Onderzoek woningcorporatie; Tommel voelt zich gekwetst door de Kamer

DEN HAAG, 8 NOV. Staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) ervaart de wijze waarop de fracties van PvdA en VVD met hem omgaan als “kwetsend” en “niet zo chic”. Hij zei dit gisteravond in het televisieprogramma Den Haag Vandaag.

Volgens Tommel willen PvdA en VVD, coalitiepartners van de D66-bewindsman, hoe dan ook een parlementair onderzoek naar de financiële perikelen van de Limburgse woningbouwcorporatie WBL, ongeacht de feiten. “Er is al zoveel bekend dat je je moet afvragen wat er nog te onderzoeken valt.”

De betrokken Kamerleden, Hofstra (VVD) en Duivesteijn (PvdA), noemden de uitlatingen van Tommel vanochtend in een reactie “niet zo verstandig”. Hofstra wijst erop dat de staatssecretaris zich op deze wijze bemoeit met de werkwijze van de Tweede Kamer. “Dat is niet gebruikelijk in de verhoudingen tussen regering en parlement.”

Duivesteijn meent dat Tommel met zijn uitlatingen “zichzelf in de verdachtenbank” plaatst. De staatssecretaris verweet de Kamerleden gisteravond “officier van justitie en rechter tegelijk” te spelen, “zonder een gesprek met de verdachte”. Duivesteijn: “Het bijzondere van een parlementair onderzoek is juist dat je zeer uitgebreid iedereen aan het woord kunt laten.” Hofstra wijst erop dat hij geen parlementaire enquête wil naar het dreigende bankroet van WBL, maar een onderzoek. “Dat middel gebruiken we als Kamer veel te weinig, in het buitenland is dat heel gewoon.”

WBL, dat in 1992 is ontstaan uit een fusie van drie woningcorporaties, kampt met een tekort van naar schatting 175 miljoen gulden. De corporatie heeft de afgelopen jaren tevergeefs aangeklopt bij het Centraal Fonds Volkshuisvesting om financiële steun. Toenmalig staatssecretaris Heerma stimuleerde destijds de fusie en stak er bovendien geld in, maar hij en zijn opvolger Tommel weigerden later nogmaals de helpende hand toe te steken.

Volgens Duivesteijn gaat het bij het parlementaire onderzoek dat hij wil om “het Kafka-achtige proces” waarin WBL was beland en betrekt Tommel dat te veel op zichzelf. Hofstra: “Het gaat ons om de zaak. We zitten niet achter Heerma of Tommel aan.”

De staatssecretaris zei gisteravond dat hij steeds “volstrekte openheid” heeft betracht met het geven van informatie. “Dat had ik nooit gedaan als ik reden had gehad om bang te zijn.” Niettemin heeft hij dit weekeinde geprobeerd de kleine fracties ervan te weerhouden voor het parlementaire onderzoek te stemmen. Zijn eigen partij, D66, alsmede het CDA zijn tegen het onderzoek. Het ziet er nog steeds naar uit dat een meerderheid van de Kamer dat wel wil. Twee Kamercommissies beslissen daar morgen over, nadat zij eerst met de staatssecretaris hebben gesproken.