familiefeest. Het Meisje met de parel is niet meer alleen. Het is alsof haar bleke huid een blosje krijgt in de nabijheid van haar brutale vriendin met de rode veren hoed en de spannende witte kraag. En al die interieurtaferelen - links het raam waar licht door valt, achter een blinde muur waarop eventueel een landkaart hangt, en verder een tafel, een stoel en een of meer personages - het lijken verschillende scènes uit hetzelfde stuk. En de historisch-religieuze schilderijen, een wereld van verschil met de Hollandse alledaagsheid op de meeste Vermeers, verraden hier hun bloedverwantschap: de lichtval op de gezichten, op de plooien van de gewaden en de brutaliteit - niet van de personages, maar van de scènes die zich ongegeneerd ontrollen in de directe aanwezigheid van de toeschouwer, die er zowat midden in staat.

De expositie is min of meer chronologisch opgezet, althans voor zover de datering van de schilderijen bekend is. In de eerste zaal, met blauwe wanden, hangen wat apart de drie grote historiestukken, waaronder het spectaculaire, en pas in de jaren tachtig als Vermeer herkende schilderij De Heilige Praxedis. Het is niet zozeer de voorstelling die schokkend is (een onthoofd lichaam op de achtergrond is in dit genre immers niets bijzonders), maar het dramatische rood van de jurk van de heilige, en de grove plooien die hard contrasteren met haar serene gezicht.

Na deze on-Hollandse ouverture opent in de volgende zaal opent de tentoonstelling nogmaals met Het Gezicht op Delft, prachtig opgehangen en triomfantelijk uitgelicht. De wanden van deze en de volgende zalen zijn van een warm lichtbruin: dat past bij de intimiteit van de schilderijen en laat de kracht van Vermeers licht volop uitkomen. In De Geograaf, een schilderij met veel bruintinten, plenst het licht door het raam naar binnen, helwit op de landkaart waarover de geleerde gebogen staat.

Behalve de 21 werken is in de expositie ook een zaaltje opgenomen met informatie over het zeventiende-eeuwse Delft en een toelichting op de vermoedelijke werkwijze van Vermeer. In het kort wordt aannemelijk gemaakt dat hij gebruik maakte van een camera obscura: bij Vermeer worden hoofd- en bijzaak soms gescheiden door middel van wat een fotograaf de dieptescherpte zou noemen. De vage, onscherpe rode draadjes van de kantkloster op de voorgrond, leiden de aandacht als vanzelf naar het scherpe gezicht, of de fijne kantklossende vingers, meer op de achtergrond.

Dat educatieve zaaltje aan het eind is aardig, maar bijzaak. Het is een mooi rustpunt, waarna de tentoonstelling nog eens bekeken kan worden, in omgekeerde richting, of kriskras, of weer van voren af aan.

De catalogus, die verschijnt in zes talen waaronder het Nederlands, bevat behalve de hier getoonde schilderijen, ook afbeeldingen van de overige Vermeers, die niet voor deze expositie zijn uitgeleend. Een ondankbare bezoeker van de tentoonstelling zou, hongerig naar meer, in de verleiding kunnen komen te mokken of te treuren over hun afwezigheid op deze bijzonder Vermeer-reünie. Maar dat heeft weinig zin, de hele familie zal wel nooit meer samen komen. Dat is jammer, maar niet erg. Voor wie deze tentoonstelling heeft gezien, en de mooie reprodukties van de andere Vermeers in de catalogus, is er toch geen redden meer aan: die moet naar Dresden voor het meisje dat een brief leest voor het open raam, om te zien hoe de gebroken weerspiegeling van haar gezicht in de ruitjes van het glas-in-lood-raam er in het echt uitziet; die moet naar de Frick-collectie in New York, om te horen wat de officier en de lachende vrouw tegen elkaar zeggen.