'Onderwijs moet wel beter'; Kamer akkoord met verhoging van collegegeld

DEN HAAG, 8 NOV. De coalitiefracties PvdA, VVD en D66 gaan akkoord met een collegegeldverhoging van 150 gulden, tot 2.400 gulden in 1996.

De partijen hebben vertrouwen in de toezeggingen van universiteiten en hogescholen dat het onderwijs snel zal verbeteren. Verdere verhogingen, tot uiteindelijk 2.750 gulden in 1998, maakt de Kamer overigens wel afhankelijk van nadere rapporten over verbetering van het onderwijs. Het CDA wijst de verhoging af. CDA-Kamerlid Van de Camp wil eerst zeker weten dat het onderwijs daadwerkelijk verbeterd wordt. Dit bleek gisteravond tijdens een Kamerdebat.

Komend voorjaar licht minister Ritzen (onderwijs) de Kamer in over de vorderingen van onderwijsverbetering in het hoger onderwijs zodat de Kamer bij de begrotingsbehandeling kan beslissen over de verhoging met 175 gulden per augustus 1997.

De verhoging van het collegeld is bedoeld om een korting van in totaal 207 miljoen gulden op de hogescholen en universiteiten (vanaf 1998) te compenseren. In totaal bezuinigt Ritzen met de collegegeldverhoging 150 miljoen gulden, een belangrijk deel van de bezuinigingen van in totaal 500 miljoen die zijn afgesproken in het regeerakkoord. Van de 207 miljoen gulden korting op universiteiten en hogescholen besteedt Ritzen 57 miljoen gulden om de collegeldverhoging voor studenten uit inkomensgroepen tot 65.000 gulden volledig te compenseren.

De regeringsfracties uitten scherpe kritiek op het voorstel van Ritzen om het collegegeld voor studenten die geen studiefinanciering ontvangen geheel vrij te geven. Universiteiten en hogescholen zouden dan voortaan zelf de hoogte mogen bepalen, en dat zal vrijwel zeker hoger uitvallen dan het 'officiële' collegegeld. Deze maatregel betekent dat studenten die niet binnen vier jaar klaar zijn en door willen studeren zonder studieleningen af te sluiten (waarop ze dan nog drie jaar recht hebben) een veel hoger collegegeld moeten betalen dan hun studiegenoten die in zo'n geval wel een lening afsluiten.

Ritzen had voorgesteld deze ongelijkheid op te lossen door de betrokken studenten, van wie sommigen om principiële reden geen lening willen afsluiten, aan te raden voor een symbolisch bedrag een studielening af te sluiten. Op die manier ontvangen zij toch studiefinanciering en hoeven ze alleen het officieel vastgestelde collegegeld te betalen. VVD-Kamerlid M. de Vries noemde deze vondst “ronduit verbazingwekkend”. “Dit leidt tot oneigenlijk gebruik en tot ongewenste uitvoeringslasten.” PvdA, VVD en D66 dienden daarom gezamenlijk een amendement waarin wordt bepaald dat studenten die na vier jaar beurs geen studieleningen meer willen afsluiten toch het officiële collegegeld mogen betalen.

D66-Kamerlid Jorritsma voelt weinig voor het vrijlaten van het collegegeld voor studenten die geen recht hebben op studiefinanciering. Zij vindt dat er een maximumbedrag moet worden vastgesteld. Ritzen antwoordt de Kamer morgen.